Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paraveterinair Pathologie H8, 9, 10 en 11

Total questions: 46

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de symptomen van een gegeneraliseerde aanval?

a)

Het dier trekt een poot op en staart verward

b)

Het dier heeft heftige krampen en bewustzijnsverlies

c)

Het dier heeft alleen bewustzijnsverlies

2.

Wat is een gedeeltelijke aanval?

a)

Grand mal

b)

Het dier ondergaat alleen bewustzijnsverlies

c)

Het dier heeft heftige krampen en heeft bewustzijnsverlies

d)

Het dier staart of trekt een poot op. Bewustzijnsverlies kan ook aan de orde komen

3.

Een epileptische aanval bestaat uit drie fasen. Wat houdt de ictus in?

a)

Totaal verlies van het bewustzijn, pupillen zijn verwijd en het dier valt om

b)

Het dier is onrustig en heeft een rare blik in zijn ogen

c)

Ataxie en gedragsverandering

4.

Wat houdt de fase "aura" in?

a)

Het dier heeft ataxie en ondergaat gedragsveranderingen

b)

Het dier is onrustig, heeft een rare blik in de ogen en loopt dwangmatig rond.

c)

Het dier verliest zijn volledige bewustzijn en valt om

5.

Wat zijn de drie fasen van een gegeneraliseerde epileptische aanval?

(a)  

6.

Wat houdt ischemie in bij een beroerte?

a)

Zenuwcellen hebben geen bloedtoevoer meer en sterven af

b)

Hersenbloeding

c)

Zuurstoftekort in de hersenen

d)

Afsterven van de hersencellen

7.

Wat is encefalitis?

a)

Hersenvliesontsteking

b)

Ontsteking van de hersenen

c)

Hersenbloeding

8.

Wat houdt meningitis in?

a)

Herseninfarct

b)

Hersenvliesontsteking

c)

Ontsteking van de hersenen

9.

Wat is een hernia nucleus pulposus (HNP)?

a)

Een kant van de tussenwervelschijf open breekt en de kern puilt uit

b)

Navelbreuk

c)

Liesbreuk

10.

Wat is myelitis?

a)

Infectie in de hersenen

b)

Infectie van het ruggenmerg

11.

Wat is parese?

a)

Volledige verlamming

b)

Gedeeltelijke verlamming of spiervermindering

12.

Wat is paralyse

a)

Hierbij valt er een spiergroep uit die je niet meer kunt gebruiken

b)

Gedeeltelijke verlamming, spierzwakte

13.

Hoe heet deze afwijking?

(a)  

14.

Hoe heet deze afwijking?

(a)  

15.

Wat is conjunctivitis

a)

Oogonsteking

b)

Cornea ontsteking

c)

Ooglidontsteking

16.

Is oogbolluxatie aangeboren of verkregen?

a)

Aangeboren

b)

Verkregen

17.

Wat is anolphtalmie

a)

Éen oog is kleiner dan de andere

b)

Beide ogen zijn groter dan normaal

c)

Beide ogen zijn kleiner dan normaal

18.

Wat is de Latijnse benaming voor de oogaandoening waarbij één oog kleiner is dan de ander?

a)

Anolphtalmie

b)

Microphtalmie

c)

Glaucoom

19.

Wat is blepharitis?

a)

Oogontsteking

b)

Ooglidontsteking

c)

Traanbuisontsteking

20.

Wat is keratitis

a)

Hoornvliesontsteking

b)

Ooglidontsteking

c)

Ontsteking van het glasachtig lichaam

21.

Wat is een othematoom

a)

Tumor in het oor

b)

Bloedoor

c)

Oorontsteking

22.

Wat is latrogeen

a)

Evenwichtsstoornis veroorzaakt door medische handelingen

b)

Vestibulair syndroom

c)

Tumor

23.

Wat is een hormoon

a)

Signaalstof vervoerd door het bloed

b)

Doelorgaan

c)

Signaalstof vervoerd via de zenuwbaan

24.

Hoe heten de hormonen die worden uitgescheiden door een klier en effect uitoefent op deze klier

a)

Autocrien

b)

Paracrien

c)

Endocrien

d)

Exocrien

25.

