wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Welvaart en economische groei

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Kies het voorbeeld van ‘intergenerationele rechtvaardigheid’.

a)

Extra olie oppompen voor budgettaire ruimte

b)

Uitstellen van onderhoud aan dijken en bruggen

c)

Alle spaargelden aanwenden voor consumptie

d)

Nu investeren in hernieuwbare energiecapaciteit

2.

Een land kent snelle bbp-groei, maar armoede blijft hoog. Welke verklaring is het meest waarschijnlijk?

a)

Te sterke valuta maakt export duurder

b)

Te veel toerisme verdringt industrie

c)

Te lage inflatie voor consumptiestimulans

d)

Ongelijke verdeling van inkomens en kansen

3.

Welke indicator geeft het beste weer of mensen gemiddeld welvarender worden?

a)

Totale exportwaarde in dollars

b)

Nominale lonen zonder prijscorrectie

c)

Reëel bbp per hoofd van de bevolking

d)

Aantal bedrijven opgericht per jaar

4.

Een overheid wil groei stimuleren. Welke maatregel is het meest effectief op middellange termijn?

a)

Verbieden van buitenlandse concurrentie

b)

Investeren in infrastructuur en onderwijs

c)

Verlagen van verkoopbelasting tijdelijk

d)

Verplicht sparen voor alle huishoudens

5.

Kettingeuro’s worden gebruikt om...

a)

Reële groei over jaren te vergelijken

b)

Valutakoersen dagelijks te voorspellen

c)

Budgettekorten jaarlijks te berekenen

d)

Nominale groei tussen twee jaren te vergelijken.

6.

Welke factor zorgt ervoor dat een land met hoog bbp toch lage welvaart per inwoner heeft?

a)

Zeer grote bevolking

b)

Hoge rentevoet

c)

Sterke munt

d)

Veel exportsubsidies

7.

Welke beleidskeuze verhoogt waarschijnlijk het bbp per capita op lange termijn?

a)

Importtarieven willekeurig verhogen

b)

Overheidsconsumptie abrupt verlagen

c)

Investeren in onderwijs en innovatie

d)

Bevolking laten toenemen zonder productiviteitsgroei

e)

BBP herberekenen in een andere valuta

8.

Welke indicator is het minst geschikt om de gemiddelde welvaart van inwoners te meten?

a)

Bbp per capita van het land

b)

Totaal bbp van het land

c)

Reëel bbp per capita trend

d)

Bbp per capita gecorrigeerd voor prijsniveau

9.

Wat is een voorbeeld van fysiek kapitaal in een bedrijf?

a)

Training van werknemers

b)

Patent op een uitvinding

c)

Geld op de bankrekening

d)

Machines in de fabriek

10.

Een economie investeert in robots én scholing. Welke combinatie van factoren wordt hier versterkt?

a)

Belastingen en prijzen

b)

Inflatie en rente

c)

Handel en consumptie

d)

Kapitaal en arbeid

11.

Wat is het door de EU vermelde doel inzake percentage hooggeschoolden?

a)

45 procent hooggeschoolden

b)

50 procent hooggeschoolden

c)

30 procent hooggeschoolden

d)

40 procent hooggeschoolden

12.

Wat is een risico bij onderschatten van disruptie?

a)

Snellere productinnovatie door incumbents

b)

Sterkere toetredingsbarrières voor nieuwkomers

c)

Verlies van marktaandeel en margedruk

d)

Verbeterde klanttevredenheid bij bestaande producten

13.

De Human Development Index meet drie categorieën voor elk land : de kennis (onderwijsniveaus), de volksgezondheid (levensverwachting) en de

(a)  

14.

Een schatting van het bbp van de maximale productiecapaciteit heet ...

a)

bbp aan kettingeuro's

b)

potentieel bbp

c)

bbp aan lopende prijzen

d)

bbp op lange termijn

15.

Waarom is economische groei belangrijk? Met andere woorden voor welke grote uitdagingen rekenen we op groei in het bbp?

2 lines
16.

In een kenniseconomie als België moeten we vooral inzetten op .........

a)

goederenkapitaal

b)

intellectueel kapitaal

c)

institutioneel kapitaal

d)

sociaal kapitaal

17.

Ict-vaardigheden van het personeel van een bedrijf valt onder ....

a)

natuurlijk kapitaal

b)

sociaal kapitaal

c)

menselijk kapitaal

d)

intellectueel kapitaal

18.

Wat is geen pijler van het Bruto Nationaal Geluk

a)

goed bestuur

b)

scholingsniveau

c)

culturele waarden

d)

duurzame ontwikkeling

19.

Wat betekent disruptie?

a)

Verandering

b)

Verstoring

c)

Digitale transmissie

d)

Innovatie

20.

We zagen drie determinanten (Arbeid, Kapitaal en Technologie) die belangrijk zijn voor het bbp. Dikwijls wordt er ook over een vierde gesproken.. Welke denk je dat dit is?

a)

Innovatie

b)

Migratie

c)

Vergrijzing

d)

Ondernemingsschap