wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV3 - 1.1 Klimaat en landschap in de VS

Total questions: 31

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de invloed van breedteligging op de temperatuur in de VS?

a)

Breedteligging heeft geen invloed op temperatuur

b)

Breedteligging bepaalt de temperatuur in de VS

c)

Breedteligging beïnvloedt alleen neerslag

d)

Breedteligging is alleen belangrijk voor windrichting

2.

Wat is een aanlandige wind?

a)

Een wind die van land naar zee waait

b)

Een wind die van zee naar land waait

c)

Een wind die altijd uit het oosten komt

d)

Een wind die geen invloed heeft op het klimaat

3.

Wat is een aflandige wind?

a)

Een wind die van zee naar land waait

b)

Een wind die van land naar zee waait

c)

Een wind die uit het zuiden komt

d)

Een wind die regen brengt

4.

Welke factor beïnvloedt de temperatuur en neerslag in de VS?

a)

Ligging van gebergten

b)

Hoogte van gebouwen

c)

Aantal rivieren

d)

Soort vegetatie

5.

Wat is een zeestroom?

a)

Een rivier in de zee

b)

Een stroming van water in de oceaan

c)

Een wind die over zee waait

d)

Een golf aan de kust

6.

Wat is een regenschaduw?

a)

Een gebied waar veel regen valt

b)

Een gebied achter een gebergte waar weinig regen valt

c)

Een schaduw veroorzaakt door wolken

d)

Een plek waar het altijd bewolkt is

7.

Wat is een stuwingregen?

a)

Regen die ontstaat door verdamping

b)

Regen die ontstaat wanneer lucht tegen een gebergte opstijgt

c)

Regen die alleen in de winter valt

d)

Regen die door mensen wordt veroorzaakt

8.

Wat is een steppeklimaat?

a)

Klimaat met veel neerslag

b)

Klimaat met weinig neerslag

c)

Klimaat met veel bossen

d)

Klimaat met veel sneeuw

9.

Wat is een woestijnklimaat?

a)

Klimaat met veel regen

b)

Klimaat met weinig neerslag en hoge temperaturen

c)

Klimaat met veel bossen

d)

Klimaat met lage temperaturen

10.

Wat is een zeeklimaat?

a)

Klimaat met grote temperatuurverschillen

b)

Klimaat met milde temperaturen en veel neerslag

c)

Klimaat met weinig neerslag

d)

Klimaat met veel sneeuw

11.

Wat is een hooggebergte?

a)

Een berg met een hoogte boven 1500 meter

b)

Een berg met een hoogte onder 500 meter

c)

Een heuvel

d)

Een vlakte

12.

Wat is een laagvlakte?

a)

Een gebied met veel bergen

b)

Een gebied met weinig hoogteverschillen

c)

Een gebied met veel bossen

d)

Een gebied met veel rivieren

13.

Wat is een loefzijde?

a)

De kant van een berg waar de wind vandaan komt

b)

De kant van een berg waar de wind naartoe waait

c)

De kant van een berg zonder neerslag

d)

De kant van een berg met veel bossen

14.

Wat is een lijzijde?

a)

De kant van een berg waar de wind vandaan komt

b)

De kant van een berg waar de wind naartoe waait

c)

De kant van een berg met veel neerslag

d)

De kant van een berg met veel bossen

15.

Wat is jaaramplitude?

a)

Het verschil tussen de hoogste en laagste temperatuur in een jaar

b)

Het verschil tussen dag en nacht temperatuur

c)

Het verschil tussen zomer en winter neerslag

d)

Het verschil tussen zeeklimaat en landklimaat

16.

Wat is extensieve veeteelt?

a)

Veeteelt met weinig dieren per hectare

b)

Veeteelt met veel dieren per hectare

c)

Veeteelt in de stad

d)

Veeteelt zonder water

17.

Wat is het verschil tussen een oud gebergte en een jong gebergte?

a)

Oud gebergte is hoger dan jong gebergte

b)

Jong gebergte is steiler en puntiger dan oud gebergte

c)

Oud gebergte heeft meer sneeuw

d)

Jong gebergte heeft meer bossen

18.

Wat is een Middellandse Zeeklimaat?

a)

Klimaat met koude winters en natte zomers

b)

Klimaat met warme, droge zomers en milde, natte winters

c)

Klimaat met veel sneeuw

d)

Klimaat met veel bossen

19.

Wat is een landklimaat?

a)

Klimaat met grote temperatuurverschillen tussen zomer en winter

b)

Klimaat met milde temperaturen

c)

Klimaat met veel neerslag

d)

Klimaat met weinig neerslag

20.

Wat is een droogte?

a)

Periode met veel regen

b)

Periode met weinig of geen neerslag

c)

Periode met veel sneeuw

d)

Periode met veel wind

21.

Wat is het klimaatsysteem van Köppen?

a)

Een systeem om rivieren te classificeren

b)

Een systeem om klimaten te classificeren op basis van temperatuur en neerslag

c)

Een systeem om bergen te classificeren

d)

Een systeem om vegetatie te classificeren

22.

Wat zijn grenzen tussen Köppenklimaten?

a)

Grenzen tussen landen

b)

Overgangen tussen verschillende klimaattypen volgens Köppen

c)

Grenzen tussen gebergten

d)

Grenzen tussen rivieren

23.

Wat zijn kaartvaardigheden?

a)

Vaardigheden om kaarten te tekenen en te lezen

b)

Vaardigheden om bergen te beklimmen

c)

Vaardigheden om rivieren te meten

d)

Vaardigheden om bossen te planten

24.

Wat is een neerslagfactor?

a)

Een factor die de hoeveelheid neerslag beïnvloedt

b)

Een factor die de temperatuur bepaalt

c)

Een factor die de windrichting bepaalt

d)

Een factor die de vegetatie bepaalt

25.

Wat is een temperatuurfactor?

a)

Een factor die de temperatuur beïnvloedt

b)

Een factor die de neerslag bepaalt

c)

Een factor die de windrichting bepaalt

d)

Een factor die de vegetatie bepaalt

26.

Wat is een middelgebergte?

a)

Een gebergte met een hoogte tussen 500 en 1500 meter

b)

Een gebergte hoger dan 2000 meter

c)

Een gebergte lager dan 500 meter

d)

Een gebergte met veel bossen

27.

Wat is een hoogvlakte?

a)

Een vlak gebied op grote hoogte

b)

Een berg met een steile top

c)

Een laaggelegen gebied

d)

Een gebied met veel rivieren

28.

Wat is een loefzijde van een gebergte?

a)

De kant waar de wind tegenaan blaast en veel neerslag valt

b)

De kant waar weinig neerslag valt

c)

De kant met veel bossen

d)

De kant met veel sneeuw

29.

Wat is een lijzijde van een gebergte?

a)

De kant waar de wind tegenaan blaast

b)

De kant waar weinig neerslag valt

c)

De kant met veel bossen

d)

De kant met veel sneeuw

30.

Wat is een klimaatfactor?

a)

Een factor die het klimaat beïnvloedt

b)

Een factor die de temperatuur bepaalt

c)

Een factor die de luchtvochtigheid beïnvloedt

d)

Een factor die de windkracht bepaalt

31.

Wat is een polair klimaat?

a)

Klimaat met veel bossen en vegetatie

b)

Klimaat met warme zomers en koude winters

c)

Klimaat met zeer lage temperaturen en weinig neerslag

d)

Klimaat met milde temperaturen en veel neerslag