Search Header Logo
Les 7 - Herhaling zinsleer

Les 7 - Herhaling zinsleer

Assessment

Presentation

Other

11th Grade

Easy

Created by

Lien De Petter

Used 1+ times

FREE Resource

14 Slides • 15 Questions

1

Les 7 - Herhaling zinsleer

cursus p.38-45

2

​Instap

​Luister aandachtig naar het liedje Twee meisjes van Raymond van het Groenewoud.

Opdracht:

https://www.youtube.com/watch?v=tDktQhssr1Q

3

Fill in the Blank

Hoe zoek je de persoonsvorm in de zin? 

4

Multiple Choice

Waar staat de persoonsvorm dan in de ja/nee-vraag?

1

helemaal vooraan

2

op de 2de plaats

3

op de 3de plaats

4

helemaal achteraan

5

Multiple Choice

Wat is de persoonsvorm in deze zin?

De les vandaag zal over zinsleer gaan.

1

zal

2

gaan

6

​De persoonsvorm (pv)

  • ​door een ja/nee-vraag

  • ​helemaal vooraan

  • ​onderwerp op de tweede plaats in de vraag

  • ​elk(e) woord(groep) die voor de pv kan plaatsen, is een zinsdeel

  • = de verplaatsingsproef

7

Multiple Choice

Is deze zin correct gesplitst? 

Rond Nieuwjaar / stopt / mijn peter me / een paar bankbriefjes toe /. /

           

1

ja, juist

2

neen, fout

8

​2. Zinsdelen benoemen: het WWG

​Geef zelf een voorbeeld van een zin met daarin:

  • pv + ​vd

  • pv + ​inf

  • pv + ​aan het + inf

  • pv + vd + inf

media

9

Fill in the Blank

Hoe noemen we zulke werkwoorden die uit twee delen bestaan zoals: toestoppen, afwassen, opdienen, afgeven, ...

10

Multiple Choice

Hoe noemen we 'zich' in zich wassen?

1

werkend voornaamwoord

2

weerkerend voornaamwoord

3

wederkerend voornaamwoord

11

Fill in the Blank

Hoe noem je het cursieve deel in onderstaande zin? De afkorting is voldoende.  Tip: figuurlijk taalgebruik.

Hij stak haar een hart onder de riem. 

12

​2. Zinsdelen benoemen: het WWG

media

13

​2. Zinsdelen benoemen: het WWG

media

14

​2. Zinsdelen benoemen: het NWG

​Het NWG bestaat uit 2 delen:

  1. ​een werkwoordelijk deel => koppelwerkwoord

  2. ​een naamwoordelijk deel (nwd) => noodzakelijk in de zin

15

Fill in the Blank

Met welk ezelsbruggetje onthouden we de koppelwerkwoorden? 

16

​Soorten werkwoorden

  • een koppelwerkwoord (kww) = ZWOBBELS (zijn, worden, blijven, blijken, lijken & schijnen)

bijvoorbeeld: Hij is ziek.

  • een zelfstandig werkwoord ​(zww)

bijvoorbeeld: Hij wordt morgen geopereerd.

  • ​een hulpwerkwoord (hww)​

bijvoorbeeld: Jane zal de leerlingen blijven helpen.

17

​Onderwerp (o) en persoonsvorm (pv)

media

18

​Lijdend voorwerp (lv) en meewerkend voorwerp (mv)

media

19

Multiple Choice

Wat is het lijdend voorwerp in onderstaande zin? 

Elsa toonde haar nieuwe kleren aan haar moeder. 

1

Elsa

2

toonde

3

haar nieuwe kleren

4

aan haar moeder

20

Multiple Choice

Wat is het meewerkend voorwerp in onderstaande zin? 

Elsa toonde haar nieuwe kleren aan haar moeder. 

1

Elsa

2

toonde

3

haar nieuwe kleren

4

aan haar moeder

21

​De bijwoordelijke bepaling (bwb)

media

22

Multiple Select

Zoek de bijwoordelijke bepaling in onderstaande zin.

De jongen werd toen heel erg boos. 

1

de jongen

2

boos

3

toen

4

heel erg 

23

​Handelend voorwerp (vp)

media

24

Multiple Choice

Wat is het handelend voorwerp in onderstaande zin?

Bart wordt door Jan geroepen. 

1

Bart

2

wordt

3

door Jan

4

geroepen

25

​Het voorzetselvoorwerp (vzv)

media

26

Multiple Choice

Zoek in deze zin het voorzetselvoorwerp.

Ik wacht al uren op de bus. 

1

Ik

2

wacht

3

al uren

4

op de bus 

27

Multiple Choice

Zoek in deze zin het voorzetselvoorwerp.

Hij gaat iedere dag naar school.

1

hij

2

iedere dag

3

naar school

4

geen

28

Poll

In welke mate begrijp je de theorie?

zeer goed

goed

voldoende

onvoldoende

29

Tijd om te oefenen!​

​cursus p.42-45

Les 7 - Herhaling zinsleer

cursus p.38-45

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 29

SLIDE