Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammar U1

Total questions: 50

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

Emma loves reading Harry Potter books

(a)  

2.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

My sisters have the same colour hair as me.

(a)  

3.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

That bird looks hurt.

(a)  

4.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

My family and I have been going to France since I was a baby

(a)  

5.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

My house burned down this summer.

(a)  

6.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

Cats and dogs often don't like each other.

(a)  

7.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

Our car broke down on the highway.

(a)  

8.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

Jane is my best friend.

(a)  

9.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

Mr Smith is my neighbour.

(a)  

10.

Persoonlijke voornaamwoorden:

Voor welk persoonlijk voornaamwoord kun je de dikgedrukte woorden in de zin vervangen?

My grandparents are very grey and old.

(a)  

11.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (ik) am a big fan of Harry Styles.

(a)  

12.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (zij) are teachers at my school.

(a)  

13.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (jullie) live in London.

(a)  

14.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (hij) loves playing football with his friends.

(a)  

15.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (zij) works in a restaurant.

(a)  

16.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

This is my cat Johnny. ... (het) my favourite pet.

(a)  

17.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (wij) have studied for a test together.

(a)  

18.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (zij) are twins.

(a)  

19.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (jij) are my favourite person!

(a)  

20.

Persoonlijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

This is my favourite picture of ... (jij)

(a)  

21.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

Meet ... (mijn) brother, Harry.

(a)  

22.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (zijn) mother always walks him to school.

(a)  

23.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

I like ... (jouw) new phone!

(a)  

24.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (onze) dog has a broken leg.

(a)  

25.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

The cat licks ... (zijn/haar) tail.

(a)  

26.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

My sister and I love ... (onze) grandma.

(a)  

27.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (hun) pizza is the best in town.

(a)  

28.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

Is this ... (jouw) car?

(a)  

29.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (zijn) stuff is all over the living room.

(a)  

30.

Bezittelijke voornaamwoorden: Vertaal het woord tussen haakjes.

... (haar) cat is super agressive.

(a)  

31.

"To be" - Kies uit am/are/is.

I ... fourteen years old.

(a)  

32.

"To be" - Kies uit am/are/is.

You ... doing great.

(a)  

33.

"To be" - Kies uit am/are/is.

He ... a great football player.

(a)  

34.

"To be" - Kies uit am/are/is.

Kayla ... my favourite coworker.

(a)  

35.

"To be" - Kies uit am/are/is.

The cat ... missing.

(a)  

36.

"To be" - Maak de zinnen ontkennend.

We ... ... friends anymore.

(a)  

37.

"To be" - Maak de zinnen ontkennend.

I ... ... baking pancakes.

(a)  

38.

"To be" - Maak de zinnen ontkennend.

The winter ... ... my favourite season.

(a)  

39.

"To be" - Maak de zinnen ontkennend.

I ... ... going outside when it rains.

(a)  

40.

"To be" - Maak de zinnen ontkennend.

You ... ... feeling great.

(a)  

41.

"To be" - Maak een vraagzin van de volgende zinnen. Vergeet het vraagteken niet.

Luna is nervous for her test.



(a)  

42.

"To be" - Maak een vraagzin van de volgende zinnen. Vergeet het vraagteken niet.

He is a bit of a nerd.

(a)  

43.

"To be" - Maak een vraagzin van de volgende zinnen. Vergeet het vraagteken niet.

His favourite drink is coffee.

(a)  

44.

"To be" - Maak een vraagzin van de volgende zinnen. Vergeet het vraagteken niet.

We are going to Spain.

(a)  

45.

"To be" - Maak een vraagzin van de volgende zinnen. Vergeet het vraagteken niet.

They are celebrating their birthdays.

(a)  

46.

‘Zijn’: to be

Maak de Engelse zinnen compleet met vormen van to be.

Kijk goed of je een bevestigende, ontkennende of vragende zin moet maken.

The girls (a)   from the Netherlands, but from Germany.

47.

‘Zijn’: to be

Maak de Engelse zinnen compleet met vormen van to be.

Kijk goed of je een bevestigende, ontkennende of vragende zin moet maken.

... Ricky a sports fan?

(a)  

48.

‘Zijn’: to be

Maak de Engelse zinnen compleet met vormen van to be.

Kijk goed of je een bevestigende, ontkennende of vragende zin moet maken.

Josh lives in Amsterdam, so he ... from the Netherlands.

(a)  

49.

‘Zijn’: to be

Maak de Engelse zinnen compleet met vormen van to be.

Kijk goed of je een bevestigende, ontkennende of vragende zin moet maken.

His favourite colour ... yellow, he likes red better.

(a)  

50.

‘Zijn’: to be

Maak de Engelse zinnen compleet met vormen van to be.

Kijk goed of je een bevestigende, ontkennende of vragende zin moet maken.

It ... my birthday tomorrow. I will be fourteen then.

(a)