wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 4 herhaling basisstof 1 tot en met 5

Total questions: 39

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

hoeveel botten zijn er in het lichaam

(a)  

2.

De beenderen bij baby's bestaan voornamelijk uit kraakbeen.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Lijmstof verbrandt in een vlam.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Been is buigzamer dan kraakbeen.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 4?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
6.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 2?
a)
Spaakbeen
b)
Schouderblad
c)
Borstbeen
d)
Wandbeen
7.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 10?
a)
Scheenbeen
b)
Knieschijf
c)
Scheenbeen
d)
Opperarmbeen
8.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 11?
a)
Heiligbeen
b)
Staartbeen
c)
Heupbeen
d)
Bekken
9.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 3?
a)
Heiligbeen
b)
Halswervel
c)
Ribben
d)
Borstbeen
10.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 6?
a)
Ellepijp
b)
Spaakbeen
c)
Opperarmbeen
d)
Bovenarmbeen
11.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 8?
a)
Been
b)
Onderbeen
c)
Scheenbeen
d)
Kuitbeen
12.

Uit welke delen bestaat het skelet?

a)

De botten bovenaan, in het midden en onderaan

b)

De botten van het hoofd, de romp en de ledematen

c)

De dikke en dunne botten

13.
Op welk plaatje zie je een naadverbinding?
a)
Plaatje 1
b)
Plaatje 2
c)
Plaatje 3
d)
Geen enkele
14.

De tussenwervelschijf tussen twee wervels is een voorbeeld van een ...

a)

Naadverbinding

b)

Gewrichtsverbinding

c)

Kraakbeenverbinding

d)

Wervelverbinding

15.

Welk type verbinding zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Naadverbinding

16.

Waarmee zitten de twee botten van een gewricht aan elkaar vast?

a)

Kraakbeen

b)

Gewrichtskapsel

c)

Bot

17.

Welk type gewricht zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Zadelgewricht

18.

Welk type gewricht zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Zadelgewricht

19.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 1?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Gewrichtskogel

d)

Gewrichtskom

20.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 2?

a)

Kraakbeenlaagje

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kapselband

d)

Gewrichtssmeer

21.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 3?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Gewrichtskogel

d)

Gewrichtskom

22.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 5?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kraakbeenlaagje

d)

Gewrichtssmeer

23.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 4?

a)

Kraakbeenlaagje

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kapselband

d)

Gewrichtssmeer

24.

Een groep spiervezels noem je?

a)

Spiervezelbundel

b)

Spierbundel

c)

Pezen

d)

Vlies

25.

Als je een stukje biefstuk eet dan eet je vooral...?

a)

Bot

b)

Kraakbeen

c)

Spierweefsel

d)

Huid

26.

Wat zijn antagonisten?

a)

Spieren met dezelfde werking

b)

Willekeurige spieren

c)

Onwillekeurige spieren

d)

Spieren met een tegenovergestelde werking

27.

Een voorbeeld van antagonisten zijn de biceps en de triceps

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

Een spier levert meer kracht als er meer spiervezels samentrekken

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Waardoor wordt de knieschijf op zijn plek gehouden?

a)

Gewrichtsband

b)

Meniscus

c)

Gewricht

d)

Naadverbinding

30.

een andere naam voor armbuigspier is triceps

a)

Waar

b)

Niet waar

31.

Spieren zitten met vezels vast aan de botten

a)

waar

b)

niet waar

32.

Het kleinste deel van een spier is een spiervezel

a)

waar

b)

niet waar

33.

Wat is de goede volgorde van groot naar klein?

a)

spiervezel - spier - spierbundel

b)

spier - spierbundel - spiervezel

c)

spiervezel - spierbundel - spier

d)

spierbundel - spier - spiervezel

34.

bij een verzwikking moet je het volgende doen:

a)

gips om de enkel heen doen

b)

het gewricht masseren

c)

het gewricht koelen met ijs

d)

het gewricht met rust laten

35.

In de afbeelding zie je een...

a)

Gewricht

b)

Kraakbeenverbinding

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

36.

Het vlies dat om je spieren heen zit noem je de...

a)

Spierschede

b)

Spiervezels

c)

Spierbundels

37.

Gewichtheffen maakt kleine scheurtjes in je spieren. Door herstel ontstaan er meer spiervezels: hier word je sterker van.

a)

Waar

b)

Niet waar

38.

Bij deze blessure is er sprake van een ophoping van afvalstoffen in een spier waardoor de zenuwen in de spier geprikkeld raken

a)

Spierpijn

b)

Zweepslag

c)

Bloeduitstorting

d)

Spierkramp

39.

Uit welke 3 onderdelen bestaat het skelet van de mens?

a)

Hoofd, romp en benen

b)

Hoofd, romp en armen

c)

Hoofd, romp en ledematen

d)

Hoofd, armen en benen