wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VCA Hfdst. 5-7

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Mag u het werk onderbreken in geval van onmiddellijke en ernstige gevaar voor mensen?

a)

Ja, dat is uw recht.

b)

Alleen na toestemming van de verantwoordelijke persoon op de werkplek.

c)

Alleen als u eerst het gevaar meldt bij de preventie- en beschermingsdienst.

2.

Wie neemt deel aan de vergaderingen voor preventie en bescherming?

a)

Een delegatie van de werkgever, de inspectie en experts.

b)

Alle werknemers.

c)

Een delegatie van de werknemers en de werkgever, en experts.

3.

Wat is een van de verplichtingen van de werknemer?

a)

Serieuze ongevallen melden bij de arbeidsinspectie.

b)

Persoonlijke beschermingsmiddelen correct gebruiken.

c)

Een goed preventiebeleid waarborgen.

4.

Wat geven de blauwe borden met witte pictogrammen (tekeningen) aan voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen?

a)

Een waarschuwing.

b)

Een verplichting.

c)

Een aanbeveling.

5.

Wanneer wordt een blinde flens toegepast?

a)

Wanneer de toevoerleiding naar een afgesloten ruimte wordt afgesloten.

b)

Wanneer de interne verontreiniging van leidingen wordt gezuiverd.

c)

Wanneer de inhoud van een tank op het niveau wordt gecontroleerd.

6.

Voor wie zijn de algemene veiligheidsregels bedoeld?

a)

Alleen voor eigen personeel en tijdelijke werknemers.

b)

Alleen voor eigen personeel.

c)

Voor eigen werknemers, tijdelijke werknemers en andere personen in het bedrijf.

7.

Wat staat er op een werkvergunning?

a)

Advies voor de uitvoerder van een risicovolle klus.

b)

De verplichtingen opgelegd door de arbeidsinspectie.

c)

De veiligheidsmaatregelen die de uitvoerder van het werk moet nemen.

8.

Wat is een voorbeeld van een werkvergunning?

a)

Vergunning voor het plaatsen van een barrière.

b)

Vergunning voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden.

c)

Vergunning voor het lozen van afvalwater.

9.

Wat zijn de kleuren van een verplicht bord?

a)

Geel achtergrond met zwarte tekening.

b)

Rood achtergrond met witte tekening.

c)

Blauw achtergrond met witte tekening.

10.

Wat is een absolute voorwaarde voor het beveiligen van een elektrische installatie?

a)

De omgeving van de installatie is volledig afgesloten (bijv. met hekken).

b)

De stroomschakelaar is vergrendeld in de uit-stand (bijv. met een hangslot).

c)

De verantwoordelijke persoon van de afdeling is 24 uur van tevoren op de hoogte gesteld.

11.

Wat betekent dit bord?

a)

Gevaren door transportvoertuigen.

b)

Transportvoertuigen verboden.

c)

Geen doorgang voor voetgangers.

12.

Wat is een voorbeeld van een noodsituatie?

a)

Een ongecontroleerde ontsnapping van vloeistoffen.

b)

Een evacuatie-oefening.

c)

Een toename van de productie met meer dan 50%.

13.

Wat moet je doen wanneer je het alarmsignaal hoort?

a)

Je gaat via de snelste route naar het verzamelpunt.

b)

Je blijft ter plaatse totdat de hulpdiensten arriveren.

c)

Je gaat naar het verzamelpunt zoals aangegeven op het evacuatieplan.

14.

Wat is de laatste fase in een noodsituatie?

a)

Het melden van de noodsituatie.

b)

Het signaal om te beëindigen.

c)

De evacuatie van de gewonden.