wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ตะลุยโจทย์ KNM ชุดที่ 1 - 80 ข้อ

Total questions: 80

Worksheet time: 1hrs 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat moet u als eerste doen als u zich niet lekker voelt en naar een dokter wilt?

a)

Naar de Spoedeisende Hulp (SEH) van het dichtstbijzijnde ziekenhuis gaan

b)

De praktijk van uw huisarts bellen om een afspraak te maken.

c)

Zelf medicijnen kopen bij de apotheek.

d)

Informatie over uw symptomen op internet zoeken en uzelf behandelen

2.

Met welke instantie moet u contact opnemen als u uw baan verliest en een WW-uitkering wilt aanvragen?

a)

De gemeente waar u woont.

b)

De Belastingdienst.

c)

Het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen).

d)

Uw zorgverzekeraar.

3.

Vanaf welke leeftijd begint de leerplicht voor kinderen in Nederland?

a)

4 jaar

b)

5 jaar

c)

6 jaar

d)

7 jaar

4.

Wat is een correct voorbeeld van afval scheiden in Nederland?

a)

Etensresten en plastic flessen bij elkaar gooien.

b)

Papier en karton in de blauwe container (papierbak) doen.

c)

Oude batterijen in de grijze container (restafval) gooien.

d)

Glazen flessen van alle kleuren in één glasbak gooien.

5.

Waarom is het hebben van een zorgverzekering verplicht in Nederland?

a)

Het is een optie voor mensen die betere medische zorg willen.

b)

Het is wettelijk verplicht voor iedereen die in Nederland woont of werkt

c)

Het is alleen noodzakelijk voor ouderen of mensen met een chronische ziekte.

d)

Het is een gratis voorziening die de overheid automatisch regelt.

6.

Wat moet u doen om met uw OV-chipkaart te reizen in het openbaar vervoer?

a)

Uw kaart aan de chauffeur laten zien als u instapt.

b)

Inchecken aan het begin van uw reis en uitchecken aan het einde.

c)

Eén keer per maand saldo op de kaart laden is voldoende.

d)

Alleen inchecken bij het instappen; uitchecken is niet nodig.

7.

Wat is het landelijke alarmnummer voor politie, brandweer en ambulance in Nederland?

a)

112

b)

911

c)

0900-8844

d)

Het telefoonnummer van het lokale ziekenhuis.

8.

Wie heeft stemrecht bij de landelijke verkiezingen (Tweede Kamerverkiezing) in Nederland?

a)

Iedereen die in Nederland woont.

b)

Nederlandse staatsburgers van 18 jaar en ouder.

c)

Burgers van de Europese Unie die in Nederland wonen

d)

Iedereen die in Nederland werkt en belasting betaalt.

9.

Voor welke zaken is de gemeente primair verantwoordelijk?

a)

Het maken van landelijke wetten.

b)

De landsverdediging en het leger.

c)

Adresregistratie (BRP), uitgifte van paspoorten en beheer van openbare ruimte

d)

Het beheer van de landelijke snelwegen.

10.

Waarom is belasting betalen belangrijk in de Nederlandse samenleving?

a)

Om het Nederlandse koningshuis te financieren.

b)

Het is een boete voor het niet naleven van de wet.

c)

Om openbare voorzieningen zoals onderwijs, zorg en infrastructuur te financieren.

d)

Om recht te hebben op een AOW-pensioen na pensionering.

11.

Wat is de politieke rol van de koning in Nederland?

a)

Hij is de dagelijkse leider van de regering.

b)

Hij is het staatshoofd en heeft voornamelijk ceremoniële taken.

c)

Hij is de opperbevelhebber van het leger en beslist over oorlog.

d)

Hij schrijft en keurt alle wetten goed.

12.

Bij welke organisatie kunt u zich inschrijven voor een sociale huurwoning?

a)

Bij een makelaar.

b)

Bij de gemeente.

c)

Bij een woningcorporatie

d)

Bij de bank.

13.

