Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

A hebben en zijn zinnen

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Maak een zin.

a)

Ik

b)

ben

c)

moe.

1)
2)
3)
2.

Maak een zin.

a)

Ik

b)

heb

c)

een

d)

auto.

1)
2)
3)
4)
3.

Maak een zin.

a)

Hij

b)

heeft

c)

een

d)

boek.

1)
2)
3)
4)
4.

Maak een zin.

a)

Wij

b)

zijn

c)

op

d)

school.

1)
2)
3)
4)
5.

Maak een zin.

a)

Jullie

b)

zijn

c)

mijn

d)

ouders.

1)
2)
3)
4)
6.

Maak een zin.

a)

Zij

b)

heeft

c)

twee

d)

dochters.

1)
2)
3)
4)
7.

Maak een zin.

a)

Jij

b)

bent

c)

kok.

1)
2)
3)
8.

Maak een zin.

a)

Hij

b)

is

c)

kapper.

1)
2)
3)
9.

Maak een zin.

a)

Ik

b)

heb

c)

les.

1)
2)
3)
10.

Maak een zin.

a)

Jij

b)

hebt

c)

een

d)

feest.

1)
2)
3)
4)
11.

Maak een zin.

a)

Zij

b)

zijn

c)

in

d)

het park.

1)
2)
3)
4)
12.

Maak een zin.

a)

Ik

b)

heb

c)

drie

d)

zoons.

1)
2)
3)
4)
13.

Maak een zin.

a)

Ik

b)

ben

c)

40

d)

jaar.

1)
2)
3)
4)
14.

Maak een zin.

a)

Het

b)

is

c)

acht

d)

uur.

1)
2)
3)
4)
15.

Maak een zin.

a)

Hij

b)

heeft

c)

geen

d)

tijd.

1)
2)
3)
4)
16.

Maak een zin.

a)

Wij

b)

hebben

c)

geen

d)

les.

1)
2)
3)
4)
17.

Maak een zin.

a)

Jij

b)

bent

c)

niet

d)

moe.

1)
2)
3)
4)
18.

Maak een zin.

a)

Zij

b)

is

c)

schoonmaker.

1)
2)
3)
19.

Maak een zin.

a)

Hij

b)

heeft

c)

een

d)

telefoon.

1)
2)
3)
4)
20.

Maak een zin.

a)

Jij

b)

hebt

c)

ook

d)

werk.

1)
2)
3)
4)