wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

dierlijke en plantaardige cellen met celkern

Total questions: 56

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Een weefsel is een

a)

Groep cellen dat bij elkaar ligt

b)

Groep cellen met dezelfde vorm

c)

Groep cellen met dezelfde functie

d)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie

2.

De bouwstenen van een organisme noemen we

a)

de celkern

b)

organen

c)

cellen

d)

weefsels

3.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

4.

Het kernmembraan is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

6

e)

7

5.

De celwand is aangegeven met

a)

1

b)

3

c)

5

d)

6

e)

7

6.

Dit onderdeel van een plantaardige cel zorgt o.a. voor opslag van stoffen

a)

celkern

b)

bladgroenkorrel

c)

vacuole

d)

cytoplasma

7.

Plantaardige cellen hebben een celmembraan en dierlijke cellen niet

a)

juist

b)

onjuist

8.

Lange dunne draden in de celkern noemen we

a)

chromosomen

b)

DNA

c)

Basen

d)

genen

9.

Je oogkleur erf je van je ouders, dit noem je een

a)

erfelijkheid

b)

overerving

c)

erfelijke eigenschap

d)

chromosoom

10.

Welke van deze onderdelen hebben dierlijke cellen niet?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

11.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

12.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

13.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

15.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

16.

Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.

Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.

Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?

a)

een celkern

b)

een celmembraan

c)

een celwand

17.

Bij dierlijke cellen zorgt de celwand voor stevigheid

a)

goed

b)

fout

18.
Pim heeft een broertje Thijs en een zusje Anna.  Hebben Pim, Thijs en Anna hetzelfde DNA? 
a)
juist
b)
onjuist
19.
Heeft een lichaamscel van een mens 46 chromosomen?
a)
juist
b)
onjuist
20.
Verandert bij celdeling de informatie voor erfelijke eigenschappen? 
a)
juist
b)
onjuist
21.

In welke fase ontstaan er tussen de kernen van beide dochtercellen twee celmembranen?

Het cytoplasma van beide dochtercellen wordt hierdoor gescheiden.

a)

Fase 1

b)

Fase 2

c)

Fase 3

d)

Fase 4

e)

Fase 5

22.

Vinden in het lichaam van een ouder persoon celdelingen plaats?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Dat kun je niet weten

23.

Waar precies bevinden zich de chromosomen in het lichaam van een mens?

a)

In het lichaam

b)

In de spieren

c)

In de cel

d)

In de celkern

24.

Marieke heeft blauwe ogen. De oogkleur is een erfelijke eigenschap. Welke stof in een lichaamscel bevat de informatie voor deze eigenschap?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

DNA

d)

Eiwit

25.
Dochtercellen ontvangen alle erfelijke eigenschappen van de moedercel.
a)
Waar
b)
Niet waar
26.
Een cel gaat delen. In welk antwoord staan de stappen in de juiste volgorde als een cel gaat delen?
a)
plasmagroei - celdeling - kerndeling
b)
kerndeling - plasmagroei - celdeling
c)
celdeling - kerndeling - plasmagroei
d)
kerndeling - celdeling - plasmagroei
27.

Chromosomen zitten in ...............

a)

Het DNA

b)

de genen

c)

de celkern

28.

Wat zijn chromosomen?

a)

Langgerekte draden die grotendeels uit DNA bestaan.

b)

DNA

c)

Stukjes van het DNA met een specifieke eigenschap.

29.

Verandert bij celdeling de informatie voor erfelijke eigenschappen?

a)

ja

b)

nee

30.

Hoeveel chromosomen heeft een cel van de maagwand?

a)

2

b)

23

c)

46

d)

Dat kun je niet weten

31.

Opening aan de onderkant van een blad noemen we

a)

mondjes

b)

poriën

c)

bladporiën

d)

huidmontjes

32.
Bouw van een cel van buiten naar binnen
a)
celmembraan, organellen, cytoplasma
b)
cytoplasma, organellen, celmembraan
c)
celmembraan, cytoplasma, organellen
33.

14 is de

a)

celwand

b)

celmembraam

c)

cytoplasma

d)

bladgroenkorrel

34.

Welk orgaan is nummer 1?

a)

Slokdarm

b)

Luchtpijp

c)

Aorta

d)

Longen

35.

Wat is orgaan 5?

(a)  

36.

Welk orgaan is nummer 10?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Nier

d)

Milt

37.

Welk deel van het wortelstelsel neemt als eerste water op uit de bodem?

a)

Hoofdwortel

b)

zijwortel

c)

wortelhaartjes

d)

De stam

38.

Waar vind fotosynthese plaats in het blad?

a)

In de steel

b)

In alle groene delen

c)

In de hoofdnerf

d)

In de zijnerven

39.

Wat is de juiste richting van het vatenstelsel in een plant? (2 antwoorden zijn goed)

a)

Water vanaf de wortels naar alle delen van de plant

b)

Glucose vanaf de wortels naar alle delen van de plant

c)

Glucose vanaf de bladeren naar alle delen van de plant

d)

Water vanaf de bladeren naar alle delen van de plant

40.

cellen kun je met het blote oog zien, waar of niet waar? (antwoord in kleine letters)

(a)  

41.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

42.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

43.

Welk deel van de cel wordt met de letter D aangeduid?

(a)  

44.

Welk deel van de cel wordt met de letter F aangeduid?

(a)  

45.

Een celkern bevat de complete informatie voor alle erfelijke eigenschappen.

a)

Juist

b)

Onjuist

46.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
47.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
48.

In de dwarsdoorsnede van de torso is nummer 4 ...

a)

het hart

b)

de long

c)

de ruggewervel

d)

de slokdarm

49.

Als we praten over een maag, is dat dan een ..

a)

organisme?

b)

orgaan?

c)

cel?

d)

weefsel?

50.

Je ziet hier cellen van een organisme. Welke soort cellen zie je?

a)

dierlijke cellen

b)

plantaardige cellen

51.

Waar precies bevinden zich de chromosomen in het lichaam van een mens?

a)

In het lichaam

b)

In de spieren

c)

In de cel

d)

In de celkern

52.

Wat is het nut van mitose?

a)

Het maken van (nieuwe) geslachtscellen

b)

Het maken van (nieuwe) lichaamscellen

c)

Het vernietigen van oude en beschadigde cellen

d)

Het verdelen van cellen door je lichaam

53.

In de afbeelding is een aantal organen in de borst- en buikholte van een man weergegeven. Van welke twee orgaanstelsels zijn delen in de buikholte getekend?

a)

van het uitscheidingsstelsel en van het verteringsstelsel

b)

van het uitscheidingsstelsel en van het voortplantingsstelsel

c)

van het verteringsstelsel en van het voortplantingsstelsel

54.

In de afbeelding zie je een foto van een cel met een celkern.


Vindt er celdeling plaats in deze cel?

En welke uitleg klopt bij het antwoord?

a)

Ja , de chromosomen zijn zichtbaar

b)

Ja, de chromosomen zijn niet zichtbaar

c)

Nee, de chromosomen zijn zichtbaar

d)

Nee, de chromosomen zijn niet zichtbaar

55.

Planten zijn heel belangrijke organismen. Zij zijn in staat om zuurstof en voeding in de vorm van glucose te maken. Dit proces heet..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

56.

Wat is celplasma?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet