Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gaswisseling

Total questions: 54

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Welk orgaan hoort niet bij het ademhalingsstelsel?

a)

slokdarm

b)

luchtpijp

c)

long

d)

bronchie

2.

Wat wordt bedoelt met onderdeel 2?

a)

luchtpijp

b)

luchtpijptakje

c)

bronchiën

d)

slokdarm

3.

Waar vindt de werkelijke gaswisseling plaats?

a)

longen

b)

longblaasje

c)

longader

d)

longslagader

4.

Noem drie voordelen van door je neus ademhalen?

(a)  

5.

Wat is de functie van ademhalen?

(a)  

6.

Als je slikt, sluit de huig de ......... af.

a)

keelholte

b)

neusholte

c)

luchtpijp

d)

slokdarm

7.

Als je slikt, sluit het strotklepje de ...... af.

a)

keelholte

b)

neusholte

c)

luchtpijp

d)

slokdarm

8.

Welke spieren spelen een grote rol bij de buikademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

9.

Welke spieren beïnvloeden de borstademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

10.

Bij de ademhaling ontspannen tussenribspieren en het middenrif. Wat gebeurt er hierdoor?

a)

Borstkas wordt groter (= inademen)

b)

Borstkas wordt groter (= uitademen)

c)

Borstkas wordt kleiner (= inademen)

d)

Borstkas wordt kleiner (= uitademen)

11.

Bij de inademing gaan de ribben en het middenrif omhoog?

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Bij de borstademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

13.

Bij de buikademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

14.

Wat is de juiste volgorde bij buikademhaling?

a)

Lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter - middenrif naar beneden

b)

middenrif naar beneden - lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter

c)

middenrif naar beneden - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

d)

binnenste tussenribspieren trekken samen - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

15.

Wat is de juiste volgorde bij borstademhaling?

a)

Lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter - middenrif naar beneden

b)

binnenste tussenribspieren trekken samen - lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter

c)

middenrif naar beneden - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

d)

binnenste tussenribspieren trekken samen - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

16.

Als je uitademt, dan gaan je ribben....

a)

naar beneden

b)

naar boven

17.

Welke organen behoren tot het ademhalingstelsel?

a)

longen

b)

bloedvaten

c)

mondholte

d)

luchtpijp

e)

zenuwen

18.

Als je uitademt, dan gaat je middenrif

a)

omhoog

b)

omlaag

19.

De ribben gaan omhoog en omlaag. Welk soort ademhaling is dit?

a)

borstademhaling

b)

buikademhaling

20.

Het middenrif ontspant en spant aan. Welk soort ademhaling is dit?

a)

borstademhaling

b)

buikademhaling

21.

In welke volgorde komt lucht de longen binnen?

a)

keelholte - luchtpijp - middenrif - luchtpijptakken - longblaasjes

b)

neusholte - luchtpijp - bronchien - longblaasjes

c)

neusholte - bronchien - luchtpijp - longblaasjes

d)

keelholte - middenrif - luchtpijp - luchtpijptak - longblaasjes

22.

De ribben gaan omlaag, het middenrif beweegt niet. Dit is de

a)

buikademhaling

b)

borstademhaling

23.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
24.
In de afbeelding zie je in het geel
a)
longen
b)
kieuwen
c)
nieren
d)
geen van de drie
25.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofdioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
26.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
27.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

28.

Welke letter geeft de luchtpijp aan?

a)

J

b)

K

29.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

30.

Het opnemen van zuurstof en het afgeven van koolstofdioxide noem je ?

a)

Gaswisseling

b)

Stofwisseling

c)

Fotosynthese

31.

Je ziet een schematische tekening van enkele longblaasjes met longhaarvaten. Drie plaatsen zijn aangegeven met P, Q en R. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.

Op welke plaats is het koolstofdioxidegehalte het hoogst?

a)

op plaats P

b)

op plaats Q

c)

op plaats R

32.

COPD is een verzamelnaam voor twee aandoeningen.

Welke aandoeningen worden aangeduid met COPD?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

longemfyseem

33.

Waarvoor zijn mensen met hooikoorts allergisch?

a)

hooi

b)

huisdieren

c)

huisstof

d)

stuifmeel/pollen

34.

In de afbeelding zie je de onderste helft van de bek en de kieuwholten van een vis.

Met welk nummer worden de kieuwplaatjes aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

35.

In de afbeelding zijn vier typen longen schematisch weergegeven.

Welke long is afkomstig van een zoogdier?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

36.

In de afbeelding zie je een deel van het ademhalingsstelsel van een insect. Wat is de naam van onderdeel 3?

(a)  

37.

Welke spieren spelen een grote rol bij de buikademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

38.

Een EHBO-er helpt een drenkeling door mond-op-mondbeademing toe te passen.

In welk deel van de luchtwegen van het slachtoffer is, tijdens het inblazen van lucht door de EHBO'er, het zuurstofgehalte het laagst?

a)

In de mondholte

b)

In de luchtpijp

c)

In de bronchiën

d)

In de longblaasjes

39.

Q-koorts is een ziekte die door geiten, runderen en schapen op de mens kan worden overgedragen. Mestdeeltjes met bacteriën worden door de lucht over een grote afstand verspreid. Mensen kunnen de ziekte oplopen door het inademen van deze mestdeeltjes.

In welk deel van de luchtwegen worden de bacteriën doorgegeven aan het bloed?

(a)  

40.

Door welke manier van ademhalen kun je tijdens het sporten de longen zo groot mogelijk maken?

a)

Door borstademhaling

b)

Door borstademhaling en buikademhaling om en om

c)

Door borstademhaling en buikademhaling tegelijkertijd

d)

Door buikademhaling

41.

Bij de hik trekken de middenrifspieren krampachtig samen. Hierdoor beweegt het middenrif ...……. (omlaag /omhoog)

(a)  

42.

Bij de hik trekken de middenrifspieren krampachtig samen. Daarbij stroomt lucht de longen...

a)

in

b)

uit

c)

aan

d)

onder

43.

Het gas dat bedoeld wordt met pijl A heet

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

stikstof

d)

koolstofmonoxide

44.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
45.

Wat is geen onderdeel van het inwendige milieu?

a)

Weefselvloeistof

b)

Slijmlaag in de longen

c)

Bloedplasma

46.

Voedsel in je darmen horen bij...

a)

Inwendig milieu

b)

Uitwendig milieu

47.

Voedingsstoffen in je bloed horen bij...

a)

Inwendig mileu

b)

Uitwendig milieu

48.

De onderdelen van de nier van buiten naar binnen zijn:

a)

Nierschors - niermerg - nierbekken

b)

Nierschors - nierbekken - niermerg

c)

Niermerg - nierbekken - nierschors

d)

Niermerg - nierschors - nierbekken

49.

Welke stof produceert de lever?

a)

Gal

b)

Maagzuur

c)

Bloedcellen

d)

Speeksel

50.

Wat hoort bij de beschrijving:

VAN inwendig milieu NAAR uitwendig milieu

a)

Uitscheiding

b)

Voedsel opnemen

c)

Reserves aanvullen

d)

Inademen

51.

Wat doen de nieren met je urine?

a)

Opslaan

b)

Uitscheiden

c)

Opnemen

52.

De lucht in je longen hoort bij het ...

a)

Inwendige milieu

b)

Uitwendige milieu

c)

Allebei

53.

Waar hoort bloed bij?

a)

Inwendig milieu

b)

Uitwendig milieu

54.

Via waar wordt urine uit ons lichaam vervoert?

a)

Urinebuis

b)

Urineleider

c)

Nierbekken

d)

Nierschors