Welke verzekering is niet verplicht, maar wel sterk aan te raden voor schade die u per ongeluk bij anderen of hun spullen veroorzaakt?

a)

Zorgverzekering

b)

Inboedelverzekering.

c)

Aansprakelijkheidsverzekering (WA-verzekering).

d)

Reisverzekering.

14.

Wat is een typisch Nederlands gebruik als u bij iemand op bezoek wilt gaan?

a)

Spontaan langskomen zonder iets te laten weten.

b)

Altijd een groot en duur cadeau meenemen.

c)

Eerst een afspraak maken.

d)

Alleen in het weekend op bezoek gaan.

15.

Hoe noemt men een stuk land dat lager ligt dan de zeespiegel en door dijken wordt beschermd tegen het water?

a)

Een duin.

b)

Een polder.

c)

Een heide.

d)

Een bos.

16.

Welke grote natuurramp vond plaats in 1953 en leidde tot de bouw van de Deltawerken?

a)

Een grote bosbrand.

b)

Een aardbeving.

c)

Een tornado.

d)

De Watersnoodramp (een grote overstroming).

17.

Wat vieren Nederlanders op 27 april met vrijmarkten en oranje kleding?

a)

Bevrijdingsdag.

b)

Dodenherdenking.

c)

Koningsdag.

d)

Sinterklaas.

18.

U en uw partner werken. Uw kind gaat naar de kinderopvang. Welke bijdrage kunt u van de overheid krijgen voor deze kosten?

a)

Kinderbijslag.

b)

Zorgtoeslag

c)

Huurtoeslag.

d)

Kinderopvangtoeslag.

19.

Hoe wordt de Nederlandse communicatiestijl in een werkomgeving vaak omschreven?

a)

Indirect en omslachtig.

b)

Zeer formeel en hiërarchisch.

c)

Direct, open en 'to the point'.

d)

Erg stil en terughoudend.

20.

Hoe heet de periode na de verkiezingen waarin politieke partijen onderhandelen om een nieuwe regering te vormen?

a)

De formatie.

b)

De campagne.

c)

Het reces

d)

De inauguratie.

21.

Wat is de belangrijkste haven van Nederland en een van de grootste ter wereld?

a)

Amsterdam

b)

Scheveningen

c)

Rotterdam

d)

IJmuiden

22.

U wilt een huis kopen. Wat voor soort lening sluiten de meeste mensen hiervoor af bij de bank?

a)

Een consumptief krediet

b)

Een studielening

c)

Een persoonlijke lening

d)

Een hypotheek

23.

Welke historische periode in de 17e eeuw staat bekend als een tijd van grote welvaart en culturele bloei in Nederland?

a)

De Middeleeuwen

b)

De Gouden Eeuw

c)

De Industriële Revolutie

d)

De Wederopbouw

24.

Uw kind is 4 jaar geworden en u wilt hem/haar inschrijven op een basisschool. Wat is een belangrijke factor bij het kiezen van een school?

a)

De kleur van het gebouw.

b)

De onderwijskundige visie (bijv. Montessori, openbaar, christelijk).

c)

Of de school een beroemde naam heeft.

d)

De lengte van de schoolvakanties.

25.

Wat betekent het als een werknemer een 'vast contract' heeft?

a)

Een contract voor een proefperiode van één maand.

b)

Een contract voor een tijdelijk project.

c)

Een contract voor onbepaalde tijd (permanent).

d)

Een contract waarbij je elke dag betaald krijgt.

26.

Op welke twee dagen in mei herdenken Nederlanders de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en vieren ze de bevrijding?

a)

1 en 2 mei

b)

4 en 5 mei

c)

10 en 11 mei

d)

30 en 31 mei

27.

Wat is de rol van de 'wethouder' in het gemeentebestuur?

a)

Hij of zij is het hoofd van de gemeentepolitie.

b)

Hij of zij is de voorzitter van de gemeenteraad.

c)

Hij of zij is lid van het dagelijks bestuur van de gemeente, vergelijkbaar met een minister op lokaal niveau.

d)

Hij of zij is de vertegenwoordiger van de koning in de gemeente.

28.

