wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

kennis van de biologie

Total questions: 45

Worksheet time: 46mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent het woord Biologie?

a)

De leer van dieren

b)

De leer van het leven

c)

Het vak van het leven

d)

Planten en dieren

2.

Kruis alle levenskenmerken aan

a)

Ademhalen

b)

Huilen

c)

Voeden

d)

Waarnemen

e)

Lopen

3.

Een omgevallen boom is...

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

4.

Wat is groeien?

a)

Het langer en zwaarder worden van een organisme

b)

Het zwaarder worden van een organisme

c)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

d)

Het langer en breder worden van een organisme

5.
Wat is een torso?
a)
een nagemaakt, plastic lichaam
b)
een nagemaakt, stenen lichaam
c)
een nagemaakt, papieren lichaam
d)
een lichaam
6.

Een walvis behoort tot de...

a)

vogels

b)

vissen

c)

zoogdieren

d)

amfibieën

e)

reptielen

7.

Een leguaan behoort tot de...

a)

vogels

b)

vissen

c)

zoogdieren

d)

amfibieën

e)

reptielen

8.

Een kikker behoort tot de...

a)

vogels

b)

vissen

c)

zoogdieren

d)

amfibieën

e)

reptielen

9.

De lichaamstemperatuur bij reptielen en amfibieën...

a)

is constant

b)

is wisselend (hangt af van de omgeving)

10.

De lichaamstemperatuur van een konijn...

a)

is constant

b)

is wisselend (hangt af van de omgeving)

11.

Een leeuw ademt met...

a)

huid

b)

kieuwen

c)

longen

12.

zoogdieren leven...

a)

op het land

b)

in het water

c)

in de lucht

13.

reptielen en amfibieën leven...

a)

op het land

b)

in het water

c)

in de lucht

14.

Het lichaam van een reptiel is bedekt met...

a)

veren

b)

schubben

c)

haren

d)

huid met slijm

15.
Wat is de functie van het skelet van een dier?
a)
Stevigheid en beweging
b)
Stevigheid en bescherming
c)
Bescherming en verdediging
d)
Bescherming en camouflage
16.
Het huisje van een huisjesslak is een voorbeeld van een...
a)
Inwendig skelet
b)
Beschermend skelet
c)
Hard skelet
d)
Uitwendig skelet
17.

Welke voedingsmiddelen zijn beter voor de goede werking van de darmen?

a)

plantaardige

b)

dierlijke

18.

Wat zijn voedingsstoffen?

a)

Dingen die je kunt eten of drinken

b)

Bruikbare bestandsdelen in voedsel

c)

Alle onverteerbare stoffen in voedsel

19.
Schimmels worden gebruikt bij de productie van
a)
Yoghurt, Zuurkool
b)
Bier, Brood
20.

Welke functies heeft een wortel van een plant?

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Opname van voedingsstoffen.

b)

Beschermt de plant tegen ongedierte.

c)

Stevige verankering in de bodem.

d)

Opname van water.

e)

Opname van zonlicht.

21.

Welke plant verdedigt zichzelf door middel van kleine (brand)haartjes?

Kies het juiste antwoord.

a)

Cactus

b)

Roos

c)

Paardenbloem

d)

Brandnetel

22.
Wat zijn je zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, handen
b)
ogen, tong, oren, huid, neus
c)
ogen, voeten, mond, huid, neus
d)
ogen, oren, tong, huid, gevoel
23.
Welk nummer is de zweetklier
a)
6
b)
1
c)
14
d)
5
24.
voor welke  smaken is je tong het gevoeligst?
a)
melk,boter,zoet,zout
b)
bitter,zoet,water,zout
c)
zoet,zuur,bitter,zout
d)
zoet,zuur,bitter,zout
25.
Welke nummers  hamer en aambeeld en stijgbeugel
a)
4, 5 en 10
b)
3, 4 en 5
c)
3, 4 en 6
d)
4 , 5 en 9
26.
welk nummer is het slakkenhuis?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
27.
Welke bloem is dit
a)
Tulp
b)
Madelief
c)
Magriet
d)
Bosviool
28.
Welke bloem is dit
a)
Lely
b)
Klavertje vier
c)
Pioenroos
d)
Dhalia
29.
Welke soort bloem is dit? 
a)
een madeliefje
b)
een narcis
c)
een paardenbloem
d)
een tulp
30.
Welke soort bloem is dit?
a)
een narcis
b)
een tulp
c)
een hyacint
d)
een brandnetel
31.

Dieren die hun jongen moedermelk geven zijn,

a)

zoogdieren.

b)

groepsdieren.

32.

De vruchten van deze boom zitten in kleine, stekelige bolletjes.

a)

eik

b)

plataan

c)

tamme kastanjeboom

d)

beuk

33.

Het is een kleine zangvogel met een gele borst met zwarte streep.

a)

roodborstje

b)

mus

c)

merel

d)

koolmees

34.

Het is een klein bloempje met ronde gele blaadjes, dat zich thuis voelt in het grasveld in het park.

a)

madeliefje

b)

roos

c)

boterbloem

d)

tulp

35.

Noteer wat past bij het opgegeven cijfertje.

a)

1 stam

b)

2 wortels

c)

1 wortels

d)

2 stam

36.

Deze tafel is ..

a)

levenloos

b)

dood

c)

levend

37.

Een boom groeit tijdens de herfst

a)

Juist

b)

Onjuist

38.

De oudste jaarringen van een boom (die het langst bestaan) zitten (ongeveer) in het midden van een doorgesneden boomstam.

a)

Juist

b)

Onjuist

39.

Welke hoort er niet tussen?

a)

dier

b)

bacterie

c)

virus

d)

schimmel

e)

plant

40.
Deze delen van het lichaam heten
a)
orgaan
b)
lichaamsdelen
c)
organen
d)
geen idee
41.

Nummer 5 in de afbeelding van de torso is..

a)

een long

b)

de lever

c)

de maag

d)

de dikke darm

42.

De lever hoort bij het .......

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Zenuwstelsel

43.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
44.
Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5 
a)
lever
b)
dikke darm
c)
maag
d)
alvleesklier
45.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel