WorksheetsTest B1 Praathuis
Total questions: 24
Worksheet time: 24mins
Welke zin is goed?
Ik heb zin om te slapen.
Ik heb zin te slapen.
Ik heb zin om slapen.
Welke zin is goed?
Wil je morgen met mij naar het strand te gaan?
Wil je morgen met mij naar het strand gaan?
Welke zin is goed?
Ik vind het moeilijk Nederlands spreken.
Ik vind het moeilijk om Nederlands te spreken.
Welke zin is goed?
Mijn zoon moet iedere dag studeren.
Mijn zoon moet studeren iedere dag.
Mijn zoon moet iedere dag te studeren.
Welke zin is goed?
Mijn buurman hoeft morgen niet werken.
Mijn buurman hoeft morgen niet te werken.
Welke zin is goed
Ik ga op vakantie als ik genoeg geld heb.
Ik ga op vakantie want ik genoeg geld heb.
Welke zin is goed
Als regent het, ik ga niet naar buiten.
Als het regent, ga ik niet naar buiten.
Als regent het, ik niet naar buiten ga.
Welke zin is goed
Ik heb weinig geld maar wil ik een nieuwe auto kopen.
Ik heb weinig geld maar ik wil kopen een nieuwe auto.
Ik heb weinig geld maar ik wil een nieuwe auto kopen.
Welke zin is goed
Toen hij klein was, hij woonde in Frankrijk.
Toen was hij klein, hij woonde in Frankrijk.
Toen hij klein was, woonde hij in Frankrijk.
Toen hij klein was, hij in Frankrijk woonde.
Welke zin is goed?
Ik maak schoon vanmiddag mijn huis.
Ik maak vanmiddag mijn huis schoon.
Ik vanmiddag mijn huis schoonmaken.
Welke zin is goed?
Je moet moeilijke woorden in het woordenboek opzoeken.
Je moet opzoeken moeilijk woorden in het woordenboek.
Je moet zoeken moeilijke woorden in het woordenboek op.
Zet de zin in het perfectum.
Ik eet patat
Ik heb patat eten.
Ik patat heb gegeten.
Ik heb gegeten patat.
Ik heb patat gegeten.
Zet de zin in het perfectum.
Mijn broer doet boodschappen.
Mijn broer deed boodschappen
Mijn broer zal boodschappen doen.
Mijn broer heeft boodschappen gedaan.
Zet de zin in het perfectum.
Alle studenten maken de toets.
Alle studenten hadden de toets gemaakt.
Alle studenten zullen de toets maken.
Alle studenten hebben de toets gemaakt.
Zet de zin in het perfectum.
Joris koopt een nieuwe jas.
Joris heeft een nieuwe jas gekocht.
Joris zal een nieuwe jas kopen.
Joris koopt een nieuwe jas gekocht.
Zet de zin in het imperfectum. Voorbeeld: Ik zie een koe => Ik zag een koe.
Hij hoort een geluid.
Hij heeft een geluid gehoren.
Hij hoorden een geluid.
Hij hoorde een geluid.
Zet de zin in het imperfectum.
Zij gaan naar de film.
Zij zullen naar de film gaan.
Zij zijn naar de film gegaan.
Zij gingen naar de film.
Ken je de 'indirecte rede'? Bijzinnen die beginnen met 'dat' 'of' of een vraagwoord?
Morgen schijnt de zon. Ik hoop....
dat het gisteren regende.
dat de zon morgen schijnt.
dat de maan vannacht schijnt.
dat het nu sneeuwt.
Maak de indirecte rede:
Waar ligt mijn boek? Ik weet niet .....
waar ligt mijn boek.
waar mijn boek ligt.
mijn boek waar ligt.
ligt mijn boek waar.
Welke uitdrukking hoort bij de omschrijving: 'Iets uit je duim zuigen'?
Iets vergeten
Iets verliezen
Iets verbeteren
Iets verzinnen
Wat heb je in je laatste vakantie gedaan? Schrijf minimaal vijf zinnen.
Je hebt drie minuten.
Uit welk land kom je?
Wat is je voornaam en achternaam?
Wat is je e-mailadres?