U ziet dat de openbare vuilnisbak in uw straat vol is. Wie is er verantwoordelijk voor het legen ervan?

a)

De bewoners van de straat.

b)

De politie.

c)

De gemeente.

d)

De rijksoverheid.

29.

Welk vervoermiddel is extreem populair in Nederland voor korte afstanden en wordt gezien als een belangrijk onderdeel van de cultuur?

a)

De auto

b)

De scooter

c)

De fiets

d)

De tram

30.

Wat is de 'AOW' (Algemene Ouderdomswet)?

a)

Een verzekering tegen werkloosheid.

b)

Een basispensioen van de overheid voor mensen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.

c)

Een wet die de maximale werktijden regelt.

31.

Wat is het verplichte 'eigen risico' bij de zorgverzekering?

a)

Een extra bedrag dat u betaalt voor een betere verzekering.

b)

Het eerste deel van de zorgkosten uit het basispakket dat u per jaar zelf moet betalen.

c)

Een boete als u de premie niet op tijd betaalt.

d)

Een vrijwillige bijdrage voor extra zorg.

32.

Wat is een van de belangrijkste taken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal?

a)

Het benoemen van burgemeesters.

b)

Het rechtstreeks besturen van de provincies.

c)

Het controleren van de regering en het stemmen over wetsvoorstellen.

d)

Het uitvoeren van de vonnissen van de rechtbank.

33.

Welke traditie hoort bij het Sinterklaasfeest op 5 december?

a)

Vuurwerk afsteken.

b)

Oranje kleding dragen en naar de vrijmarkt gaan.

c)

Gedichten schrijven (surprises maken) en cadeautjes uitpakken.

d)

Twee minuten stilte houden om 20:00 uur.

34.

Welk bestuursorgaan is in Nederland specifiek verantwoordelijk voor het waterbeheer, zoals de dijken en de waterkwaliteit?

a)

De provincie.

b)

Rijkswaterstaat.

c)

Het waterschap.

d)

De gemeente.

35.

Wat houdt het Nederlandse 'gedoogbeleid' ten aanzien van softdrugs in?

a)

Het bezit en de verkoop van softdrugs zijn volledig legaal.

b)

De verkoop van kleine hoeveelheden softdrugs in coffeeshops wordt onder strikte voorwaarden niet vervolgd.

c)

Softdrugs mogen overal op straat worden verkocht.

d)

Het gebruik van alle soorten drugs is toegestaan.

36.

Welke landen in het Caribisch gebied zijn, naast Nederland, ook autonome landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden?

a)

Indonesië en Suriname.

b)

België en Luxemburg.

c)

Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

d)

De Antillen en Bonaire.

37.

Wat zijn de kleuren van de Nederlandse vlag, van boven naar beneden?

a)

Rood, wit, blauw

b)

Blauw, wit, rood.

c)

Rood, geel, blauw.

d)

Oranje, wit, blauw.

38.

Wie beslist in een Nederlandse rechtszaal over de schuld of onschuld van een verdachte?

a)

Een jury van twaalf burgers.

b)

De advocaat van de verdachte.

c)

Het publiek in de zaal

d)

Een of meerdere professionele rechters.

39.

Wat is de rol van de 'medezeggenschapsraad' (MR) op een school?

a)

Een raad die de schoolfeesten organiseert.

b)

Een raad van ouders en personeel die meepraat en meebeslist over het schoolbeleid.

c)

Een raad die het schoolgeld int.

d)

Een raad die de examens afneemt.

40.

Welke beroemde dijk, voltooid in 1932, sluit het IJsselmeer af van de Waddenzee en is een icoon van de Nederlandse strijd tegen het water?

a)

De Houtribdijk.

b)

De Afsluitdijk.

c)

De Brouwersdam.

d)

De Westkappelse Zeedijk.

41.

U solliciteert op een baan en wordt uitgenodigd voor een gesprek. Wat is het doel van een sollicitatiegesprek? 

a)

Om direct het contract te tekenen.

b)

Om te onderhandelen over het salaris. 

c)

Om te kijken of u en de werkgever goed bij elkaar passen.

d)

Om uw diploma's te laten zien.

