wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ZELFCHECK 2.0 M.A.R.

Total questions: 18

Worksheet time: 45mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de eerste keuze bij een massive bleeding aan een extremiteit onder CUF?

a)

Direct woundpacking uitvoeren

b)

Tourniquet plaatsen

c)

Drukverband aanleggen

2.

Welke fysiologische reactie is een duidelijk symptoom van hypovolemische shock?

a)

Verhoogde bloeddruk

b)

Versnelde hartslag

c)

Vertraagde hartslag

3.

Wat is de anatomische structuur die de luchtweg scheidt van het spijsverteringskanaal?

a)

Epiglottis/ Strotklepje

b)

Larynx/ Strottenhoofd

c)

Pharynx/ Keelholte

4.

Welk middel gebruik je om een spanningspneumothorax te behandelen in het veld?

a)

Chest seal

b)

ARS-naald

c)

Thoraxdrain

5.

Waar plaats je bij voorkeur een tourniquet bij een niet zichtbare wondlocatie onder CUF?

a)

Net boven de wond

b)

10 cm boven het gewricht

c)

Zo hoog mogelijk op de extremiteit

6.

Wat doe je eerst bij een bewusteloos slachtoffer zonder direct zichtbare bloeding?

a)

Respiration controle

b)

Ademhaling beoordelen

c)

Blood sweep uitvoeren

7.

Welke complicatie kan optreden bij het verkeerd aanbrengen van een chest seal?

a)

Spanningspneumothorax

b)

Hypotensie

c)

Bloedproppen

8.

Wat betekent de afkorting CUF binnen TCCC?

a)

Combat Under Fire

b)

Care Under Fire

c)

Critical Under Fire

9.

Bij welk symptoom moet je direct denken aan een obstructie van de luchtweg?

a)

Snurkende ademhaling

b)

Rochelende ademhaling

c)

Stinkende ademhaling

10.

Wat is de beste methode om een bloeding in de oksel of lies te behandelen?

a)

Tourniquet hight & tight

b)

Woundpacking met combat gauze

c)

Chest seal voor de thorax

11.

Wat controleer je als eerste bij het beoordelen van de ademhaling?

a)

Ademfrequentie

b)

Zuurstofsaturatie

c)

Aanwezigheid van ademhaling

12.

Welk medicijn dien je bij voorkeur toe bij ernstige pijn (NRS 7-10)?

a)

Paracetamol

b)

Ondansetron

c)

Fentanyl

13.

Wat veroorzaakt meestal een spanningspneumothorax bij trauma?

a)

Beschadigde bronchiën

b)

Bloedverlies uit een grote arterie

c)

Gebroken rib met beschadiging van de long

14.

Wat kan een mogelijk gevolg zijn van langdurig gebruik van een tourniquet?

a)

Lokale infectie op de wond

b)

Weefselschade en zenuwschade

c)

Dat de tourniquet speling krijgt

15.

Waar plaats je de ARS-naald bij een spanningspneumothorax?

a)

2e intercostale ruimte mid-claviculair

b)

4e intercostale ruimte mid-axillair

c)

1e intercostale ruimte para-sternale lijn

16.

Waarom heeft een slachtoffer met veel bloedverlies een snelle polsslag?

4 lines
17.

In welke situatie geef je de voorkeur aan een OPA in plaats van een NPA?

4 lines
18.

Wat doe je als je direct na het plaatsen van een ARS-naald geen verbetering ziet in de ademhaling of symptomen van het slachtoffer?

4 lines