wayground logo

Lembar Kerja Gratis yang Dapat Dicetak

BARU

Ukuran huruf

S
M
L
XL
Lembar kerja

N2:M2: Hfst 1: Basisbegrippen (eentermen & veeltermen) QUIZ

Total soal: 18

Worksheet time: 9mins

Nama
Kelas
Tanggal
1.

Welke graad in x heeft deze veelterm: -4x³ +x?

a)

1ste graad in x

b)

2de graad in x

c)

3de graad in x

d)

4de graad in x

2.

Hoe schrijf je 5 minder dan een getal?

a)

x-5

b)

x+5

c)

5-x

d)

x/5

3.

Zijn 5a en -7a gelijksoortige eentermen?

a)

Ja, want ze hebben hetzelfde lettergedeelte nl. a

b)

Nee, want ze hebben verschillende coëfficiënten

c)

Ja, want ze zijn beide negatief

d)

Nee, want ze zijn beide positief

4.

Hoe schrijf je de som van x en y?

a)

x+y

b)

x-y

c)

x*y

d)

x/y

5.

Hoe schrijf je het kwadraat van een getal?

a)

b)

x^2

c)

x*2

d)

x² + 1

6.

De x² in 3x² is ...?

a)

Het lettergedeelte

b)

De constante term

c)

De coëfficiënt

d)

De exponent

7.

Hoe schrijf je 5 meer dan een getal?

a)

x+5

b)

x-5

c)

5x

d)

x/5

8.

Def. van een veelterm

a)

Een veelterm is de som van eentermen.

b)

Een veelterm is een product van getallen.

c)

Een veelterm is een constante waarde.

d)

Een veelterm is een oneindige reeks van getallen.

9.

Hoe schrijf je het tegengestelde van een getal?

a)

-x

b)

x

c)

0

d)

x^2

10.

Het synoniem voor het cijfergedeelte is ...?

a)

De coëfficiënt

b)

De constante

c)

De variabele

d)

De exponent

11.

Hoe schrijf je het dubbele van een getal?

a)

2x

b)

x+2

c)

2+x

d)

x*2

12.

Hoe schrijf je de helft van een getal?

a)

@@ rac{1}{2}x@@

b)

@@ rac{x}{3}@@

c)

@@ rac{x}{4}@@

d)

@@ rac{2}{x}@@

13.

Def. van een graad van een veelterm in één letter

a)

De grootste exponent van de veelterm in één letter.

b)

De som van de coëfficiënten van de veelterm.

c)

Het aantal termen in de veelterm.

d)

De waarde van de veelterm bij x=0.

14.

Def. van gelijksoortige eentermen

a)

Gelijksoortige eentermen zijn eentermen die hetzelfde lettergedeelte hebben.

b)

Gelijksoortige eentermen zijn eentermen die verschillende lettergedeelten hebben.

c)

Gelijksoortige eentermen zijn eentermen die altijd positief zijn.

d)

Gelijksoortige eentermen zijn eentermen die alleen uit cijfers bestaan.

15.

Hoe schrijf je het drievoud van een getal?

a)

2x

b)

3x

c)

4x

d)

x

16.

Zijn 5a en 5b gelijksoortige eentermen?

a)

Ja, ze zijn gelijksoortig omdat ze dezelfde coëfficiënt hebben.

b)

Nee, want ze hebben niet hetzelfde lettergedeelte nl. a en b

c)

Ja, ze zijn gelijksoortig omdat ze beide een a bevatten.

d)

Nee, want ze zijn beide geen eentermen.

17.

Hoe schrijf je een vierde van een getal?

a)

@@ rac{1}{4}x@@

b)

@@ rac{x}{2}@@

c)

@@ rac{1}{3}x@@

d)

@@ rac{x}{5}@@

18.

Def. van een eenterm

a)

Een eenterm is het product van een coëfficiënt en letterfactoren met positieve exponenten.

b)

Een eenterm is een getal zonder variabelen.

c)

Een eenterm is de som van verschillende termen.

d)

Een eenterm is altijd een negatief getal.