Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHerhaling - Ndls Horeca 1
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
In het nederlands a.u.b : sel
(a)
2.
Wat is dat?
(a)
3.
Wat is dat?
(a)
4.
Waar eet je soep mee?
(a)
5.
Wat is dat?
a)
een glas
b)
een kop
c)
een kopje met onderbeker
6.
Wilt U plat of ...?
(a)
7.
Dat is een ...
(a)
8.
Dat is ...
a)
mes,vork en lepel
b)
het bestek
c)
de zilver
9.
Waar ga je zitten?
(a)
10.
Waarop is de schotel geplaatst? Op een ...
(a)
11.
Ik neem ...
a)
de dagschotel
b)
de toog
c)
de kapstok
12.
Een aperitief met of zonder ...?
(a)
13.
Wat wenst u drinken?
a)
bier van't vat
b)
melk
c)
hoestsiroop
14.
"Ik heb 20€ fooi gekregen." Wat betoelt dat?
a)
Ik moest de rekening betalen.
b)
Ik heb extra geld voor mijn dienst gekregen.
c)
Ik moet een boete betalen.
15.
Wat eet een vegetariër niet?
a)
paddestoelen
b)
konijn
c)
vis
d)
witloof
Reset
