wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Conjuncties Nederlands in actie H2

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

... ik met mijn werk klaar was geweest, genoot ik van een ontspannen weekend.

a)

Nadat

b)

Mits

c)

Dus

2.

... het regende, namen we onze paraplu's en maakten we een lange wandeling in het bos.

a)

Zodat

b)

Voordat

c)

Hoewel

3.
  1. ... ik veel tijd heb, speel ik graag gitaar.

a)

Toen

b)

Maar

c)

Als

4.
  1. ... ik op vakantie naar Griekenland ga, moet ik goede cijfers voor al mijn examens krijgen.

a)

Mits

b)

Voordat

c)

Zolang

5.

Wij gaan naar het strand... de pub. Wij moeten één plaats kiezen.

a)

of

b)

dus

c)

maar

6.

Wij hebben gehoord... Pieter een nieuwe vriendin heeft.

a)

toen

b)

want

c)

dat

7.

Ik hou van wandelen, .... ik ben niet zo’n fan van hardlopen.

a)

maar

b)

hoewel

c)

tenzij

8.
  1. ... het weer goed is, fiets ik graag in het park.

a)

Nadat

b)

Zolang

c)

Zodat

9.
  1. Ik heb vorig jaar meer tijd gehad... heb ik een cursus fotografie gevolgd.

a)

dus

b)

zodat

c)

omdat

10.
  1. Ik moet elke dag oefenen... ik mijn doel bereik.

a)

totdat

b)

terwijl

c)

want

11.
  1. ...ik thuiskom, doe ik mijn schoenen uit en ga op de sofa zitten.

a)

Voordat

b)

Zolang

c)

Zodra

12.

... ik mijn diploma heb gehaald, reis ik enkele maanden door Oost-Europa.

a)

Want

b)

Nadat

c)

Hoewel

13.

Ik zet een alarm in mijn telefoontje, ... ik op tijd wakker word.

a)

zodat

b)

tenzij

c)

hoewel

14.

Ons feestje eindigt ... het begint te regenen.

a)

of

b)

dus

c)

omdat

15.

... mijn man al slaapt, lees ik nog een boek in bed.

a)

Tenzij

b)

Terwijl

c)

Totdat

16.

Sifan Hassan traint elke dag... zij op de Olympische Spelen kan meedoen.

a)

als

b)

toen

c)

zodat

17.

... Marcus als Tim studeren aan een universiteit in Duitsland.

a)

Sinds

b)

Hoewel

c)

Zowel

18.

Wij hebben in een artikel gelezen... koning Willem morgen naar Frankrijk reist.

a)

omdat

b)

zowel

c)

dat

19.

... mijn oma geen Frans spreekt, luistert zij graag naar Franse muziek.

a)

Hoewel

b)

Als

c)

Maar