wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema water 4TL

Total questions: 71

Worksheet time: 4hrs 32mins

Name
Class
Date
1.

Brug 1 Hoeveel procent van het waarde op aarde is zoet?

a)

3%

b)

12,5%

c)

17,5%

d)

20,5%

2.

Brug 1 Zet de begrippen op de juiste plek.

3.

Brug 1 Wat hoort wel bij de lange waterkringloop, maar niet bij de korte waterkringloop?

a)
Verdampen.
b)
Condenseren.
c)
Infiltreren.
d)
Neerslag.
4.

Brug 1 Schuif het begrip naar de juiste plek...

5.

Brug 1. Plaats de afbeelding bij het juiste begrip...

a)

1.

Irrigeren

b)

2.

Waterschaarste

c)

3.

Waterbalans

d)

4.

Sluizen

6.

Brug 2 Welke rivier hoort bij welke afbeelding...

a)

1.

regenrivier

b)

2.

gletsjerrivier

c)

3.

gemengde rivier

7.

Brug 2 De Rijn is een...

a)

Gletsjerrivier

b)

Regenrivier

c)

Gemengde rivier

8.

Brug 2 Plaats het begrip op de juiste plek in het stroomgebied van de Rijn...

9.

Brug 2 In dit deel van de rivier is de stroomsnelheid het hoogst?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

10.

Brug 2 Bekijk de afbeelding. Welke begrippen horen waar?

11.

Brug 2 Bekijk de afbeelding. Waar passen de begrippen?

12.

Brug 2 Wat is de belangrijkste oorzaak van sedimentatie in een rivier?

a)

Afbraak van rotsen

b)

Verlies van stroomsnelheid

c)

Veranderingen in de waterstand

13.

Brug 2 Waar vindt erosie en sedimentatie plaats in de rivier?

a)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = erosie

b)

buitenbocht = erosie, binnenbocht = erosie

c)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = sedimentatie

d)

binnenbocht = erosie, buitenbocht = sedimentatie

14.

Brug 2 Waar staan de cijfers van de rivierdelen juist bij de sedimenten?

a)

1 grind 2 klei 3 zand

b)

1 grind 2 zand 3 klei

c)

1 klei 2 grind 3 zand

d)

1 klei 2 zand 3 grind

15.

Brug 3. Bij de volgende activiteiten wordt er water bij het maken en/of de activiteit zelf gebruikt. Geef de volgorde van het minste naar het meeste watergebruik in Nederland...

a)

Tandenpoetsen

b)

Douchen

c)

Hamburger eten

d)

Spijkerbroek kopen

1)
2)
3)
4)
16.

Brug 3 Bekijk de afbeelding. Wanneer wordt op een normale werkdag in het algemeen het meeste water verbruikt?

a)

tussen 03.00 en 06.00 uur in de nacht

b)

tussen 06.00 en 09.00 uur in de ochtend

c)

tussen 09.00 en 12.00 uur in de ochtend

d)

tussen 12.00 en 15.00 uur in de middag

17.

Brug 3. Waardoor gaat er in de toekomst van de aarde geen waterstress ontstaan?

a)

Bevolkingsgroei

b)

Meer welvaart

c)

Klimaatverandering

d)

Alle antwoorden zijn juist

18.

Brug 3. Koppel de afbeeldingen aan het juiste begrip...

a)

1.

Fabriekswater om producten te maken

b)

2.

Regenwater opvangen

c)

3.

Koelwater

d)

4.

(Riool)zuiveringsinstallatie

19.

Brug 3 Welke vervuiling hoort waar?

20.

Brug 3. De volgende uitspraken gaan over waterkwaliteit in Nederland. Welke uitspraak is niet juist?

a)
  1. Door perioden van droogte komt het grondwater steeds dieper te zitten.

b)
  1. In ons drinkwater zitten bestrijdingsmiddelen, medicijnresten en PFAS.

c)
  1. Industrie, landbouw en inwoners vervuilen het water.

d)
  1. Veel vervuild water stroomt vanuit Nederland naar andere delen van Europa.