42.

Wat staat er in een Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO)?

a)

Alleen de namen van de werknemers.

b)

De regels van de overheid voor alle bedrijven.

c)

Afspraken over loon en andere arbeidsvoorwaarden voor een hele bedrijfstak.

d)

De contactgegevens van de Belastingdienst. 

43.

U bent ziek en kunt niet werken. Wie moet u als eerste informeren?

a)

Het UWV. 

b)

Uw huisarts

c)

Uw directe leidinggevende op uw werk

d)

De bedrijfsarts.

44.

Wat is de functie van een vakbond?

a)

Het organiseren van bedrijfsfeesten

b)

 Het controleren van de kwaliteit van producten.

c)

Het opkomen voor de belangen van werknemers.

d)

Het verstrekken van hypotheken

45.

Elk jaar moet u belastingaangifte doen. Waarom is dit nodig?

a)

Om u te registreren bij de gemeente.

b)

Om te bepalen hoeveel inkomstenbelasting u moet betalen of terugkrijgt.

c)

 Om een zorgverzekering aan te vragen. 

d)

Om uw stemrecht te activeren

46.

Naast de landelijke overheid en de gemeente, welk bestuursorgaan zit hier tussenin? 


a)

De wijkraad

b)

De provincie

c)

Het waterschap

d)

De Europese Unie.

47.

Wat is de rol van de Eerste Kamer der Staten-Generaal?

a)

Zij schrijven nieuwe wetsvoorstellen.

b)

Zij controleren de wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer zijn goedgekeurd.

c)

Zij kiezen de ministers.

d)

Zij besturen de gemeenten.

48.

Wat is de Grondwet?

a)

De wet die de regels voor het verkeer bepaalt.

b)

De belangrijkste wet van Nederland waarin de grondrechten en de organisatie van de staat staan

c)

Een lijst met alle belastingen

d)

Het contract van de koning.

49.

Wat is de belangrijkste taak van een burgemeester?

a)

Het bepalen van de landelijke belastingen.

b)

Het voorzitten van de gemeenteraad en het college van B&W, en het handhaven van de openbare orde.

c)

Het schrijven van de CAO voor ambtenaren. 

d)

Het vertegenwoordigen van Nederland in het buitenland. 

50.

U wilt een paspoort of identiteitskaart aanvragen. Waar moet u dat doen?

a)

Bij de politie.

b)

Bij het UWV

c)

Bij uw gemeente

d)

Bij de Belastingdienst.

51.

Uw kind van 0 tot 4 jaar moet regelmatig worden gecontroleerd. Waar gaat u daarvoor naartoe?

a)

Naar de spoedeisende hulp.

b)

Naar het consultatiebureau.

c)

Naar de schoolarts.

d)

Naar de apotheek

52.

De huisarts geeft u een recept voor medicijnen. Waar haalt u de medicijnen op?

a)

In de supermarkt

b)

 In het ziekenhuis

c)

Bij de apotheek

d)

Bij de drogist.

53.

Wat dekt een aanvullende tandartsverzekering?

a)

Alle kosten van de huisarts

b)

Een deel van de kosten die niet in het basispakket zitten, zoals de tandarts.

c)

 Alleen de kosten voor spoedeisende hulp.

d)

De kosten voor een bril. 

54.

Wat is de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)?

a)

Een landelijk ziekenhuis.

b)

Een organisatie die de openbare gezondheid beschermt en bevordert.

c)

Een verzekeringsmaatschappij. 

d)

Een vereniging voor huisartsen. 

55.

Uw kind zit in groep 8 van de basisschool. Aan het einde van het jaar krijgt het kind een schooladvies. Wat is dit?

a)

Een advies over welke sport het kind moet kiezen

b)

 Een advies voor het niveau van het voortgezet onderwijs (bijv. VMBO, HAVO, VWO).

c)

Een advies om de klas over te doen.

d)

Een advies voor een bijbaan

56.

