wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Match 5 - Thema 4 - Keuzestress

Total questions: 25

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Meneer Kinsabil wil een onderzoek voeren naar keuzestress bij het kiezen van een gerecht. Hij stuurt hiervoor een enquête naar alle leerlingen van zijn school. Van de 1836 leerlingen hebben 1012 leerlingen de enquête ingevuld.

Hoeveel procent van de schoolpopulatie vulde de enquête in? Rond af tot op een eenheid.

(a)  

2.

Meneer Kinsabil wil een onderzoek voeren naar keuzestress bij het kiezen van een gerecht. Hij stuurt hiervoor een enquête naar alle leerlingen van zijn school. Van de 1836 leerlingen hebben 1012 leerlingen de enquête ingevuld.

Uit welke graad kwam de grootste respons?

a)

1e graad

b)

2e graad

c)

3e graad

d)

gelijk verdeeld over de graden

3.

Meneer Kinsabil wil een onderzoek voeren naar keuzestress bij het kiezen van een gerecht. Hij stuurt hiervoor een enquête naar alle leerlingen van zijn school. Van de 1836 leerlingen hebben 1012 leerlingen de enquête ingevuld.

Wat kan je besluiten over de respons van het onderzoek?

a)

de respons van het onderzoek is voldoende groot om een betrouwbare uitspraak te doen

b)

de respons van het onderzoek is te klein om een betrouwbare uitspraak te doen

4.

Meneer Kinsabil wil een onderzoek voeren naar keuzestress bij het kiezen van een gerecht. Hij stuurt hiervoor een enquête naar alle leerlingen van zijn school. Van de 1836 leerlingen hebben 1012 leerlingen de enquête ingevuld.


Duid de juiste uitspraak aan.

a)

De populatie van het onderzoek is 1 012 leerlingen uit de school van meneer Kinsabil.

b)

De populatie van het onderzoek is de school van meneer Kinsabil.

c)

De populatie van het onderzoek is de schoolgaande Vlaamse jongeren.

5.

Meneer Kinsabil wil een onderzoek voeren naar keuzestress bij het kiezen van een gerecht. Hij stuurt hiervoor een enquête naar alle leerlingen van zijn school. Van de 1836 leerlingen hebben 1012 leerlingen de enquête ingevuld.


Hoeveel procent van de leerlingen uit de 3e graad ervaart altijd keuzestress? Rond af tot op een eenheid.

(a)  

6.

Bestudeer de grafische voorstelling.

Er werden in totaal 11 043 leerlingen uit verschillende Vlaamse scholen geselecteerd om deel te nemen aan het onderzoek. Door afwezigheid of onvolledigheid werden slechts de antwoorden van 7 878 leerlingen opgenomen in dit resultaat.

"Vlaamse jongeren tussen 13 en 18 jaar" is dit de populatie of de steekproef? Duid het juiste antwoord aan.

a)

populatie

b)

steekproef

7.

Bestudeer de grafische voorstelling.

Er werden in totaal 11 043 leerlingen uit verschillende Vlaamse scholen geselecteerd om deel te nemen aan het onderzoek. Door afwezigheid of onvolledigheid werden slechts de antwoorden van 7 878 leerlingen opgenomen in dit resultaat.

Is dit onderzoek representatief? Duid het juiste antwoord aan. (Denk aan de voorwaarden!)

a)

ja

b)

nee

8.

Bestudeer de grafische voorstelling.

"6 000 meerderjarige inwoners van het Vlaamse Gewest van 18 jaar en ouder" is dit de populatie of de steekproef? Duid het juiste antwoord aan.

a)

populatie

b)

steekproef

9.

In de jeugdbeweging leerde Wouter het dobbelspel Chapeau spelen. Hij snapt weinig van deze variant op poker, waarbij er gespeeld wordt met vijf speciale dobbelstenen en besluit wat meer informatie op te zoeken over dit kansenspel. Hij vindt online volgende kansberekeningen.

Op welke combinatie heb je het meeste kans?

a)

een singleton

b)

een paar

c)

een full house

d)

een three of a kind

e)

een dubbel paar

10.

Bestudeer de grafische voorstelling.

Bereken de relatieve frequentie voor "politieke mening geuit op sociale media". Rond af tot op een honderdste.

