wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

CONCEPT QUIZ 2.0 ALLEEN ‘R’ VERSIE 1

Total questions: 18

Worksheet time: 3600secs

Name
Class
Date
1.

Wat is de primaire focus van de R in MARCH?

a)

Circulatie

b)

Luchtweg

c)

Ademhaling

2.

Welke symptoom duidt op een gevorderde spanningspneumothorax?

a)

Snelle ademhaling

b)

Tracheale afwijking

c)

Bleke huid

3.

Wat is de functie van een borstafsluiter?

a)

Het sluiten van een open thoraxwond

b)

Het verlagen van de ademfrequentie

c)

Pijnverlichting

4.

Wat hoor je bij auscultatie van een long met een pneumothorax?

a)

Verzwakte ademgeluiden

b)

Normale ademgeluiden

c)

Luid peristaltiek

5.

In een fladderthorax zie je:

a)

Normale ademhalingsbeweging

b)

Paradoxale borstbeweging

c)

Cyanose van de lippen

6.

Wat is het eerste dat je doet bij een open thoracale wond?

a)

Zuurstof toedienen

b)

Bedekken met een borstafsluiter

c)

Ventileren

7.

Wat is het doel van een naaldthoracostomie?

a)

Lucht vrijgeven bij spanningspneumothorax

b)

Bloeddruk verhogen

c)

Beginnen met hartmassage

8.

Welke ademhalingsfrequentie duidt op tachypneu?

a)

12 per minuut

b)

8 per minuut

c)

25 per minuut

9.

Wat is een symptoom van respiratoire insufficiëntie?

a)

Snelle hartslag zonder ademhalingsproblemen

b)

Koorts en braken

c)

Snelle ademhaling en lage saturatie

10.

Hoe bevestig je de juiste plaatsing van een borstseal?

a)

Geen luchtlekkage en hoorbare ademhaling

b)

Pijn verdwijnt onmiddellijk

c)

Huid rondom verkleurt

11.

Wat is een mogelijke gevolg van onbehandelde spanningspneumothorax?

a)

Hypertensie

b)

Obstructieve shock

c)

Hypoglykemie

12.

Wat is het effect van hypoxie op de hersenen?

a)

Geen effect

b)

Verbeterde alertheid

c)

Verminderde cerebrale functie

13.

Wat zie je op de thorax bij een open pneumothorax?

a)

Inzakkingen

b)

Bubbels lucht en schuimend bloed

c)

Blauwe huid

14.

Wat doet zuurstoftherapie voor ademhalingsproblemen?

a)

Verbetert de zuurstofopname

b)

Herstelt longweefsel

c)

Maakt ventilatie overbodig

15.

Wanneer voer je een naald decompressie uit?

a)

Bij hypovolemie

b)

Bij spanningspneumothorax

c)

Bij epilepsie

16.

Wat zijn drie symptomen van een spanningspneumothorax?

4 lines
17.

Wat is het verschil tussen een open en een gesloten pneumothorax?

4 lines
18.

Leg uit waarom snelle interventie bij ademhalingsproblemen essentieel is.

4 lines