NEW
Font size
WorksheetsCB1 thema 1 BS 1
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Waar heeft het zaad zich mee vastgezet aan de plant?
a) Met het poortje.
b) Met de kiem.
c) Met de navel.
d) Met de zaadhuid.
6. Wat is een van de levensverschijnselen die in de tekst wordt genoemd?
A.
Zingen
B.
Praten
C.
Ademen
D.
Zwemmen
3. Worden mensen tot de dieren gerekend in de biologie?
A.
Nee, de tekst zegt dat mensen organismen zijn, geen dieren.
B.
Alleen als ze in de natuur leven.
C.
Ja, volgens de leer van de biologie.
D.
Nee, mensen zijn aparte wezens.
19. Welk woord is geen levensverschijnsel;?
a) Uitscheiden
b) Praten
c) Bewegen
d) Groeien
Wat moet je doen om een scherp beeld te krijgen met de loep?
a) De loep ver van je oog houden.
b) Het voorwerp ver van de loep houden.
c) De loep dicht bij je oog houden en het voorwerp naar de loep brengen.
d) Zowel de loep als het voorwerp ver weghouden.
Wat zit er in een zaad en is het begin van een nieuwe boontplant?
a) De navel
b) De stengel
c) De kiem
d) De zaadhuid
Hoe heet het stevige bruine vlies aan de buitenkant van de bruine boon?
a) De schil
b) De navel
c) De zaadhuid
d) De kiem
9. Wat is het verschil tussen iets dat 'dood' is en iets dat 'levenloos' is, volgens de tekst?
A.
Dood is tijdelijk. Levenloos niet.
B.
Levenloos is een levend wezen zonder levensverschijnselen.
C.
Dood is een eigenschap van planten, levenloos van dieren.
D.
Iets dat dood is, heeft ooit geleefd, en iets dat levenloos is, heeft nooit geleefd.
12. Welk levensverschijnsel wordt in de tekst beschreven wanneer de aap een mango ziet, voelt en ruikt?
a) Voeden
b) Ademhalen
c) Waarnemen
d) Uitscheiden
Wat is de taak van de zaadhuid?
a) Het zaad water geven.
b) Het zaad beschermen.
c) De boon lekkerder maken.
d) Het zaad vastzetten aan de plant.
1. Van welke twee Griekse woorden is het woord 'biologie' afgeleid?
A.
Bios en logos
B.
Organisme en natuur
C.
Leven en wetenschap
D.
Bio en logisch
8. Wat behoort tot de organismen volgens de tekst?
A.
Alleen planten
B.
Mensen, dieren en planten
C.
Enkel mensen en dieren
D.
Levende wezens, maar geen organismen
2. Wat is een organisme volgens de tekst?
A.
Een levenloos voorwerp
B.
Een ander woord voor levend wezen
C.
Een dier, maar geen mens of plant
D.
Iets dat dood is
Welk instrument kun je gebruiken om nog kleinere organismen te bekijken?
a) Een loep
b) Een verrekijker
c) Een microscoop
d) Een camera
10. Wat is het verschil tussen iets dat dood is en iets dat levenloos is, volgens de tekst?
A.
Iets dat dood is, heeft ooit geleefd, en iets dat levenloos is, heeft nooit geleefd.
B.
Dood is een fase in het leven, en levenloos is een blijvende toestand.
C.
Iets dat levenloos is, kan weer levend worden, en iets dat dood is, niet.
D.
De termen betekenen hetzelfde en er is geen verschil.
4. Wat gebeurt er als een organisme geen levensverschijnselen meer vertoont?
A.
Het verandert in een plant.
B.
Het wordt een levenloos voorwerp.
C.
Het wordt 'dood' genoemd.
D.
Het wordt een organisme zonder levensverschijnselen.
7. Wat is de definitie van 'biologie' volgens de tekst?
A.
De wetenschap van de Griekse woorden
B.
De leer van het leven
C.
De studie van de dood
D.
De leer van de natuur
Wat kun je gebruiken om iets beter te zien als het te klein is voor het blote oog?
a) Een bril
b) Een vergrootglas (loep)
c) Een telescoop
d) Een lamp
Hoe noemen we de witte ovale vlek op een bruine boon?
a) Het poortje
b) De navel
c) Het hartvormig bultje
d) De wortel
5. Wat is een voorbeeld van een 'levenloos' voorwerp volgens de tekst?
A.
Een steen
B.
Een mens
C.
Een boom
D.
Een vis in een sloot