Wat is paracrien

a)

Hormonen die wordt uitgescheiden door een klier en effect uitoefent op buurcellen van deze klier

b)

Hormonen die effect hebben op doelorganen

c)

Hormonen die effect uitoefenen op doelorganen, via transport door de bloedbaan

26.

Wat is endocrien?

a)

Hormonen wordt uitgescheiden door de klier en hun effect uitoefenen op de doelorganen via transport door de bloedbaan

b)

Hormonen die effect hebben op dezelfde klier als waar ze uitgescheiden worden.

c)

Hormonen die effect hebben op de buurcellen van deze klier

27.

Wat produceert de hypofyse

a)

Produceert hormonen die endocriene klieren in het lichaam aanstuurt

b)

Produceert hormonen die exoocriene klieren in het lichaam aanstuurt

28.

Wat is het hormoon die voor de bijnieren is bestemd?

a)

ACTH

b)

FSH

c)

Oxytocine

d)

GH

29.

Welk hormonen produceren de eierstokken en teelballen?

a)

FSH en LH

b)

FSH en GH

c)

LH en ADH

d)

ACTH en FSH

30.

Welk hormoon is bestemd voor de baarmoeder en borstklieren?

a)

Oxytocine

b)

FSH

c)

GH

d)

ADH

31.

Wat zijn de doelorganen voor het groeihormoon (GR)?

a)

Spieren, weefsels, botten en groeischijven

b)

Spieren, weefsels, borstklier en groeischijven

c)

Spieren, weefsels, botten en bijnieren

32.

Wat zijn de doelorganen van TSH en MSH?

a)

Schildklier en bijnieren

b)

Borstklier en schildklier

c)

Schildklier en de huid

d)

De huid en de bijnieren

33.

Wat is hypopituitarisme?

a)

Hypofyse produceert te veel hormonen

b)

Hypofyse produceert te weinig hormonen

34.

Wat is hyperpituitarisme

a)

Hypofyse produceert te veel hormonen

b)

Hypofyse produceert te weinig hormonen

35.

Wat is de Latijnse benaming voor een te traag werkende schildklier?

a)

 Hypothyreoïdie

b)

 Hyperthyreoïdie

c)

Hyperpituitarisme

d)

Hypopituitarisme

36.

Wat is de Latijnse benaming van een te snel werkende schildklier?

a)

Hyperthyreoïdie

b)

Hyperpituitarisme

37.

Wat is de Latijnse benaming voor de ziekte van Cushing?

a)

 Hyperadrenocorticisme

b)

Hypoadrenocorticisme

38.

Wat is de Latijnse benaming voor de ziekte van Addison?

a)

Hypoadrenocorticisme

b)

Hyperadrenocorticisme

39.

Wat is er aan de hand bij suikerziekte?

a)

Er is sprake van een te hoge bloedsuikerspiegel waar te weinig insuline wordt aangemaakt

b)

Er is sprake van een te lage bloedsuikerspiegel waar te weinig insuline wordt aangemaakt

c)

Er is sprake van een te hoge bloedsuikerspiegel waar te veel insuline wordt aangemaakt

d)

Er is sprake van een te lage bloedsuikerspiegel waar te veel insuline wordt aangemaakt

40.

Wat is een kwee?

a)

Onvruchtbaar vrouwelijk dier doordat het twee verschillende geslachtskenmerken bezit

b)

Baarmoeder

c)

Onvruchtbaar mannelijk dier doordat het twee verschillende geslachtskenmerken bezit

41.

Wat is de pelvis?

a)

Bekken

b)

Baarmoeder

c)

Eileiders

42.

Wat is de partus?

a)

Bevalling

b)

Baarmoeder

c)

Eileider

d)

Onvruchtbaar dier

43.

Welk hormoon veroorzaakt een pyometra?

a)

Oestrogeen

b)

Progestoron

c)

FSH

d)

LH

44.

Wat is een balanoposthitis?

a)

Balzakontsteking

b)

Ontsteking voorhuid en de glans

c)

Prostaatontsteking

45.

Wat is een sertolicel?

a)

Voedselcel die de rijping van de zaadcellen begeleidt

b)

Tumor

c)

Leydigsecel

46.

Wat is cryptorchidie?

a)

Niet indalen van één of beide testikels in de balzak

b)

Penis voortdurend in een erectiestand

c)

Balzaktumor