WorksheetsDuratief
Total questions: 10
Worksheet time: 8mins
Het duratief gebruik je om te zeggen wat je...
doet.
deed.
aan het doen bent.
hebt gedaan.
Duratief: structuur:
Infinitief + aan het + subject.
Subject + een vorm van 'zijn' + aan het + infinitief.
Een vorm van 'zijn' + aan het + infinitief + subject.
Subject + aan het + infinitief.
Welke zin is correct in de duratief vorm?
Ik ben aan het lezen.
Ik lees.
Ik was lezen.
Ik heb gelezen.
Wanneer gebruik je de duratief vorm?
Als je iets altijd doet.
Als je iets in het verleden hebt gedaan.
Als je iets nu aan het doen bent.
Als je iets in de toekomst gaat doen.
Hij ... snoep aan het kopen.
(a)
Ik ... aan het werken.
(a)
Wij ... aan het studeren.
(a)
Jij ... aan het eten.
(a)
Maak een correcte zin. (De zin start met een HOOFDLETTER en stopt met een punt.)
aan het - zij - rijden - zijn
(a)
Duratief = OK?
Ja.
Ik heb geen vragen meer.
Nee.
Ik heb nog vragen.
