wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vivo 1.2 - 1.4

Total questions: 19

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Het levenskenmerk wat in de afbeelding is weergegeven betreft...

a)

groeien.

b)

voortplanten.

c)

ademen.

d)

voeden.

2.

Een organisme is...

a)
b)
c)
d)
3.

Stofwisseling is een levenskenmerk. Wat zijn voorbeelden van stofwisseling?

a)

ademen en groeien

b)

groeien en ontwikkelen

c)

waarnemen en bewegen

d)

ademen en uitscheiden

4.

Een hond krijgt puppy's. Dit verschijnsel hoort bij het levenskenmerk ..

a)

ontwikkelen

b)

groeien

c)

voortplanten

d)

bewegen

5.

Als je een hond uitlaat, dan gaat hij op zoek naar de geur van andere honden. Als de hond die geur geroken heeft, dan plast hij ook op die plek.

Welke twee levenskenmerken horen hierbij?

a)

groeien en waarnemen

b)

uitscheiden en voortplanten

c)

uitscheiden en waarnemen

d)

voortplanten en groeien

6.

Is deze bloesemtak levend, dood of levenloos?

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

7.

Welk levensverschijnsel zie je hier?

a)

Voeden

b)

Bewegen

c)

Voortplanten

d)

Groeien

8.

Zijn paddenstoelen levend, dood of levenloos?

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

9.

Is dit flesje levend, dood of levenloos?

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

10.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

11.

Factoren uit de niet-levende natuur noemen we:

a)

Biotische factoren

b)

Abiotische factoren

12.

Wat zijn voorbeelden van Biotische factoren (meerder antwoorden zijn goed)

a)

Temperatuur van het water

b)

Watervlooien in het water

c)

Licht dat het water doordringt

d)

Gelegenheid om te schuilen onder waterleliebladeren

13.

Wat zijn biotische factoren?

a)

Levende factoren

b)

Niet levende factoren

14.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

15.

Is een bladluis een biotische/levende of abiotische/niet-levende invloed?

a)

Biotisch/Levend

b)

Abiotisch/Niet-Levend

16.

Is regen een biotische/levende of abiotische/niet-levende invloed?

a)

Biotisch/Levend

b)

Abiotisch/Niet-Levend

17.

Welk rijk bestaat uit één cel?

a)

Bacteriën

b)

Dieren

c)

Planten

d)

Schimmels

18.

Bij de ordening van de organisme wordt gebruik gemaakt van vier hoofdgroepen. Welke zijn dat?

a)

Planten

b)

Geleedpotigen

c)

Dieren

d)

Bacteriën

e)

Schimmels

19.

Paddenstoelen behoren tot het rijk van de schimmels

a)

Juist

b)

Onjuist