wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

P Voltooide tijd hebben/zijn

Total questions: 20

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Ik ... een lekkere taart gebakken.

a)

heb

b)

ben

2.

Ik ... naar de markt gegaan.

a)

heb

b)

ben

3.

Ik ... mijn sleutels gevonden onder de tafel.

a)

heb

b)

ben

4.

Hij ... het huis schoongemaakt.

a)

heeft

b)

is

5.

Zij ... te laat opgestaan.

a)

heeft

b)

is

6.

Zij ... in de zee gaan zwemmen.

a)

heeft

b)

is

7.

Wij ... naar een nieuwe stad verhuisd.

(a)  

8.

Zij ... een nieuwe jurk gekocht.

(a)  

9.

Hij ... de kinderen naar school gebracht.

(a)  

10.

Wij ... naar een lange film gekeken.

(a)  

11.

Hij ... tegen de muur gebotst met zijn auto.

(a)  

12.

Hij ... op tijd op het vliegveld aangekomen.

(a)  

13.

De kat is in de boom geklommen.

a)

goed

b)

fout

14.

Hij heeft van de stoel gevallen.

a)

goed

b)

fout

15.

Zij heeft een mooie foto gemaakt.

a)

goed

b)

fout

16.

Het vliegtuig heeft naar New York gevlogen.

a)

goed

b)

fout

17.

De taart ... gebakken.

a)

is

b)

heeft

18.

De sleutels ... gevonden.

a)

zijn

b)

hebben

19.

De kinderen ... naar school gebracht.

(a)  

20.

De automobilist ... geflitst.

(a)