Font size
WorksheetsMH1 Thema 1 begrippen
Total questions: 44
Worksheet time: 38mins
Welke levenskenmerken horen bij stoffen opnemen en afgeven aan de omgeving?
Ademhalen
Voeden
Uitscheiden
Waarnemen
Voortplanten
Welke levenskenmerken horen bij reageren op de omgeving?
Bewegen
Groeien
Uitscheiden
Waarnemen
Voortplanten
Welke levenskenmerken horen bij voortbestaan?
Bewegen
Groeien
Uitscheiden
Waarnemen
Voortplanten
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Als een organisme geen levenskernmerken meer heeft.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Als iets geen levenskernmerken heeft gehad.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Stoffen die nodig zijn voor groei en ontwikkeling.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Een stof die veel energie bevat en wordt gemaakt door planten.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Het proces waarbij een plant glucose maakt met behulp van energie uit licht.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Een levend wezen.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Een organisme heeft levenskenmerken, dus het is (a) ?
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Het groter en zwaarder worden van een organisme.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Veranderingen in de bouw van een organisme.
(a)
Wat is de functie van de zaadhuid?
Het zaad beschermen.
Water opnemen tijdens de kieming.
Hierin zit reservevoedsel opgeslagen.
Hiermee heeft het zaad vast gezeten aan de moeder plant.
Wat is de functie van het poortje?
Het zaad beschermen.
Water opnemen tijdens de kieming.
Hierin zit reservevoedsel opgeslagen.
Hiermee heeft het zaad vast gezeten aan de moeder plant.
Wat is de functie van de zaadlobben?
Het zaad beschermen.
Water opnemen tijdens de kieming.
Hierin zit reservevoedsel opgeslagen.
Hiermee heeft het zaad vast gezeten aan de moeder plant.
Wat is de functie van de navel?
Het zaad beschermen.
Water opnemen tijdens de kieming.
Hierin zit reservevoedsel opgeslagen.
Hiermee heeft het zaad vast gezeten aan de moeder plant.
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
De verandering in lichaamsbouw noem je (a) ontwikkeling.
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
De ontwikkeling van het verstand, het gevoelsleven en de persoonlijkheid, noem je (a) ontwikkeling.
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Een lichaamsvorm waarbij de kop, romp en staart geleidelijk in elkaar over gaan.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Als een plant teveel water verliest en hierdoor door kan gaan.
(a)
Welke begrip hoort bij de volgende omschrijving?
Het leren van bepaalde bewegingen, noem je (a) ontwikkeling.
In welke fase vindt de volgende gebeurtenis plaats?
Iemand gaat in een studentenhuis wonen.
(a)
In welke fase vindt de volgende gebeurtenis plaats?
Iemand krijgt borsten
(a)
In welke fase vindt de volgende gebeurtenis plaats?
Iemand leert fietsen.
(a)
In welke fase vindt de volgende gebeurtenis plaats?
Iemand leert zijn handen gebruiken.
(a)
In welke fase vindt de volgende gebeurtenis plaats?
Iemand leert lezen.
(a)
In welke fase vindt de volgende gebeurtenis plaats?
Iemand leert praten.
(a)
In welke fase vindt de volgende gebeurtenis plaats?
Iemand leert lopen met een rollator.
(a)
In welke fase vindt de volgende gebeurtenis plaats?
Iemand wordt zwanger.
(a)
Welke stoffen heeft een plant nodig om aan fotosynthese te doen?
Koolstofdioxide
Water
Energie uit zonlicht
Zuurstof
Glucose
Welke stoffen maakt een plant bij fotosynthese?
Koolstofdioxide
Water
Energie uit zonlicht
Zuurstof
Glucose
Welke eigenschappen hebben planten die in het water leven?
Slappe stengels
Groeien in de bovenste laag van het water
Wortels zitten in de grond onderwater
Wortels zitten boven het water
Stevige stengels
Welke aanpassingen hebben landplanten tegen uitdroging?
Kleine en dikke bladeren
Grote en platte bladeren
Veel wortels
Weinig wortels
Welke aanpassingen hebben landplanten in een vochtige omgeving?
Kleine en dikke bladeren
Grote en platte bladeren
Veel wortels
Weinig wortels
Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving?
De (a) is geschikt om zaden te eten. Een korte snavel voor veel kracht.
Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving?
De (a) is puntig. De vogel kan goed insecten vangen.
Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving?
De (a) is geschikt om prooidieren in stukken te scheuren. Roofvogels en uilen hebben deze scherpe snavel.
Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving?
De (a) is geschikt voor diep in natte bodem te prikken naar bodemdiertjes.
Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving?
De (a) komt voor bij watervogels. Ze nemen water op en persen het naar buiten via de zeef. Ze eten er plankton mee.
Welke vorm van voortbewegen wordt weergeven in de afbeelding?
Zoolganger
Teenganger
Topganger
Welke vorm van voortbewegen wordt weergeven in de afbeelding?
Zoolganger
Teenganger
Topganger
Welke vorm van voortbewegen wordt weergeven in de afbeelding?
Zoolganger
Teenganger
Topganger
Welke drie vormen van verdediging gebruiken planten?
Stekels
Brandharen
Gifstoffen
Schutkleur
Schild
Welke drie vormen van verdediging gebruiken dieren?
Stekels
Brandharen
Gifstoffen
Schutkleur
Schild
