wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordsoorten V2

Total questions: 30

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Benoem het onderstreepte woord.

Ik parkeer de auto in de garage

a)

ZNW

b)

LW

c)

VZ

d)

BNW

2.

Ik heb een appel gegeten.

a)

Hulpwerkwoord

b)

ZNW

c)

VZ

d)

BNW

3.

Heb je haar nieuwe kapsel al gezien?

a)

BNW

b)

Pers.VNW

c)

Bez.VNW

d)

ZNW

4.

Heb je haar nieuwe kapsel al gezien?

a)

BNW

b)

Bez. VNW

c)

ZNW

d)

VZ

5.

Heb je haar nieuwe kapsel al gezien?

a)

Bez.VNW

b)

VZ

c)

BNW

d)

Pers. VNW

6.

De strenge directrice loopt op hoge hakken.

a)

Zelfstandig werkwoord

b)

hulpwerkwoord

c)

ZNW

d)

BNW

7.

De strenge directrice loopt op hoge hakken

a)

VZ

b)

BNW

c)

Bez.VNW

d)

ZNW

8.

De strenge directrice heeft op hoge hakken gelopen.

a)

Hulpwerkwoord

b)

ZNW

c)

Zelfstandig werkwoord

d)

VZ

9.

De strenge directrice heeft op hoge hakken gelopen.

a)

Zelfstandig werkwoord

b)

Hulpwerkwoord

c)

ZNW

d)

BNW

10.

Weet je al wie je uit gaat nodigen?

a)

aanw. vnw

b)

vr. vnw

c)

betr. vnw

d)

onb. vnw

11.

Daar zit toch niemand op te wachten?

a)

aanw. vnw

b)

vr. vnw

c)

betr. vnw

d)

onb. vnw

12.

Zie je die blauwe deur? Dat is mijn huis.

a)

aanw. vnw

b)

vr. vnw

c)

betr. vnw

d)

onb. vnw

13.

De blauwe deur die mijn huis kenmerkt, is net geverfd.

a)

aanw.vnw

b)

vr. vnw

c)

betr. vnw

d)

onb. vnw

14.

Dit moet wel het lelijkste schilderij van de tentoonstelling zijn!

a)

aanw. vnw

b)

vr. vnw

c)

betr. vnw

d)

onb. vnw

15.

Mijn concert is afgeblazen wat ik echt vreselijk vind!

a)

aanw. vnw

b)

vr. vnw

c)

betr. vnw

d)

onb. vnw

16.

De auto (a)   ik heb gekocht is rood.

17.

Het paard (a)   wint, rijdt een ereronde door de ring.

18.

De muziek (a)   jij draait, vind ik helemaal niks!

19.

(a)   spijkerbroek vind ik mooier dan die.

20.

Het mooiste (a)   ik heb gekregen is een gouden ring.

21.

Waar is een bijvoeglijk naamwoord vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

22.

In welke zin is het zelfstandig naamwoord vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

23.

In welke zin is het zelfstandig werkwoord vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

24.

Waar is het hulpwerkwoord vetgedrukt?

a)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

b)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

c)

nergens

d)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

25.

Waar is het bepaalde lidwoord vetgedrukt?

a)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

b)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

c)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

d)

nergens

26.

In welke zin is een wederkerend voornaamwoord vetgedrukt?

a)

Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.

b)

Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.

c)

Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.

d)

Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.

27.

In welke zin is een koppelwerkwoord vetgedrukt?

a)

Hij heeft zich in lange tijd niet zo enorm geschaamd.

b)

Hij heeft zich in lange tijd niet zo geschaamd.

c)

Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.

d)

Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.

28.

Waar is een zelfstandig naamwoord eigennaam, vetgedrukt?

a)

In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.

b)

In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.

c)

In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.

d)

nergens

29.

Waar is een persoonlijk voornaamwoord vetgedrukt?

a)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

b)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

c)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

d)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

30.

Waar is een bijwoord vetgedrukt?

a)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

b)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

c)

nergens

d)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.