Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz begrippentoets oefenen 1KGT H3 afrika

Total questions: 28

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Het veranderen van waterdamp (gasvormig) in vloeibaar water

(a)  

2.

Natuurlandschap met een bepaald soort natuurlijke begroeiing

a)

Steppe

b)

Plantage

c)

Vegetatiezone

3.

Luchtstreek met een breedteligging ten noorden van de 66 ½ NB en ten zuiden van de 66 ½ ZB

a)

Poolstreek

b)

Gematigde zone

c)

Tropen

4.

Boomloze grasvlakte in een droog gebied

(a)  

5.

Iemand die rondtrekt, in tenten woont en leeft van vee of van handel

(a)  

6.

Klimaat

a)

Gemiddelde weer over een periode van 1 jaar

b)

Gemiddelde temperatuur in een gebied

c)


Gemiddelde weer over een periode van dertig jaar


d)

Gemiddelde neerslag in een gebied

7.

De luchtlaag om de aarde. Heet ook atmosfeer

a)

Gaswolk

b)

Luchtstreek

c)

Oase

d)

Dampkring

8.

Luchtstreek rond de evenaar van 23½ NB tot 23½ ZB




(a)  

9.

Hulp bij een hongersnood of een andere ramp

(a)  

10.

Savanne

a)

Boomloze grasvlakte in een droog gebied

b)

De bossen in warme vochtige gebieden rond de evenaar

c)

Erg droog gebied waar bijna niks groeit

d)

Grote grasvlakte in de tropen met hier en daar wat bomen

11.

Gematigd klimaat

a)

Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur in de zomer niet hoger is dan 10°C, en waarbij er vaak weinig neerslag valt, meestal sneeuw

b)

Klimaat waarbij het niet heel warm en niet heel koud is en waar het hele jaar of een deel van het jaar neerslag valt.

c)

Klimaat met weinig tot geen neerslag

d)

Klimaat waarbij het altijd warm is, de gemiddelde temperatuur komt nooit onder de 18°C en waarbij de neerslag het hele jaar of zes tot negen maanden per jaar valt.

12.

Water op het land brengen om gewassen te laten groeien

(a)  

13.

Verschillende verdiepingen van begroeiing in het tropisch regenwoud

(a)  

14.

Hoe warm of koud iets is, uitgedrukt in graden Celsius (°C)

(a)  

15.

Erg droog gebied waar bijna niks groeit

(a)  

16.

Water dat in vaste of vloeibare vorm uit de dampkring op aarde valt.

a)

Waterdamp

b)

Neerslag

c)

Windstromen

17.

Groot landbouwbedrijf in de tropen dat één soort tropisch gewas verbouwt voor de handel, bijvoorbeeld thee, koffie of cacao

(a)  

18.

Tropisch klimaat

a)

Klimaat waarbij het altijd warm is, de gemiddelde temperatuur komt nooit onder de 18°C en waarbij de neerslag het hele jaar of zes tot negen maanden per jaar valt.

b)

Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur in de zomer niet hoger is dan 10°C, en waarbij er vaak weinig neerslag valt, meestal sneeuw

c)

Klimaat waarbij het niet heel warm en niet heel koud is en waar het hele jaar of een deel van het jaar neerslag valt.

d)

Klimaat met weinig tot geen neerslag

19.

Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur in de zomer niet hoger is dan 10°C, en waarbij er vaak weinig neerslag valt, meestal sneeuw

(a)  

20.

De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaald moment.

(a)  

21.

Diagram dat de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag per maand van een bepaalde plaats laat zien.

(a)  

22.

Ontwikkelingssamenwerking

a)

Samenwerken aan duurzame oplossingen voor bijvoorbeeld voedsel en water tekorten, waar mensen blijvend iets aan hebben.

b)

Samenwerken om snelle winst te maken zonder rekening te houden met de natuur.

c)

Alleen werken aan kortetermijnprojecten zonder samenwerking met anderen.

23.

Luchtstreek die tussen de 23,5° en 66,5° NB en 23,5° en 66,5° ZB ligt.

(a)  

24.

Klimaat met weinig tot geen neerslag

a)

Tropisch klimaat

b)

Nat klimaat

c)

Droog klimaat

d)

Gemengd klimaat

25.

Zone op aarde die is ingedeeld op basis van de temperatuur. Je onderscheidt de tropen, de gematigde zone en de poolstreek

(a)  

26.

De bossen in warme vochtige gebieden rond de evenaar

(a)  

27.

Duurzame energiebron

a)

Duurzame energiebronnen zijn alle soorten brandstoffen die je kunt verbranden om snel veel energie te krijgen, zoals benzine en aardgas.

b)

Een energiebron die na 10 jaar opraakt.

c)

Het is energie die alleen uit kerncentrales komt en nooit opraakt, omdat kernenergie geen invloed heeft op het milieu.

d)

Energiebron die niet vervuilt en nooit opraakt zoals wind energie en zonne-energie

28.

Plek in de woestijn waar water te vinden is.

(a)