wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test jezelf - Nederlands - Argumentatiefouten

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Een politicus zegt: "We moeten deze nieuwe wet aannemen, want iedereen weet dat het beter is voor het land." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Ongeoorloofde veralgemening

b)

Cirkelredenering

c)

Appels met peren vergelijken

d)

Emotionele chantage

2.

Een politicus zegt: "Ik ben tegen belastingverhogingen, omdat belastingverhogingen niet goed zijn voor de economie." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Bedenkelijke autoriteit

b)

Cirkelredenering

c)

Onjuist oorzaak-gevolgverband

d)

Rechtpraten wat krom is

3.

Een politicus zegt tegen een tegenstander: "U kunt dit voorstel niet verdedigen, want u bent zelf nooit een gewone werknemer geweest." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Ongeoorloofde veralgemening

b)

Op de man spelen

c)

Emotionele chantage

d)

Onjuist oorzaak-gevolgverband

4.

Een politicus stelt: "De economie ging achteruit nadat we een nieuwe premier kregen, dus het is zijn schuld." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Rechtpraten wat krom is

b)

Emotionele chantage

c)

Onjuist oorzaak-gevolgverband

d)

Bedenkelijke autoriteit

5.

Een politicus zegt: "We moeten de benzineprijzen verhogen, want elektrische auto's rijden ook niet gratis." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Appels met peren vergelijken

b)

Ongeoorloofde veralgemening

c)

Bedenkelijke autoriteit

d)

Feiten en meningen niet uit elkaar houden

6.

Een politicus zegt: "Als je niet voor dit wetsvoorstel stemt, ben je tegen de veiligheid van onze kinderen." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Onjuist oorzaak-gevolgverband

b)

Emotionele chantage

c)

Appels met peren vergelijken

d)

Ongeoorloofde veralgemening

7.

Een politicus zegt: "Dit plan is goed, want professor X zei dat het werkt, en hij heeft er verstand van, zelfs al is hij geen econoom." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Ongeoorloofde veralgemening

b)

Bedenkelijke autoriteit

c)

Rechtpraten wat krom is

d)

Feiten en meningen niet uit elkaar houden

8.

Een politicus zegt: "Het is niet erg dat dit budget is overschreden, want dat gebeurt altijd." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Cirkelredenering

b)

Rechtpraten wat krom is

c)

Emotionele chantage

d)

Feiten en meningen niet uit elkaar houden

9.

Een politicus zegt: "De inflatie is een probleem, want dat vindt de meerderheid van de bevolking." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Bedenkelijke autoriteit

b)

Ongeoorloofde veralgemening

c)

Feiten en meningen niet uit elkaar houden

d)

Cirkelredenering

10.

Een politicus stelt: "Als deze partij aan de macht blijft, zal het land failliet gaan." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Emotionele chantage

b)

Ongeoorloofde veralgemening

c)

Onjuist oorzaak-gevolgverband

d)

Op de man spelen

11.

Een klasgenoot zegt: "Iedereen haat de nieuwe schoolregels." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Ongeoorloofde veralgemening

b)

Cirkelredenering

c)

Emotionele chantage

d)

Feiten en meningen niet uit elkaar houden

12.

Een vriend zegt: "Ik ben de slimste, want ik ben beter dan jij in alles." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Cirkelredenering

b)

Rechtpraten wat krom is

c)

Op de man spelen

d)

Emotionele chantage

13.

Een leerling zegt: "Jij snapt niks van wiskunde, dus je mening over het huiswerk telt niet mee." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Appels met peren vergelijken

b)

Ongeoorloofde veralgemening

c)

Op de man spelen

d)

Bedenkelijke autoriteit

14.

Een leerling zegt: "De leraar heeft iets tegen mij, want ik had weer een slecht cijfer." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Emotionele chantage

b)

Onjuist oorzaak-gevolgverband

c)

Cirkelredenering

d)

Feiten en meningen niet uit elkaar houden

15.

Een vriend zegt: "Ik heb die toets slecht gemaakt, maar gelukkig was het niet mijn schuld." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Rechtpraten wat krom is

b)

Appels met peren vergelijken

c)

Emotionele chantage

d)

Ongeoorloofde veralgemening

16.

Een leerling zegt: "Mijn moeder vindt deze docent slecht, dus dat is waar." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Bedenkelijke autoriteit

b)

Feiten en meningen niet uit elkaar houden

c)

Ongeoorloofde veralgemening

d)

Emotionele chantage

17.

Een leerling zegt: "Je moet met ons meegaan naar dat feestje, anders ben je geen echte vriend." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Op de man spelen

b)

Appels met peren vergelijken

c)

Emotionele chantage

d)

Cirkelredenering

18.

Een vriend zegt: "Het is echt koud, want iedereen zegt het." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Feiten en meningen niet uit elkaar houden

b)

Cirkelredenering

c)

Ongeoorloofde veralgemening

d)

Bedenkelijke autoriteit

19.

Een leerling zegt: "Die nieuwe snack in de kantine moet wel lekker zijn, want ik heb gisteren ook iets lekkers gegeten." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Appels met peren vergelijken

b)

Rechtpraten wat krom is

c)

Ongeoorloofde veralgemening

d)

Onjuist oorzaak-gevolgverband

20.

Een vriend zegt: "We hebben allemaal een slecht cijfer gehaald, dus het is de schuld van de leraar." Welke argumentatiefout wordt hier gemaakt?

a)

Bedenkelijke autoriteit

b)

Rechtpraten wat krom is

c)

Ongeoorloofde veralgemening

d)

Onjuist oorzaak-gevolgverband