wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz over Oorlog en Vrede

Total questions: 48

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Wat was Auschwitz-Birkenau?

a)

Een school

b)

Een stad

c)

Een ziekenhuis

d)

Een concentratiekamp

2.

Wanneer werd Auschwitz bevrijd?

a)

28 juni 1919

b)

27 januari 1945

c)

1 september 1939

d)

11 november 1918

3.

Wie bevrijdde Auschwitz?

a)

De Britten

b)

De Amerikanen

c)

Het Rode Leger

d)

De Fransen

4.

Wat was het doel van het vredesverdrag van Versailles?

a)

Oorlog verklaren

b)

Nieuwe afspraken maken

c)

Vrede sluiten met Duitsland

d)

Duitsland groter maken

5.

Wat waren de 'dolle jaren '20'?

a)

Een tijd van oorlog

b)

Een tijd van herstel en plezier

c)

Een tijd van dictatuur

d)

Een tijd van armoede

6.

Wat gebeurde er op zwarte donderdag?

a)

De oorlog begon

b)

Een grote feestdag

c)

De aandelen daalden

d)

Een nieuwe regering werd gevormd

7.

Wie was Adolf Hitler?

a)

Een soldaat

b)

Een dictator

c)

Een schrijver

d)

Een kunstenaar

8.

Wat was de 'Endlösung'?

a)

Een onderwijsplan

b)

Een plan om Joden te doden

c)

Een vredesplan

d)

Een economisch plan

9.

Wat is antisemitisme?

a)

Haat tegen Duitsers

b)

Haat tegen Joden

c)

Haat tegen communisten

d)

Haat tegen socialisten

10.

Wat gebeurde er tijdens de Reichskristalnacht?

a)

Er was een feest

b)

Er werd een nieuwe wet aangenomen

c)

Er was een grote parade

d)

Joodse winkels werden vernield

11.

Wat is een concentratiekamp?

a)

Een ziekenhuis

b)

Een plek voor gevangenen

c)

Een vakantieoord

d)

Een school

12.

Wat is het verschil tussen een concentratiekamp en een vernietigingskamp?

a)

Vernietigingskampen zijn voor gevangenen

b)

Vernietigingskampen zijn voor moord

c)

Concentratiekampen zijn voor werk

d)

Concentratiekampen zijn voor vakantie

13.

Wie waren de slachtoffers van het nazisme?

a)

Joden en zigeuners

b)

Alle Duitsers

c)

Alle Europeanen

d)

Alle soldaten

14.

Wat was de rol van Goebbels?

a)

Minister van propaganda

b)

Minister van financiën

c)

Minister van onderwijs

d)

Minister van defensie

15.

Wat was de NSDAP?

a)

De partij van Hitler

b)

Een culturele vereniging

c)

Een militaire organisatie

d)

Een vredesorganisatie

16.

Wat is een getto?

a)

Een ziekenhuis

b)

Een school voor Joden

c)

Een soort gevangenis

d)

Een afgesloten wijk voor Joden

17.

Wat is de rol van de SS?

a)

De bouw van huizen

b)

De organisatie van feesten

c)

De bescherming van Hitler

d)

De verdediging van Duitsland

18.

Wat gebeurde er met Joden in de oorlog?

a)

Ze werden rijker

b)

Ze werden vervolgd

c)

Ze werden beschermd

d)

Ze kregen meer rechten

19.

Wat is een vrederechter?

a)

Een rechter voor jeugdcriminaliteit

b)

Een rechter voor strafzaken

c)

Een rechter voor oorlogsmisdaden

d)

Een rechter voor burgerlijke zaken

20.

Wat is een politierechtbank?

a)

Een rechtbank voor overtredingen

b)

Een rechtbank voor burgerlijke zaken

c)

Een rechtbank voor misdaden

d)

Een rechtbank voor oorlogsmisdaden

21.

Wat is een misdaad?

a)

Een politieke zaak

b)

Een burgerlijk conflict

c)

Een lichte overtreding

d)

Een ernstig misdrijf

22.

Wat is een advocaat?

a)

Iemand die wetten maakt

b)

Iemand die de beschuldigde verdedigt

c)

Iemand die de politie helpt

d)

Iemand die straffen oplegt

23.

Wat is een schadevergoeding?

a)

Een straf voor de dader

b)

Een betaling aan het slachtoffer

c)

Een beloning voor de politie

d)

Een belasting

24.

Wat is een rechtszaak?

a)

Een schoolproject

b)

Een vergadering

c)

Een feest

d)

Een proces tegen iemand

25.