Wat is het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs? 

a)

Openbaar onderwijs is duurder.

b)

Bijzonder onderwijs heeft langere vakanties.

c)

Openbaar onderwijs is voor iedereen toegankelijk; bijzonder onderwijs is gebaseerd op een religie of onderwijsvisie.

d)

Alleen op bijzonder onderwijs is er leerplicht.

57.

 U bent net bevallen van een baby in Nederland. Wat is een van de eerste dingen die u moet doen? 

a)

Een paspoort voor de baby aanvragen. 

b)

De baby aangeven bij de gemeente (geboorteaangifte).

c)

De baby inschrijven voor de basisschool.

d)

Een bankrekening openen voor de baby.

58.

Uw buren vieren een verjaardag. U bent uitgenodigd. Wat is een gebruikelijke gewoonte in Nederland?

a)

U hoeft niemand te feliciteren.

b)

U feliciteert alleen de jarige.

c)

U feliciteert de jarige en de naaste familieleden ('gefeliciteerd met je man/vrouw/moeder').

d)

U geeft een cadeau, maar zegt niets.

59.

U gaat uit eten met een groep Nederlandse vrienden. Wat gebeurt er meestal met de rekening? 

a)

Eén persoon betaalt voor iedereen

b)

De oudste persoon betaalt.

c)

Iedereen betaalt zijn eigen deel (vaak 'going Dutch' genoemd).

d)

De rekening wordt niet betaald.

60.

Wat betekent vrijheid van meningsuiting in Nederland? 

a)

U mag alles zeggen wat u wilt, zonder enige consequentie

b)

U mag uw mening uiten, zolang u niet discrimineert of oproept tot haat of geweld.

c)

 Alleen journalisten hebben vrijheid van meningsuiting.

d)

U mag alleen positieve dingen zeggen over de regering.

61.

U woont in een appartementencomplex en bent eigenaar. U moet maandelijks servicekosten betalen. Aan wie betaalt u dit?

a)

Aan de gemeente

b)

Aan de Vereniging van Eigenaren (VvE).

c)

Aan de hypotheekverstrekker. 

d)

Aan de buren

62.

Wat voor soort afval hoort in de GFT-container? 

a)

Glas, papier en textiel

b)

Groente-, fruit- en tuinafval. 

c)

Chemisch afval.

d)

Plastic en blik.

63.

U heeft een laag inkomen en huurt een woning. Voor welke bijdrage van de overheid komt u mogelijk in aanmerking? 

a)

Zorgtoeslag

b)

Kinderopvangtoeslag

c)

Huurtoeslag

d)

Kinderbijslag.

64.

Wat is een belangrijke verkeersregel voor fietsers in Nederland?

a)

Fietsers moeten altijd op de stoep rijden.

b)

Fietsers moeten 's nachts en bij slecht zicht verlichting gebruiken. 

c)

Fietsers hebben altijd voorrang op auto's

d)

Een helm dragen is altijd verplicht.

65.

Wie was Willem van Oranje?

a)

Een beroemde schilder uit de Gouden Eeuw.

b)

De eerste koning van Nederland.

c)

Een leider van de opstand tegen de Spanjaarden in de 16e eeuw, bekend als de 'Vader des Vaderlands'.

d)

Een architect die de Deltawerken ontwierp. 

66.

Welke beroemde Nederlandse schilder is bekend van 'De Nachtwacht'? 

a)

Vincent van Gogh

b)

Rembrandt van Rijn

c)

Johannes Vermeer

d)

Piet Mondriaan

67.

Wat was 'verzuiling'? 

a)

Een periode van economische crisis.

b)

Een systeem waarbij de samenleving was opgedeeld in groepen op basis van geloof of ideologie. 

c)

Een bouwstijl uit de Middeleeuwen. 

d)

Een techniek om land droog te leggen.

68.

Anne Frank is wereldberoemd geworden door haar dagboek. Waar verstopte zij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog? 

a)

In een boerderij op het platteland. 

b)

In een kerk in Rotterdam. 

c)

In het achterhuis van een pand in Amsterdam.

d)

In een bunker bij de kust.

69.

