Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bezittelijke voornaamwoorden

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Hij heeft een pen. Het is (a)   pen.

2.

Zij heeft een gom. Het is (a)   gom.

3.

Ik heb een boek. Het is (a)   boek.

4.

Je hebt een auto. Het is (a)   auto.

5.

Jij hebt een banaan. Het is (a)   banaan.

6.

Hij heeft een potlood. Het is (a)   potlood.

7.

Ik heb een slijper. Het is (a)   slijper.

8.

Zij heeft oorbellen. Het zijn (a)   oorbellen.

9.

Jij hebt schoenen. Het zijn (a)   schoenen.

10.

Ik heb appels. Het zijn (a)   appels.