wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nask2 mavo4 H9

Total questions: 42

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het elementsymbool van ijzer

a)

Fe2

b)

IJ

c)

Fe

2.
De reactie 2 CuO(s) --> 2 Cu(s) + O2(g) is een
a)
verbrandingsreactie
b)
ontledingsreactie
3.
Waarmee kan je water aantonen?
a)
Wit kopersulfaat 
b)
Jood
c)
Kalkwater
d)
Wit kopersulfaat en custardpoeder
4.

Lood werd altijd gebruikt voor waterleidingen, waarom tegenwoordig niet meer?

a)

Lood is buigzaam

b)

Lood is poreus

c)

Lood is te zwaar

d)

Lood is giftig

5.

Wat is een legering?

a)

Dit is een mengsel van twee metalen

b)

Dit is een mengsel van een metaal met een kunststof

c)

Dit is een zuivere vorm van een kunststof

d)

Dit is een materiaal die kunststoffen harder maakt

6.

waaruit bestaat een polymeer?

a)

Meerdere atoomsoorten

b)

een keten van monomeren

c)

een keten van moleculen

d)

cirkelvormige molecuulketens

7.

Welke van de onderstaande termen zijn plastic soorten

a)

Thermoplast

b)

Thermozachter

c)

Thermoplex

d)

Elastomeer

8.
Een thermoharder wordt zacht als je hem verwarmt
a)
waar
b)
niet waar
9.
je kunt een thermoplast makkelijk buigen
a)
waar
b)
niet waar
10.
Bij verbranding van kunststoffen kunnen kankerverwekkende stoffen ontstaan
a)
waar
b)
niet waar
11.
Onedele metalen vind je als zuivere stoffen in de grond
a)
waar
b)
niet waar
12.
In roestvast staal zit aluminium
a)
waar
b)
niet waar
13.

Wat is een legering?

a)

Dit is een mengsel van twee metalen

b)

Dit is een mengsel van een metaal met een kunststof

c)

Dit is een zuivere vorm van een kunststof

d)

Dit is een materiaal die kunststoffen harder maakt

14.
Wat is geen stofeigenschap?
a)
grootte
b)
magnetisme
c)
kleur
d)
geur
15.
Welke elementen vindt je in een koolwaterstof?
a)
C
b)
O
c)
H
d)
N
16.
Thermoplasten
a)
kun je vervormen als je ze opwarmt
b)
ontleden als je ze opwarmt
17.
Wat zijn fossiele brandstoffen?
a)
Gesteente met kleine holtes waarin aardolie en aardgas opgeslagen kan worden
b)
Energiebronnen die zijn ontstaan uit resten van planten en dieren
18.
Na (s) + O2 (g) → Na2O (s)
a)
2 Na (s) + 2 O2 (g) → 2 Na2O (s)
b)
2 Na (s) + 4 O2 (g) → 4 Na2O (s)
c)
4 Na (s) + 2 O2 (g) → 2 Na2O (s)
d)
4 Na (s) + O2 (g) → 2 Na2O (s)
19.
P2O3 (s) → P (s) + O2 (g)
a)
2 P2O3 (s) → 4 P (s) + 2 O2 (g)
b)
2 P2O3 (s) → 2 P (s) + 2 O2 (g)
c)
P2O3 (s) → P (s) + O2 (g)
d)
2 P2O3 (s) → 4 P (s) + 3 O2 (g)
20.

Hoeveel verschillende moleculen zie je in deze afbeelding?

a)

3

b)

6

c)

14

d)

17

21.

Deel A heet het

a)

Filtraat

b)

Destilaat

c)

Residu

d)

Suspensie

22.

Van welke scheidingsmethode zie je hierin afgebeeld?

a)

Bezinken

b)

Bezinken en afschenken

c)

Filtreren

d)

Indampen

23.

Welke twee scheidingsmethoden zie je in de afbeelding?

a)

Extraheren en filtreren

b)

Indampen en extraheren

c)

Sorteren en extraheren

d)

Destilleren en filteren

24.
O2(g) is een niet-ontleedbare stof
a)
waar
b)
niet waar
25.

bij deze stoffen

a)

Is links is zuiver en rechts niet

b)

zijn beide zuiver

c)

Is rechts zuiver en links niet

d)

Zijn beide niet zuiver

26.
fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die altijd voorradig zijn.
a)
fout
b)
juist
27.

aardolie en aardgas bestaan voornamelijk uit

a)

koolstof- en waterstofatomen

b)

koolstof- en natriumatomen

c)

waterstof- en natriumatomen

28.

waar komt de naam koolwaterstoffen vandaan?

a)

het zijn vloeibare koolstoffen

b)

voor de reactie zijn er koolstofatomen en na de reactie waterstofatomen

c)

die stoffen bestaan (voornamelijk) uit koolstof en waterstof atomen.

29.

Wanneer ik ijzer verbrand ontstaat er...?

a)

oxide

b)

water

c)

ijzeroxide

d)

koolstofdioxide

30.

wat is er nodig voor een verbrandingsreactie

a)

zuurstof en brandstof

b)

O2 en brandstof

c)

O2, brandstof en ontbrandingstemperatuur

d)

koolwaterstof, brandstof en ontbrandingstemperatuur

31.

Wat betekent dit pictogram?

a)

ontvlambaar

b)

Giftig

c)

oxiderend

d)

Corrosief

32.

Wat betekent dit pictogram?

a)

oxiderend

b)

giftig

c)

explosief

d)

ontvlambaar

33.

Wat betekent volgend symbool?

a)

brandbaar

b)

explosief

c)

giftig

d)

corrosief

34.

Zijn de stralingen van radioactief materiaal schadelijk?

a)

Ja

b)

Nee

35.

Wat is de juiste volgorde van doordringend vermogen van de volgende straling van klein naar groot

a)

Alfa, Beta, Gamma

b)

Alfa, Gamma, Beta

c)

Gamma, Alfa, Beta,

d)

Beta, Alfa, Gamma

36.

Bij het zuiveren van rioolwater wordt gebruik gemaakt van extraheren en filtreren

Waar of niet waar?

a)
Niet waar
b)
Waar
37.

Waarvoor worden bacteriën gebruikt bij het zuiveren van rioolwater?

a)
Bacteriën verhogen de temperatuur van rioolwater.
b)
Bacteriën produceren energie uit rioolwater.
c)
Bacteriën maken rioolwater schoon door chemicaliën toe te voegen.
d)
Bacteriën breken organisch afval af in rioolwater.
38.

Wat is een voordeel van kunststoffen?

a)
Zwaar en moeilijk te verwerken.
b)
Beperkte toepassingen en duur.
c)
Slecht voor het milieu en niet recyclebaar.
d)
Lichtgewicht en veelzijdig in toepassingen.
39.

Door vinylchloride te polymeriseren ontstaat polyvinylchloride. Dit noemen we ook PVC

Wat is PVC?

a)

een polymeer

b)

een monomeer

c)

een legering

d)

een fractie

40.

Diesel wordt gemaakt uit aardolie.
Uit welke fractie van aardolie wordt diesel gemaakt?

a)

benzine

b)

gasolie

c)

residu

d)

Nafta

41.

Ik heb een ketting die van 70% goud is gemaakt.

Hoeveel karaat goud is dat?

a)
16.8 karaat
b)
14 karaat
c)
18 karaat
d)
12 karaat
42.

Welke scheidingsmethoden wordt er hier uitgebeeld?

a)

Filtreren

b)

Destilleren

c)

Extraheren

d)

Bezinken en afschenken