wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Chemiekennis Overzicht

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de atomaire massa van koolstof?

a)

12,01 u

b)

6,00 u

c)

10,00 u

d)

14,01 u

2.

Wat is de formule voor ammoniak?

a)

H2O2

b)

HCl

c)

NH3

d)

CH4

3.

Isotopen hebben...

a)

een gelijk aantal protonen

b)

een gelijk aantal neutronen

c)

een gelijke atoommassa

d)

hetzelfde aantal valentie-elektonen

4.

Wat zijn edelgassen?

a)

Edelgassen zijn metalen die zich in groep 18 / VIIIa van het periodiek systeem bevinden.

b)

Edelgassen hebben altijd 8 elektronen op hun buitenste schil.

c)

Edelgassen vormen altijd diatomaire moleculen met zichzelf.

d)

Edelgassen zijn inerte gassen die zich in groep 18 / VIIIa van het periodiek systeem bevinden.

5.

Wat is de pH-waarde van azijn?

a)

0

b)

3

c)

7

d)

10

6.

Wat is de rol van katalysatoren in chemische reacties?

a)

Katalysatoren verbruiken zichzelf tijdens de reactie.

b)

Katalysatoren versnellen chemische reacties zonder zelf verbruikt te worden.

c)

Katalysatoren veranderen de eindproducten van de reactie.

d)

Katalysatoren vertragen chemische reacties.

7.

Wat is geen exo-energetische reactie?

a)

Fotosynthese

b)

Verbranding van aardgas (methaan)

c)

Verbranding van waterstof

d)

Oxidatie van ijzer

8.

Wat is de wet van behoud van massa?

a)

De wet van behoud van massa stelt dat de totale massa in een gesloten systeem constant blijft.

b)

De wet van behoud van massa is alleen van toepassing bij een open systeem.

c)

De wet van behoud van massa stelt dat de totale massa van de reagentia steeds gelijk blijft.

d)

De wet van behoud van massa wordt ook wel de wet van Proust genoemd.

9.

Wat is het verschil tussen een covalente en ionaire binding?

a)

Covalente binding: ionen vormen; ionaire binding: atomen delen.

b)

Covalente binding: atomen trekken elkaar aan; ionaire binding: atomen stoten elkaar af.

c)

Covalente binding: elektronen delen; ionaire binding: elektronenoverdracht.

d)

Covalente binding: elektronenoverdracht; ionaire binding: elektronen delen.

10.

Hoeveel atomen zijn er in 3 Al2(SO4 )3 ?

a)

9

b)

14

c)

17

d)

51

11.

Wat is de elektronenconfiguratie van N (Z= 7, A= 15)

a)

K: 2 / L: 8 / M: 4

b)

K: 2 / L: 8 / M: 5

c)

K: 2 / L: 5

d)

K: 2 / L: 6

12.

Welke lading heeft Na hier?

a)

-1

b)

0

c)

+1

d)

+2

13.

Atoomnummer 9 is ...

a)

F

b)

Ne

c)

Na

d)

Cl

14.

Atoomnummer 19 is ...

a)

Mg

b)

K

c)

Ca

d)

Si

15.

De systematische naam van P2O5 is?

(a)