Font size
WorksheetsLJ4 P1 - Clase 2 - Formatieve test
Total questions: 16
Worksheet time: 6mins
Wat betekent het onderstreepte woord in het Nederlands?
Mi primo favorito se llama Aurelio.
(a)
Wat betekent het onderstreepte woord in het Nederlands?
¿Te gusta tu cuñado?
(a)
Wat betekent het onderstreepte woord in het Nederlands?
María es viuda.
(a)
Wat betekent het onderstreepte woord in het Nederlands?
¿Ernesto y Carlos tienen algo en común?
(a)
Vertaal het woord tussen haakjes naar het Spaans, zodat het juist past in de zin.
¿Tenéis un (a) (vijand)?
Vertaal het woord tussen haakjes naar het Spaans, zodat het juist past in de zin.
Mi padre tiene una novia, entonces ella es mi (a) (stiefmoeder).
Vertaal het woord tussen haakjes naar het Spaans, zodat het juist past in de zin.
La mitad de los alumnos tiene una (a) (huisdier).
Vertaal het woord tussen haakjes naar het Spaans, zodat het juist past in de zin.
Mis abuelos ya no son (a) (getrouwd).
Denk eraan dat "abuelos" meervoud is, dus "getrouwd" moet dat ook zijn!
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in voor de vorm die tussen haakjes staat.
Kies bij deze zin de attributieve vorm (vóór het zelfstandig naamwoord).
¿Cómo se llaman (a) (jullie/vosotros) gatos?
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in voor de vorm die tussen haakjes staat.
Kies bij deze zin de attributieve vorm (vóór het zelfstandig naamwoord).
Yo soy (a) (jouw/tú) amiga.
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in voor de vorm die tussen haakjes staat.
Kies bij deze zin de attributieve vorm (vóór het zelfstandig naamwoord).
Nosotros tenemos dos hijos. (a) (onze/nosotros) hija se llama Ana.
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in voor de vorm die tussen haakjes staat.
Kies bij deze zin de attributieve vorm (vóór het zelfstandig naamwoord).
Raquel y Xavier tienen una familia grande. (a) (hun/ellos) abuelos tienen muchos hijos y nietos.
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in voor de vorm die tussen haakjes staat.
Kies bij deze zin de predicatieve vorm (ná of zonder het zelfstandig naamwoord).
Tengo una buena relación con mi hermana. ¿Cómo es la relación con (a) (die van jou)?
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in voor de vorm die tussen haakjes staat.
Kies bij deze zin de predicatieve vorm (ná of zonder het zelfstandig naamwoord).
Un amigo (a) (van mij) ha publicado un libro.
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in voor de vorm die tussen haakjes staat.
Kies bij deze zin de predicatieve vorm (ná of zonder het zelfstandig naamwoord).
Una casa (a) (van ons) ha sido vendida.
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in voor de vorm die tussen haakjes staat.
Kies bij deze zin de predicatieve vorm (ná of zonder het zelfstandig naamwoord).
¿De quién son estos papeles? Creo que son (a) (van hem).
