wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

thema 2 lj 1 organen en cellen

Total questions: 36

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.

Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.

Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?

a)

een celkern

b)

een celmembraan

c)

een celwand

2.

Bij dierlijke cellen zorgt de celwand voor stevigheid

a)

goed

b)

fout

3.

Waar in een plantencel bevinden zich de bladgroenkorrels?

a)

Celmembraan

b)

Celkern

c)

Cytoplasma

d)

Vacuole

4.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

5.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

6.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

7.

Welke van deze onderdelen hebben dierlijke cellen niet?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

8.

Wat is celplasma?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet

9.

Dierlijke cellen hebben bladgroenkorrels

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

11.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een eigen taak

b)

Je verteringsstelsel

c)

Je ademhalingsstelsel

d)

Een cel

12.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

14.

Waar pak je een microscoop aan vast?

a)

De statief

b)

De tubus

c)

De oculair

d)

De tafel

15.

Wat is een weefsel?

a)

Een ander woord voor orgaan

b)

Een groep organen bij elkaar

c)

Alle cellen in ons lichaam

d)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

16.

Wat voor orgaan is nummer 4?

a)

Maag

b)

Hart

c)

Lever

d)

Dunne darm

17.

Wat is nummer 5?

a)

Maag

b)

Lever

c)

Hart

d)

Dikke darm

18.

Wat is nummer 8?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Nier

19.

Welk orgaanstelsel zie je hier?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Bloedvatenstelsel

20.

Wat is de goede volgorde van de organen? (Van boven naar beneden)

a)

Stengel, blad, wortel, bloem.

b)

Bloem, blad, wortel, stengel.

c)

Bloem, stengel, blad, wortel.

d)

Stengel, bloem, blad, wortel.

21.

Wat is geen taak van wortels?

a)

Stevigheid geven

b)

Reservevoedsel opslaan

c)

Maken van voedsel door fotosynthese

d)

Water met voedingsstoffen opnemen

22.

Wat is een taak van de bladeren?

a)

Slaan reservevoedsel op

b)

Zorgen voor stevigheid

c)

Maken voedsel door fotosynthese

d)

Nemen water op

23.

Welk onderdeel is nummer 7?

a)

Tubus

b)

Revolver

c)

Oculair

d)

Statief

24.

Welk onderdeel is nummer 3?

a)

Tubus

b)

Tafel

c)

Objectieven

d)

Revolver

25.

Waarmee klem je een preparaat vast?

a)

Grote schroef

b)

Preparaatklemmen

c)

Tafel

d)

Diafragma

26.

Waarmee regel je de hoeveelheid licht die door de lenzen valt?

a)

Objectieven

b)

Lamp

c)

Diafragma

d)

Tafel

27.

Deze organen horen bij...

a)

het bloedvatenstelsel

b)

het spierstelsel

c)

het ademhalingsstelsel

d)

het verteringsstelsel

28.

Planten zijn heel belangrijke organismen. Zij zijn in staat om zuurstof en voeding in de vorm van glucose te maken. Dit proces heet..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

29.

In cellen regelt de .. alles wat er in de cel gebeuren moet.

a)

vacuole

b)

cytoplasma

c)

celkern

d)

celmembraan

30.

Je ziet hier een tekening van een appel. Is dit een ...

a)

lengte doorsnede?

b)

dwarsdoorsnede?

c)

buitenaanzicht?

31.

Je ziet hier cellen van een organisme. Welke soort cellen zie je?

a)

dierlijke cellen

b)

plantaardige cellen

32.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

Verteringsstelsel

b)

Beenderstelsel

c)

Spierenstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

33.

Geef aan wat het grootste is?

a)

Cellen

b)

Orgaanstelsel

c)

Orgaan

d)

Organisme

34.

Geef aan wat het kleinste is?

a)

Cellen

b)

Orgaanstelsel

c)

Orgaan

d)

Organisme

35.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
36.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen