Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema bloedsomloop - focus hart

Total questions: 31

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet onderdeel 1?

a)

Linkerboezem

b)

Linkerkamer

c)

Rechterboezem

d)

Rechterkamer

2.

Hoe heet onderdeel 2?

a)

Linkerboezem

b)

Linkerkamer

c)

Rechterboezem

d)

Rechterkamer

3.

Hoe heet onderdeel 3?

a)

Longslagader

b)

Longader

c)

Bovenste holle ader

d)

Onderste holle ader

4.

Hoe heet onderdeel 4?

a)

Longslagader

b)

Longader

c)

Bovenste holle ader

d)

Aorta

5.

Hoe heet onderdeel 5?

a)

Longslagader

b)

Longader

c)

Aorta

d)

Bovenste holle ader

6.

Hoe heet onderdeel 6?

a)

Longslagader

b)

Longader

c)

Aorta

d)

Holle ader

7.

Hoe heet onderdeel 7?

a)

Havlemaanvromgie kleppen

b)

Halvemaanvormige kleppen

c)

Hartklappen

d)

Hartkleppen

8.

Hoe heet onderdeel 8?

a)

Havlemaanvorimge kleppen

b)

Halvemaanvormige kleppen

c)

Hartklappen

d)

Hartkleppen

9.

Hoe heet onderdeel 9?

a)

Linkerboezem

b)

Linkerkamer

c)

Rechterboezem

d)

Rechterkamer

10.

Hoe heet onderdeel 10?

a)

Linkerboezem

b)

Linkerkamer

c)

Rechterboezem

d)

Rechterkamer

11.

Hoe heet onderdeel 11?

a)

Longslagader

b)

Holle ader

c)

Onderste holle ader

d)

Bovenste holle ader

12.

Hoe heet onderdeel 12?

a)

Hartkleppen

b)

Hertkleppen

c)

Halfmaanvorige kleppen

d)

Halvemaanvormige kleppen

13.

Hoe heet onderdeel 13?

a)

Hartkleppen

b)

Hertkleppen

c)

Halvamaanvormige kleppen

d)

Halvemaanvormige kleppen

14.

Dit bloedvat heeft een dikke wand

(a)  

15.

Dit bloedvat heeft een dunne wand

(a)  

16.

Dit bloedvat heeft een hoge bloeddruk

(a)  

17.

Dit bloedvat heeft een lage bloeddruk

(a)  

18.

Dit bloedvat heeft kleppen

(a)  

19.

Dit bloedvat heeft geen kleppen

(a)  

20.

Dit bloedvat heeft een wand van één cel dik

(a)  

21.

Dit bloedvat heeft bijna geen bloeddruk

(a)  

22.

Het bloedvatenstelsel vervoert:

a)

Bloed

b)

Zuurstof en koolstofdioxide

c)

Zuurstof, koolstofdioxide en glucose

d)

Zuurstof, koolstofdioxide, glucose en afvalstoffen

23.

De juiste omschrijving van de volgorde waarin het bloed van de kleine bloedsomloop stroomt is:

a)

Hart - longen - hart

b)

Hart - alle organen - hart

c)

Longen - hart - longen

d)

Alle organen - hart - alle organen

24.

De juiste omschrijving van de volgorde waarin het bloed van de grote bloedsomloop stroomt is:

a)

Hart - longen - hart

b)

Hart - alle organen - hart

c)

Longen - hart - longen

d)

Alle organen - hart - alle organen

25.

Bloed zit in de rechterboezem en gaat daarna verder stromen. Langs welke drie onderdelen komt dit bloed als eerste langs?

a)

Linkerboezem - linkerkamer - aorta

b)

Rechterkamer - longader - longen

c)

Rechterkamer - longslagader - longen

d)

Linkerkamer - longslagader - longen

26.

Alle aders zijn uiteindelijk direct verbonden met dit bloedvat:

a)

Aorta

b)

Holle ader

c)

Longader

d)

Longslagader

27.

Kim maakt een opdracht over het hart. Ze moet invullen wat de linker- en wat de rechterkant van het hart is.

De linkerkant van het hart zit op papier

a)

Ook links

b)

Rechts

28.

Een bloedvat loopt van je hart naar je hersenen toe. Dit bloedvat heet:

(a)  

29.

Dit bloedvat loopt van je darmen naar je lever:

(a)  

30.

Dit bloedvat loopt van je nieren naar je hart toe:

(a)  

31.

Dit bloedvat zit op het hart en brengt vers bloed naar het hart toe.

(a)