WorksheetsDeel 11
Total questions: 10
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Het eten 's morgens noemen we het ... .
(a)
2.
Het eten 's middags noemen we het /de ... .
(a)
3.
Het eten 's avonds noemen we het ... .
(a)
4.
Ongezond <-> ...
(a)
5.
Appel, peer, aardbeien, banaan, framboos, blauwe bessen, appelsien, ... = ...
(a)
6.
Sla, tomaat, asperges, bloemkool, wortel, ... =
(a)
7.
Bob eet 's morgens niet omdat hij geen ... heeft.
(a)
8.
Bob moet ... snoepen.
(a)
9.
Vind jij chocolade ...? Ja, ik vind chocolade ... .
(a)
10.
De Chinezen eten veel ... .
(a)
100 %
