Font size
Worksheets1A krokusvakantie
Total questions: 55
Worksheet time: 33mins
Duid het bijvoeglijk naamwoord aan.
fantastisch
bureaustoel
regen
snoeit
Duid het zelfstandig naamwoord aan.
geen
lichtgevend
bloempot
ondertussen
Duid het werkwoord aan.
zouden
café
Spanje
filmfragment
Welk lidwoord ontbreekt in het rijtje: de, een, geen, ...?
(a)
Duid alle zelfstandige naamwoorden aan.
Er zijn meerdere mogelijkheden.
boekentas
kampvuur
geboeid
walgelijk
snoep
Duid alle bijvoeglijke naamwoorden aan.
Er zijn meerdere mogelijkheden.
kaal
wortel
procent
grappig
miauwen
Vul de zin aan met het best passende schooltaalwoord.
"Ik geloof niet dat veel mensen die uitspraak zullen ..."
rangschikken
ingewikkeld
appreciëren
vermijden
Vul de zin aan met het best passende schooltaalwoord.
"Voor een leerling is ...... op zijn controletaak belangrijk om uit te leren.."
fragment
feedback
rangschikking
beschrijving
Met of zonder hoofdletter?
koala
Koala
Met of zonder hoofdletter?
Nederlandse
nederlandse
Met of zonder hoofdletter?
september
September
Met of zonder hoofdletter?
moslim
Moslim
Met of zonder hoofdletter?
maandag
Maandag
Met of zonder hoofdletter(s)?
Zuid-Afrika
Zuid-afrika
zuid-afrika
zuid-Afrika
Hoeveel werkwoorden zitten er in deze zin?
"Ik zou vanavond graag willen wandelen."
1
2
3
4
Hoeveel werkwoorden zitten er in deze zin?
"De schilderijen werden teruggevonden in een ruime banketruimte"
1
2
3
4
Hoeveel werkwoorden zitten er in deze zin?
"Man uit India sleept bioscoop voor de rechter."
1
2
3
4
In welke vorm staat het onderstreepte werkwoord?
"Toen ze thuiskwam, was de deur al gesloten."
PV
IMP
VD
INF
In welke vorm staat het onderstreepte werkwoord?
"Zit nu toch eens stil!"
PV
IMP
VD
INF
In welke vorm staat het onderstreepte werkwoord?
"Wij willen een langere speeltijd!"
PV
IMP
VD
INF
In welke vorm staat het onderstreepte werkwoord?
"Waarom staarde hij de hele tijd naar mij?"
PV
IMP
VD
INF
In welke vorm staat het onderstreepte werkwoord?
"Hij wil later een reis naar Australië maken."
PV
IMP
VD
INF
In welke vorm staat het onderstreepte werkwoord?
"De hond heeft gisteren zijn bal gevonden in de tuin."
PV
IMP
VD
INF
In welke vorm staat het onderstreepte werkwoord?
"Ik heb dat verhaal toch al honderd keer verteld?"
PV
IMP
VD
INF
In welke vorm staat het onderstreepte werkwoord?
"Kun jij mij helpen om de tafel te dekken voor het avondeten?"
PV
IMP
VD
INF
Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.
"De kok (a) ( bereiden) een heerlijk gerecht voor de gasten."
Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.
"De bouwvakkers (a) (verwoesten) het oude huis."
Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.
"Mijn opa (a) (praten) altijd over toffe verhalen van vroeger."
Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.
"De schilder (a) (schilderen) een prachtig landschap."
Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.
"De arbeiders (a) (bouwen) een nieuwe brug over de rivier."
In welke vorm staat het onderwerp 'ik'?
eerste persoon enkelvoud
eerste persoon
meervoud
tweede persoon enkelvoud
tweede persoon meervoud
In welke vorm staat het onderwerp 'de huisdokter'?
eerste persoon
enkelvoud
tweede persoon enkelvoud
derde persoon enkelvoud
vierde persoon enkelvoud
Vervoeg het werkwoord in de tegenwoordige tijd.
" (a) (worden) nu toch eens volwassen, zeg!"
Van welke woordsoort is dit de definitie?
"Een ...... geeft een kenmerk of een eigenschap van het woord waar het bij hoort."
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
Van welke woordsoort is dit de definitie?
" ...... is een woord voor een mens, een dier, een plant of een ding."
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
Over welke vorm van het werkwoord gaat het?
"De ...... is de vervoegde vorm van het werkwoord. Hij kan in de verleden tijd of de tegenwoordige tijd staan."
PV
IMP
VD
INF
Over welke vorm van het werkwoord gaat het?
"Een ...... vind je vaak bij hulpwerkwoorden als moeten, kunnen, mogen, willen. Deze vorm vind je terug in het (online) woordenboek. Hij eindigt meestal op –(e)n."
PV
IMP
VD
INF
Over welke vorm van het werkwoord gaat het?
"Als er bij een hoofdwerkwoord een hulpwerkwoord 'hebben' staat, dan is het hoofdwerkwoord een ..... "
PV
IMP
VD
INF
Wat is de verleden tijd van het werkwoord 'hangen'?
hing
hieng
hangde
Wat is de verleden tijd van het werkwoord 'sluiten'?
sloot
sluitte
sluite
gesloten
Wat is de verleden tijd van het werkwoord 'duiken'
duikte
dook
diek
Wat is de verleden tijd van het werkwoord 'brengen'?
brengde
bracht
gebracht
Wat is de verleden tijd van het werkwoord 'lachen'?
lachte
loog
lachde
banaan
Met of zonder hoofdletter?
krokusvakantie
Krokusvakantie
Met of zonder hoofdletter?
Egyptisch
egyptisch
Met of zonder hoofdletter?
de maan
de Maan
Met of zonder hoofdletter?
polderstraat
Polderstraat
Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.
"Valerie (a) (kuchen) opvallend luid."
Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.
"Toen we al het bloed zagen, (a) (vrezen) we het ergste."
Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.
"Vroeger ...... (douchen) die broers drie keer per dag!"
douchte
douchde
douchten
douchden
Hoeveel zelfstandige naamwoorden zitten er in deze zin?
"Vorig weekend schoten daders in Anderlecht op een nachtwinkel."
1
2
3
4
5
Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden zitten er in deze zin?
"De nieuwe regering wil het leger groter en beter maken."
1
2
3
4
5
Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden staan er in deze zin?
"Vorige week zwom er een gewone vinvis in de Noordzee."
1
2
3
4
Hoeveel zelfstandige naamwoorden staan er in deze zin?
"Elk jaar vallen ongeveer 50 doden en 4.500 gewonden omdat chauffeurs afgeleid zijn achter het stuur."
2
3
4
5
6
Met of zonder hoofdletter?
proximusmedewerker
Proximusmedewerker
