wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Medic 2.0 Flash Cards Latijn

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Deze bloedvaten vervoeren zuurstofrijk bloed door het lichaam. Welke zijn dit?

a)

Aders

b)

Arteriae / Slagaders

c)

Capillairen

d)

Veneuze bloedvaten

2.

Twee botten in de onderarm: de één aan de buitenkant bij de duim, de ander aan de binnenkant. Welke botten worden beschreven?

a)

Ulna en Radius / Ellepijp en spaakbeen

b)

Femur en Tibia / Dijbeen en scheenbeen

c)

Humerus en Scapula / Opperarmbeen en schouderblad

d)

Fibula en Patella / Kuitbeen en knieschijf

3.

Kleine bloedvaten die bestaan uit een combinatie van slagaders en aders. Ze zorgen voor een uitwisseling van stoffen met omliggende weefselcellen. Wat zijn dit?

a)

Aders

b)

Slagaders

c)

Capillaria / Haarvaten

d)

Lymfevaten

4.

Een flap die de toegang tot de keel afsluit totdat er wordt geslikt, om te voorkomen dat voedsel verkeerd terechtkomt. Wat wordt hiermee bedoeld?

a)

Epiglottis / Strotklep

b)

Pharynx

c)

Larynx

d)

Trachea

5.

Een plat bot dat een beschermende rol speelt voor belangrijke organen in de borstkas en verbonden is met ribben via kraakbeen. Waar denk je aan?

a)

Sternum / Borstbeen

b)

Clavicula / Sleutelbeen

c)

Scapula / Schouderblad

d)

Vertebrae / Wervels

6.

Wat is de Latijnse naam voor het hersenvlies?

a)

Meninges

b)

Cortex

c)

Medulla

d)

Cerebellum

7.

Kleinere luchtwegen die zich vertakken vanaf grotere buizen en lucht door de longen verspreiden. Wat zijn dit?

a)

Bronchioli / Kleine luchtpijpvertakkingen

b)

Alveoli / Longblaasjes

c)

Trachea / Luchtpijp

d)

Pleura / Longvliezen

8.

Een vloeistof die voedsel zachter maakt en enzymen bevat die zetmeel afbreken. Wat is dit?

a)

Speeksel

b)

Water

c)

Olie

d)

Melk

9.

Een flexibele structuur van botten en kraakbeen die belangrijke organen beschermt en beweegt tijdens ademhaling. Wat is het?

a)

Costae / Ribben

b)

Schedel

c)

Wervelkolom

d)

Borstbeen

10.

Wat is de Latijnse naam voor de nekwervels?

a)

Vertebrae thoracicae

b)

Vertebrae lumbales

c)

Vertebrae cervicales

d)

Vertebrae sacralis

11.

Wat is de Latijnse naam voor de plek waar je een EZ IO plaatst in het onderbeen?

a)

Tibia

b)

Fibula

c)

Femur

d)

Patella

12.

Roze & grijze organen die het grootste deel van het ademhalingssysteem vormen. Welke organen zijn dit?

a)

Pulmones / Longen

b)

Hart

c)

Lever

d)

Nieren

13.

Wat is de Latijnse naam voor het sleutelbeen?

a)

Clavicula

b)

Scapula

c)

Humerus

d)

Femur

14.

Een verbinding tussen bovenlichaam en benen die bescherming biedt aan organen en ondersteuning geeft aan het lichaam. Wat is dit?

a)

Pelvis / Bekken

b)

Ruggenwervel

c)

Sternum

d)

Schouderblad

15.

Een orgaan dat afvalstoffen en overtollig water uit het bloed verwijdert. Wat wordt hier bedoeld?

a)

Lever

b)

Hart

c)

Nieren

d)

Longen

16.

Wat is de Latijnse naam voor het kuitbeen?

a)

Tibia

b)

Fibula

c)

Patella

d)

Humerus

17.

Wat is de Latijnse naam voor het borstbeen?

a)

Clavicula

b)

Sternum

c)

Scapula

d)

Femur

18.

Waar plaats je een ARS naald aan de zijkant van de thorax in het latijn?

a)

5de inter costale ruimte voorste axillaire lijn

b)

4de inter costale ruimte achterste axillaire lijn

c)

6de inter costale ruimte midden claviculair lijn

d)

3de inter costale ruimte voorste mediane lijn

19.

Een orgaan dat voedsel ontvangt en afbreekt met zure sappen en enzymen. Wat wordt hier bedoeld?

a)

Gaster / Maag

b)

Darmen

c)

Lever

d)

Nier

20.

Wat is de Latijnse naam voor het strottenhoofd?

a)

Larynx

b)

Pharynx

c)

Trachea

d)

Bronchi