(a)  

11.

In de jeugdbeweging leerde Wouter het dobbelspel Chapeau spelen. Hij snapt weinig van deze variant op poker, waarbij er gespeeld wordt met vijf speciale dobbelstenen en besluit wat meer informatie op te zoeken over dit kansenspel. Hij vindt online volgende kansberekeningen.

Hoeveel mogelijke combinaties kan je gooien met twee verschillende dobbelstenen?

(a)  

12.

In de jeugdbeweging leerde Wouter het dobbelspel Chapeau spelen. Hij snapt weinig van deze variant op poker, waarbij er gespeeld wordt met vijf speciale dobbelstenen en besluit wat meer informatie op te zoeken over dit kansenspel. Hij vindt online volgende kansberekeningen.

Wat is de procentuele kans dat je een kleine straat gooit? Rond af tot op één honderdste.

(a)  

13.

In de jeugdbeweging leerde Wouter het dobbelspel Chapeau spelen. Hij snapt weinig van deze variant op poker, waarbij er gespeeld wordt met vijf speciale dobbelstenen en besluit wat meer informatie op te zoeken over dit kansenspel. Hij vindt online volgende kansberekeningen.

Hoeveel mogelijke combinaties kan je gooien met twee verschillende dobbelstenen?

(a)  

14.

In het stengelbladdiagram staan de leeftijden van alle werknemers
van deze McDonald's weergegeven.

Hoeveel vijftigers werken in deze supermarkt?

a)

1

b)

geen

c)

3

d)

5

15.

In het stengelbladdiagram staan de leeftijden van alle werknemers
van deze McDonald's weergegeven.

Wat is de leeftijd van de oudste werknemer?

(a)  

16.

In het stengelbladdiagram staan de leeftijden van alle werknemers
van deze McDonald's weergegeven.

Bereken de gemiddelde leeftijd. Rond af tot op een eenheid.

(a)  

17.

In het stengelbladdiagram staan de leeftijden van alle werknemers
van deze McDonald's weergegeven.

Bereken de mediaan.

(a)  

18.

In het stengelbladdiagram worden de leeftijden van alle werknemers van een supermarkt weergegeven.

Bereken het gemiddelde. Rond af tot op een eenheid.

(a)  

19.

In het stengelbladdiagram worden de leeftijden van alle werknemers van een supermarkt weergegeven.

Wat is de mediaan van de leeftijden?

(a)  

20.

In het stengelbladdiagram worden de leeftijden van alle werknemers van een supermarkt weergegeven.

Wat is de variatiebreedte van de leeftijden?

(a)  

21.

In het puntenboek van Mr. Smeyers zijn dit de resultaten op de laatste test voor Engels op 15.

Bereken de variatiebreedte.

(a)  

22.

Bestudeer de grafiek.

Duid aan van welke misleiding(en) er sprake is.

a)

Is de ijking aanwezig?

b)

Zijn de assen chronologisch geordend?

c)

Is er sprake van gezichtsbedrog door 3D?

d)

Begint de verticale as op nul?

e)

Zijn de stappen op de assen gelijkmatig verdeeld?

23.

Bestudeer de grafiek.

Duid aan van welke misleiding(en) er sprake is.

a)

Is de ijking aanwezig?

b)

Zijn de assen chronologisch geordend?

c)

Is er sprake van gezichtsbedrog door 3D?

d)

Begint de verticale as op nul?

e)

Zijn de stappen op de assen gelijkmatig verdeeld?

24.

Bestudeer de grafiek.

Duid aan van welke misleiding(en) er sprake is.

a)

Is de ijking aanwezig?

b)

Zijn de assen chronologisch geordend?

c)

Is er sprake van gezichtsbedrog door 3D?

d)

Begint de verticale as op nul?

e)

Zijn de stappen op de assen gelijkmatig verdeeld?

25.

In een drukke winkelstraat werd aan enkele mensen gevraagd of de
Rode Duivels hun volgende match zullen winnen, verliezen of gelijkspelen.
 

60 % zei winst, 20 % zei gelijkspel en 20 % zei verlies.

Welk cirkeldiagram stelt deze gegevens juist voor? Duid aan.

a)

b)

c)