Font size
WorksheetsElektriciteit 4H herhalen
Total questions: 13
Worksheet time: 30mins
Zet de passende grootheid bij het juiste symbool
Lading
R
Spanning
Q
Weerstand
I
Stroomsterkte
U
Zet de juiste grootheid bij de juiste eenheid
Weerstand
Ampère (A)
Lading
Ohm (Ω)
tijd
Coulomb (C)
Spanning
Secondes (s)
Stroomsterkte
Volt (V)
Sleep het juiste symbool naar de juiste naam
Ampèremeter
Lampje
Weerstand
Schakelaar
Gelijkspannings-bron
A
B
C
D
De stroomsterkte door een lampje is 35 mA, het lampje is aangesloten op een batterij van 6V. Bereken het vermogen van het lampje
210 W
5,8 W
0,21 W
0,17 W
Een apparaat heeft een vermogen van 2,1 kW en staat 30 minuten aan. hoeveel energie heeft het apparaat in deze 30 minuten verbruikt, geef je antwoord in kWh.
63 kWh
1,1 kWh
1,05 kWh
0,63 kWh
Een wasmachine werkt op een spanning van 230V. De stroomsterkte door de wasmachine is 8A.
Wat is het vermogen, P, van de wasmachine?
920 W
1840 W
28,75 W
0,00347 W
Welke van deze apparaten heeft de grootste weerstand?
Apparaat 1
Apparaat 2
De weerstand is bij beiden even groot
Er is niet genoeg informatie om deze vraag te beantwoorden
Bekijk de schakeling op de afbeelding. Welke bronspanning mogen we hier verwachten?
22V
44V
48V
26V
Welke stelling is juist?