21.

5.1 Plaats de rivier in het juiste gebied..

22.

5.1 Welke rivier heeft het hoogste debiet?

a)

Eems zomer

b)

Eems winter

c)

Maas zomer

d)

Maas winter

23.

5.1 Vul de zin in. Op het plaatje zie je ........ van de rivier de Rijn

a)

het regiem

b)

de delta

c)

het stroomstelsel

d)

het reliëf

24.
Question Image

5.1 Koppel de zin aan het juiste begrip..

a)

De totale hoeveelheid water die een rivier afvoert op een bepaalde plek, per tijdseenheid (meestal in m3 per seconde).

1.

Debiet

b)

Het gebied aan de monding van de rivier waar het aangevoerde sediment wordt afgezet.

2.

Delta

c)

De schommelingen in de waterafvoer van een rivier gedurende een jaar.

3.

Regiem

d)

Zeewater stroomt na verdamping uit zee via wolken, neerslag, grondwater en rivieren weer terug naar zee.

4.

Waterkringloop

25.

5.1 Welke uitspraak is onjuist?

a)

De Eemsmonding voert de Eems via de Waddenzee naar de Noordzee.

b)

De Eems ontspringt in het noorden van Frankrijk.

c)

De Waal en de IJssel zijn vertakkingen van de Maas.

d)

Alle uitspraken zijn onjuist

26.

5.1 Plaats het begrip op de juiste plek...

Categorize the following

Snelstromend water

Riviermonding

Delta

Bron

Meeste sedimentatie

Gletsjerrivier

Bovenloop RIjn
Benedenloop Rijn
27.

5.1 Hoeveel goederen van de Europese Unie worden via Nederland vervoerd?

    

a)

Ruim een tiende deel

b)

Ruim een kwart

c)

Ruim de helft

d)

Ruim driekwart

28.

5.1 Welke afbeelding hoort waar? Koppel de afbeeldingen van havens aan de rivieren.

a)

1.

Rijn

b)

2.

Eems

c)

3.

Stuw

d)

4.

Sluis

29.

5.1 De afbeeldingen bij het goede begrip over de Rotterdamse haven plaatsen...

a)

1.

Belangrijkste achterland

b)

2.

Verste achterland

c)

3.

achterland rivieren van haven

d)

4.

alle routes Rotterdamse haven

30.

5.2 Bekijk de afbeelding. Welke provincie ligt eigenlijk (bijna) volledig 1 meter onder NAP?

a)

Drenthe

b)

Gelderland

c)

Zuid-Holland

d)

Noord-Brabant

31.

5.2 Sleep de begrippen naar de juiste kleur stippen..

32.

5.2. Welke afbeelding hoort het beste bij het begrip?

a)

1.

Duinwater

b)

2.

Spaarbekken

c)

3.

Oppervlaktewater

33.

5.2 Sleep de afbeeldingen naar de juiste plek...

34.

5.2 Plaats de begrippen/zinnen bij het juiste gebied...

Categorize the following

Veen en klei

Filterende werking

Brak water

Weinig zuivering nodig

Oppervlaktewater

Alleen zandgrond

Hoog-Nederland
Laag-Nederland
35.

5.2 Waarom wordt water vaak gewonnen in natuurgebieden?

a)

Om overstromingen te voorkomen.

b)

Daar leven veel mensen.

c)

Omdat het water in natuurgebieden niet/weinig vervuild is.

36.

5.2 Welke uitspraak is onjuist?

a)

Duinwater moet gezuiverd worden voordat het bij jou uit de kraan komt.

b)

Onder andere in de Biesbosch wordt water in spaarbekkens gezuiverd.

c)

Oppervlaktewater is schoner dan grondwater.

d)

Alle uitspraken zijn juist

37.