Waarvoor staat de afkorting VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie)? 

a)

Een politieke partij uit de 18e eeuw.

b)

Een Nederlandse handelsmaatschappij die in de 17e en 18e eeuw zeer machtig was

c)

Een vereniging voor musea in Nederland. 

d)

Een waterschap in Zeeland.

70.

U heeft een museumkaart. Wat kunt u daarmee doen? 

a)

Gratis reizen met het openbaar vervoer. 

b)

Korting krijgen in restaurants. 

c)

(Bijna) gratis toegang krijgen tot veel musea in Nederland. 

d)

Gratis parkeren in de stad.

71.

U ontvangt een brief van de gemeente met de titel 'Aanslag gemeentelijke heffingen'. Wat betekent dit? 

a)

U heeft een verkeersboete gekregen.

b)

U wordt uitgenodigd voor een buurtfeest. 

c)

Dit is de jaarlijkse rekening voor de gemeentelijke belastingen, zoals de afvalstoffenheffing.

d)

U moet uw paspoort komen vernieuwen.

72.

Wat is DigiD? 

a)

Een digitale radiozender.

b)

Een online identificatiesysteem om veilig in te loggen bij de overheid en andere organisaties.

c)

Een kortingskaart voor het openbaar vervoer.

d)

Een programma om belasting te berekenen.

73.

U wilt vrijwilligerswerk doen. Wat is een goede eerste stap?

a)

Wachten tot iemand u belt. 

b)

 Een advertentie in de krant plaatsen.

c)

Kijken op de website van de gemeente of een lokale 'vrijwilligerscentrale'.

d)

Direct naar een verzorgingstehuis gaan en beginnen met werken. 

74.

Wat betekent het principe van 'scheiding der machten' (trias politica) in Nederland?

a)

De macht is verdeeld tussen de koning en het volk. 

b)

De macht is gescheiden tussen de landelijke overheid en de gemeenten.

c)

De macht is verdeeld over de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.

d)

De macht is verdeeld tussen verschillende politieke partijen.

75.

U bent getuige van een verkeersongeluk zonder ernstige gewonden. Welk telefoonnummer belt u?

a)

112

b)

0900-8844 (politie, geen spoed)

c)

De huisarts.

d)

De gemeente

76.

Wat is de rol van een makelaar bij het kopen van een huis? 

a)

Hij of zij leent u het geld voor het huis

b)

Hij of zij adviseert en begeleidt u tijdens het zoek- en koopproces.

c)

Hij of zij keurt de bouwkundige staat van het huis.

d)

Hij of zij sluit de verzekeringen voor het huis af.

77.

Nederland staat bekend om zijn tolerantie. Wat wordt hiermee bedoeld?

a)

Dat iedereen alles mag doen wat hij of zij wil. 

b)

Dat er een algemene acceptatie is van mensen met een andere levensstijl, geloof of afkomst. 

c)

 Dat de regels niet strikt worden gehandhaafd

d)

Dat iedereen dezelfde mening moet hebben. 

78.

Wat is een 'burgerinitiatief'? 

a)

Een plan van de gemeente voor de burgers. 

b)

Een voorstel dat burgers kunnen indienen bij de Tweede Kamer als ze genoeg handtekeningen hebben.

c)

Een landelijke feestdag.

d)

Een protestactie georganiseerd door de overheid. 

79.

U wilt uw kind inschrijven bij een sportvereniging. Wat wordt er vaak van ouders verwacht? 

a)

Dat zij de professionele coach worden. 

b)

Dat zij een financiële donatie doen aan de club.

c)

Dat zij af en toe helpen als vrijwilliger, bijvoorbeeld met rijden naar wedstrijden of helpen in de kantine.

d)

Dat zij elke training aanwezig zijn. 

80.

Wat is de 'participatiesamenleving'? 

a)

Een samenleving waarin de overheid alles voor de burgers regelt.

b)

Een samenleving waarin van burgers wordt verwacht dat zij zelf verantwoordelijkheid nemen en voor elkaar zorgen.

c)

Een samenleving die alleen gericht is op werk. 

d)

Een samenleving zonder regels.