Wat is een strafrecht?

a)

De wet voor misdrijven

b)

De wet voor burgerlijke zaken

c)

De wet voor onderwijs

d)

De wet voor oorlog

26.

Wat is een gevangenisstraf?

a)

Een straf waarbij iemand in de gevangenis gaat

b)

Een boete

c)

Een taakstraf

d)

Een waarschuwing

27.

Wat is een pleidooi?

a)

Een verslag van een getuige

b)

Een verklaring van de politie

c)

Een uitspraak van de rechter

d)

Een betoog door een advocaat

28.

Wat is een requisitor?

a)

Een eis van het openbaar ministerie

b)

Een uitspraak van de rechter

c)

Een verklaring van de verdachte

d)

Een verslag van de advocaat

29.

Wat is een proces-verbaal?

a)

Een verslag van een schoolproject

b)

Een verslag van een vergadering

c)

Een verslag van een feest

d)

Een officieel verslag van een misdrijf

30.

Wat is een autoverzekering?

a)

Een verzekering voor huizen

b)

Een verzekering voor schade aan een auto

c)

Een verzekering voor gezondheid

d)

Een verzekering voor reizen

31.

Wat is een rijbewijs?

a)

Een document om te mogen rijden

b)

Een document voor reizen

c)

Een document voor werk

d)

Een document voor school

32.

Wat is de franchise bij een verzekering?

a)

Het totale bedrag van de verzekering

b)

De premie die je betaalt

c)

Het deel van de schade dat je zelf betaalt

d)

De korting op de verzekering

33.

Wat is bonus-malus?

a)

Een soort belasting

b)

Een systeem voor verzekeringen

c)

Een soort straf

d)

Een soort beloning

34.

Wat is een autolening?

a)

Een lening voor het kopen van een auto

b)

Een lening voor een huis

c)

Een lening voor vakantie

d)

Een lening voor school

35.

Wat is een verkeersmisdrijf?

a)

Een misdrijf in de stad

b)

Een misdrijf in de school

c)

Een misdrijf in de winkel

d)

Een misdrijf in het verkeer

36.

Wat is een jeugdrechtbank?

a)

Een rechtbank voor volwassenen

b)

Een rechtbank voor jongeren

c)

Een rechtbank voor kinderen

d)

Een rechtbank voor ouderen

37.

Wat is een familierechtbank?

a)

Een rechtbank voor burgerlijke zaken

b)

Een rechtbank voor jeugdcriminaliteit

c)

Een rechtbank voor familiezaken

d)

Een rechtbank voor strafzaken

38.

Wat is de raad van State?

a)

Een organisatie voor hulp

b)

Een school voor rechten

c)

Een rechtbank voor misdaden

d)

Een instantie die wetten controleert

39.

Wat is een overtreding?

a)

Een politieke zaak

b)

Een burgerlijk conflict

c)

Een ernstige misdaad

d)

Een lichte misdaad

40.

Wat is een strafbaar feit?

a)

Een actie die tegen de wet is

b)

Een actie die goed is

c)

Een actie die neutraal is

d)

Een actie die leuk is

41.

Wat is een getuige?

a)

Iemand die iets heeft gedaan

b)

Iemand die iets heeft gehoord

c)

Iemand die iets heeft geleerd

d)

Iemand die iets heeft gezien

42.

Wat is een vonnis?

a)

Een document van de overheid

b)

Een verslag van de politie

c)

Een verklaring van de advocaat

d)

Een uitspraak van de rechter

43.

Wat is een straf?

a)

Een gevolg van een misdaad

b)

Een beloning voor goed gedrag

c)

Een vakantie

d)

Een feest

44.

Wat is een rechtsgebied?

a)

Een gebied voor juridische zaken

b)

Een gebied voor vakantie

c)

Een gebied voor werk

d)

Een gebied voor onderwijs

45.

Wat is een rechtbank?

a)

Een plek voor leren

b)

Een plek voor feesten

c)

Een plek waar recht wordt gesproken

d)

Een plek voor werken

46.

Wat is een strafrechtelijke procedure?

a)

Een proces voor burgerlijke zaken

b)

Een proces voor misdrijven

c)

Een proces voor onderwijs

d)

Een proces voor oorlog

47.

Wat is een advocaat-generaal?

a)

Een advocaat die het openbaar ministerie vertegenwoordigt

b)

Een getuige

c)

Een advocaat voor de verdediging

d)

Een rechter

48.

Wat is een strafblad?

a)

Een document met strafbare feiten

b)

Een document met werkervaring

c)

Een document met goede daden

d)

Een document met schoolresultaten