5.2 Voor boeren zijn grondwater en oppervlaktewater beide belangrijk.

Wat is het verband tussen het water in sloten (oppervlaktewater) en het grondwater?

a)

Als je het waterpeil in de sloten verhoogt, verhoogt dat ook de grondwaterstand.

b)

Als je het grondwaterwaterpeil verlaagt, verhoogt dat het waterpeil in de sloten.

c)

Als je het grondwaterwaterpeil verhoogt, verlaagt dat het waterpeil in de sloten.

38.

5.3 Koppel de omschrijving aan het juiste begrip...

a)

Extreem hoge waterstand in een rivier

1.

piekafvoer

b)

Het aanpassen aan andere omstandigheden door een veranderend klimaat.

2.

klimaatadaptatie

c)

Het doorsijpelen van water bij dijken en duinen.

3.

kwelwater

d)

Het wegspoelen of wegwaaien van de vruchtbare bovenlaag van de bodem.

4.

bodemerosie

39.

5.3 Welke afbeelding past het beste bij het begrip?

a)

1.

PIekafvoer

b)

2.

Nationaal deltaprogramma

c)

3.

Kwelwater

d)

4.

Klimaatadaptatie

40.

5.3 Wat is het doel van het Nationaal Deltaprogramma?

a)

Het verbeteren van de verkeersinfrastructuur in Nederland

b)

Het beschermen van Nederland tegen overstromingen en het versterken van dijken

c)

Het bouwen van nieuwe woningen in het westen van Nederland

d)

Het vergroten van de ruimte voor landbouw in Nederland

41.

5.3 Welke afbeelding past het beste bij 1 van de 3 doelen van het nationaal Deltaprogramma?

a)

1.

Waterveiligheid

b)

2.

Ruimtelijke adaptie

c)

3.

Zoetwatervoorziening

42.

5.3 Bescherming van NL...

43.
Question Image

5.3 Welke zin hoort bij welke aardrijkskundige dimensie?

a)

De kosten van waterbeheer en infrastructuur

1.

Economische dimensie

b)

Samenwerken met andere landen voor internationale waterveiligheid en regelgeving

2.

Politieke dimensie

c)

Burgers kiezen voor minder stenen en meer groen in de tuin

3.

Sociaal-cultureel

d)

Groene daken en in steden bieden ruimte voor vogels, bijen en vlinders.

4.

Natuurlijk

44.

6.1. Plaats de rivieren naar de juiste plek...

45.

6.1. Plaats de belangrijke waterprojecten en wateren naar de juiste plek...

46.

6.1 Welke rivier in het Midden-Oosten heeft het hoogste debiet?

a)

Jordaan

1.

Laagste debiet

b)

Tigris

2.

Gemiddelde debiet

c)

Nijl

3.

Hoogste debiet

47.

6.1 Stelling 1: de Nijl is een regenrivier

Stelling 2: alle Chinese rivieren zijn gemengde rivieren

a)

Beide zijn juist

b)

Beide zijn onjuist

c)

1 = juist

2 = onjuist

d)

1 = onjuist

2 = juist

48.

6.1 Zet de Himalaya en rivieren juist in de kaart...

49.

6.1 Het deel binnen het vetgedrukte rode kader noem je

(a)   . In het niet-vetgedrukte rode kader eindigt de rivier bij de ​ (b)  

Choose from the below words
bovenloopbovenloop
benedenloop
monding
bron
50.

6.1 Plaats de zinnen in het juiste gebied?

51.

6.2. Plaats de afbeelding bij het juiste begrip over waterverbruik...

a)

1.

aquifer

b)

2.

stuwdam

c)

3.

ontzilten

d)

4.

stuwmeer

52.

6.2 Wat is een aquifer?

a)

vernieuwbaar water

b)

ondoordringbare laag

c)

niet-vernieuwbaar of fossiel water

d)

virtueel water

53.

6.2 Plaats de begrippen in de aquifer...

54.

6.2 Waar zal water in de zomer het snelst verdampen?

a)

Egypte

b)

China

c)

Turkije

d)

Nederland

55.

