Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

CB2 thema 4 BS 1

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Door de prikkeling van welk deel krijgen de meeste vrouwen een orgasme?

a)

A. De grote schaamlippen

b)

B. De vagina

c)

C. De urinebuis

d)

D. De clitoris

2.

1. Wat is het primaire geslachtsorgaan bij mannen?

a)

A.

De balzak

b)

B.

Het zwellichaam

c)

C.

De prostaat

d)

D.

De bijballen

3.

Waarom is de temperatuur in de balzak (huidplooi waar de teelballen liggen) lager dan in de buikholte?

a)

A. Omdat dit belangrijk is voor het maken van zaadcellen.

b)

B. Omdat het anders te koud wordt in de buik.

c)

C. Omdat dit helpt bij het lopen.

d)

D. Omdat dit de zaadcellen sneller maakt.

4.

9.Wat is een voorbeeld van een geestelijke verandering volgens de tekst?

a)

A.

Het kiezen van je eigen kleren

b)

B.

De ontwikkeling van spieren

c)

C.

De groei van lichaamsbeharing

d)

D.

De menstruatiecyclus begint

5.

Hoe noemen we het moment dat er een eicel vrijkomt uit een eierstok?

a)

A. Bevruchting

b)

B. Overgang

c)

C. Ovulatie of eisprong

d)

D. Puberteit

6.

Hoe noemen we de zaadcellen samen met het vocht van de zaadblaasjes en de prostaat?

a)

A. Urine

b)

B. Sperma

c)

C. Vruchtwater

d)

D. Voedingsstoffen

7.

2. Wat is het primaire geslachtsorgaan bij vrouwen?

a)

A.

De baarmoeder

b)

B.

De eileiders

c)

C.

De eierstokken (ovaria)

d)

D.

De vagina

8.

Wanneer begint de ontwikkeling van eicellen bij vrouwen?

a)

A. Vanaf de geboorte

b)

B. Vanaf de puberteit

c)

C. Vanaf 50-jarige leeftijd

d)

D. Als ze naar school gaat

9.

6.Welk hormoon is voornamelijk verantwoordelijk voor de zwaardere stem en de groei van de adamsappel bij jongens?

a)

A.

Insuline

b)

B.

Adrenaline

c)

C.

Mannelijkgeslachtshormoon

d)

D.

Vrouwelijkgeslachtshormoon

10.

Welke twee onderdelen voegen vocht toe aan de zaadcellen?

a)

A. Urineblaas en urinebuis

b)

B. Zaadleiders en prostaat

c)

C. Zaadblaasjes en prostaat

d)

D. Prostaat en urinebuis

11.

4. Wat is een secundair geslachtskenmerk bij vrouwen?

a)

A.

De lengte van de haren

b)

B.

De ontwikkeling van borsten

c)

C.

De eierstokken

d)

D.

De neus

12.
  1. Welke van de volgende is een secundair geslachtskenmerk bij mannen?

a)

A.

De ellebogen

b)

B.

De groei van baard- en snorhaar

c)

C.

Het geboortekanaal

d)

D.

De zaadballen

13.

Waar worden de zaadcellen tijdelijk bewaard (opgeslagen)?

a)

A. In de teelballen

b)

B. In de balzak

c)

C. In de bijballen

d)

D. In de buikholte

14.

8.Welke van de volgende veranderingen is een voorbeeld van een sociale verandering?

a)

A.

Je krijgt een zwaardere stem

b)

B.

Je gaat je zelfstandiger opstellen

c)

C.

De ontwikkeling van de geslachtsorganen

d)

D.

Je lengte neemt toe

15.

5.Wat is het belangrijkste verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken?

.

a)

A.

Primaire kenmerken bepalen het geslacht; secundaire kenmerken doen dat niet.

b)

B.

Primaire kenmerken zijn permanent, secundaire kenmerken niet.

c)

C.

Primaire kenmerken zijn al bij de geboorte aanwezig; secundaire kenmerken ontwikkelen zich tijdens de puberteit.

d)

D.

Primaire kenmerken worden veroorzaakt door hormonen; secundaire kenmerken niet

16.

Wat is de andere naam voor zaadcellen?

a)

A. Hormonen

b)

B. Eicellen

c)

C. Spermacellen

d)

D. Zaadkorrels

17.

Wanneer beginnen de teelballen van een jongen ongeveer te werken?

a)

A. Vanaf de geboorte

b)

B. Als de jongen ongeveer 13 jaar is

c)

C. Als de jongen 20 jaar is

d)

D. Vanaf dat hij naar de middelbare school gaat

18.

7.Welk hormoon is voornamelijk verantwoordelijk voor de verbreding van de heupen en de ontwikkeling van borsten bij meisjes?

a)

A.

Vrouwelijkgeslachtshormoon

b)

B.

Mannelijkgeslachtshormoon

c)

C.

Insuline

d)

D.

Adrenaline

19.

10.Welk thema begint steeds belangrijker te worden in het leven van jongeren tijdens de puberteit?

a)

A.

Financiële onafhankelijkheid

b)

B.

Seksualiteit

c)

C.

Sport

d)

D.

Huiswerk

20.

Wat vervoeren de zaadleiders?

a)

A. Urine

b)

B. Voedingsstoffen

c)

C. Sperma

d)

D. Zaadcellen