Search Header Logo
Taalbeschouwing A6 (Nieuw Nederlands)

Taalbeschouwing A6 (Nieuw Nederlands)

Assessment

Presentation

•

World Languages

•

12th Grade

•

Hard

Created by

Simone Goekoop-Boeter

Used 4+ times

FREE Resource

6 Slides • 10 Questions

1

Taalbeschouwing A6 (Nieuw Nederlands)

Het coöperatieve principe

Slide image

2

Slide image

3

Slide image

4

Slide image

5

Multiple Select

Vink je juiste antwoorden aan:

Piet: 'Wat wil je drinken?'

Jean: 'Frankrijk is een mooi land.'

Piet: 'Ja ja, ik snap het al, wijn dus.'

1

Jean houdt zich niet aan het coöperatieve principe.

2

Piet houdt zich niet aan het coöperatieve principe

3

Jean houdt zich wel aan het coöperatieve principe.

4

Piet houdt zich wel aan het coöperatieve principe

6

Multiple Choice

Welke maxime wordt hier niet toegepast?

Bert: 'Waar is mijn doos chocola?'

Henk: 'Johan was vanmorgen in jouw kamer.'

1

maxime van kwaliteit

2

maxime van kwantiteit

3

maxime van relevantie

4

maxime van wijze

7

Multiple Choice

Welke maxime speelt hier een rol?

Hanna: 'Kun je me het zout even aangeven?'

Roos: 'Dat kan ik wel, ik zit er vlakbij.'

1

Maxime van kwaliteit

2

Maxime van kwantiteit

3

Maxime van relevantie

4

Maxime van wijze

8

Multiple Choice

Welke maxime speelt hier een rol?

Hans: 'Lekker weertje!'

Mary: 'Inderdaad, verschrikkelijk!'

1

maxime van kwaliteit

2

maxime van kwantiteit

3

maxime van relevantie

4

maxime van wijze

9

Multiple Choice

Welke maxime speelt hier een rol?

Herman: 'Wat vind je van mijn schoenen?'

Cindy: 'Ze hebben dezelfde kleur als mijn behang.'

1

Maxime van kwaliteit

2

Maxime van kwaliteit

3

Maxime van relevantie

4

Maxime van wijze

10

Slide image

11

Slide image

12

Multiple Select

Welke twee betekenissen heeft deze zin:

"Ik houd van Franse kaas en wijn"

1

Ik houd van Franse kaas en Franse wijn

2

Ik houd van Franse kaas en (niet Franse) wijn,

3

Ik houd van Frankrijk

4

Ik houd van alles wat uit Frankrijk komt

13

Multiple Select

Welke twee betekenissen heeft deze zin:

"Iedereen houdt van twee meisjes."

1

Iedereen houdt van alle meisjes, dus ook van twee.

2

Iedereen houdt van een meisje.

3

Er zijn twee meisjes van wie iedereen houdt

4

Iedereen heeft twee meisjes van wie hij/zij houdt

14

Multiple Select

Welke twee betekenissen heeft deze zin:

"Wie heeft Marie gebeld?"

1

Wie was de persoon die door Marie gebeld werd?

2

Wie probeerde Marie te bellen?

3

Wie heeft telefonisch contact geprobeerd te zoeken met Marie?

4

Wie was de persoon die naar Marie heeft gebeld?

15

Multiple Select

Welke twee betekenissen heeft deze zin:

"Wil je friet en ijs of cola?"

1

Wil je friet en ijs of friet en cola?

2

Wil je friet, ijs of cola?

3

Wil je friet en ijs, of wil je cola?

4

Wil je friet en cola of ijs en cola?

16

Open Ended

Heb je nog vragen voor me, is alles duidelijk?

pattern-tertiary

Taalbeschouwing A6 (Nieuw Nederlands)

Het coöperatieve principe

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 16

SLIDE