6.2 Wat is geen reden voor meer waterverbruik in het Midden-Oosten?

a)

meer landbouw en industrie

b)

welvaartsgroei

c)

bevolkingsgroei

d)

klimaatverandering

56.

6.3. De Huang He heet ook wel de Gele Rivier. Geef de goede volgorde aan van het geel worden van de rivier?

a)

Bij een heuvel worden er bomen gekapt

b)

Het sediment ligt los

c)

Bij een regenbui komt er veel sediment in de rivier

1)
2)
3)
57.

6.3 Wat zijn twee negatieve gevolgen van de grote hoeveelheden löss voor de benedenloop van de Huang He?

a)

Veel ontbossing

b)

Schepen kunnen moeilijker varen

c)

Door sediment minder ruimte voor water

d)

Boeren kunnen geen water gebruiken

58.

6.3 China kent binnenlandse problemen met de Huang He (Gele Rivier). Door meerdere stuwdammen in de rivier ontstaan er meerdere problemen. Kies er twee...

a)

In het stuwmeer blijft veel sediment liggen.

b)

Verdroging in de bovenloop

c)

Overstromingen

d)

Minder irrigatiewater in de delta

59.

6.3 Wat is verzilting?

a)

Toename van het zoutgehalte in irrigatiewater.

b)

Toename van het zoutgehalte in de bodem en het water.

c)

Toename van het zoutgehalte in neerslag.

60.

6.3 Koppel de begrippen bij het juiste gebied...

Categorize the following

Last van watervervuiling in het oosten

Bodemerosie

Grootste watertekort

Modderstromen

Verzilting

Veel verdamping

Midden-Oosten
China
61.

6.4 Wat laat de afbeelding zien?

a)

Drainage

b)

Beregening

c)

Oppervlakte irrigatie

d)

Druppelirrigatie

62.

6.4. Zet de afbeeldingen van de wateroplossingen bij het juiste begrip...

a)

1.

Stuwdam

b)

2.

Red Sea-Dead Sea Project

c)

3.

Ontzilten zeewater

d)

4.

Verdamping voorkomen

63.

6.4 Bij de Drieklovendam zijn grote sluizencomplexen aangelegd.

→ Waarom zijn die sluizen nodig?

a)

Voor de vele scheepvaart op de Chang Jiang is een scheepslift niet genoeg.

b)

Om extra water door te laten, als het veel heeft geregend.

c)

Om vissen de stuwdam te kunnen laten passeren.

64.

6.4 Wat zijn 2 voordelen voor het Zuid-Noord Water Transfer project?

a)

Beter voor het milieu

b)

Snellere routes voor de scheepvaart

c)

Water voor fabrieken

d)

Meer water voor Shanghai

65.

6.5 Plaats het juiste project in het juiste land...

66.

6.5 Een voordeel van het Zuidoost-Anatoliëproject is:

a)

Verdamping

b)

Meer vissoorten

c)

Irrigatiewater

67.

6.5 Wat is geen voordeel van de Aswandam?

a)

In de benedenloop is er meer water

b)

Meer werk in de omgeving

c)

Opwekken van elektriciteit

68.

6.5. Welke van de uitspraken over de National Water Carrier (NWC) is niet waar?

a)

Het fossiele water van de NWC raakt op

b)

Het begin van de NWC is het meer van Kinneret

c)

Het water stroomt van het noorden naar het zuiden

69.

6.6 Turkije heeft 2 stuwdammen in de rivier de Eufraat gebouwd. Voor wie is dat nadelig?

a)
alleen voor Syrie
b)
voor Turkije en Irak
c)
voor Syrie en Irak
70.

6.6 Waarom kunnen stuwdammen in de Nijl voor conflicten zorgen?

a)

Het water raakt op

b)

De bouw is erg kostbaar

c)

De verdeling van het water is oneerlijk

71.

Om welk water is er een conflict rondom Israël en Palestina?

a)

Oppervlakte water

b)

Aquifer

c)

Fossiel water

d)

Alle antwoorden zijn juist