
Woordvorm en woordbetekenis 3b
Presentation
•
Other
•
5th - 6th Grade
•
Hard
PH LEFIEF
Used 1+ times
FREE Resource
8 Slides • 19 Questions
1
Woordvorm en woordbetekenis 3b
By PH LEFIEF
2
Multiple Choice
Hoeveel woorden zou het Nederlands zo ongeveer tellen?
200.000
400.000
800.000
meer dan één miljoen
3
Multiple Choice
We zijn er ons van bewust dat heel wat 'moeilijke woorden' hun oorsprong vinden in het Latijn of het Grieks. Maar zijn er ook 'gewone' woorden, of normale woordenschat ontleend uit het Latijn of Grieks?
ja
neen
4
Multiple Choice
Zou het kunnen dat het woord 'kaas' uit het Latijn komt?
Of is er een andere oorsprong?
kaas komt van het Latijnse 'caseum'
het woord kaas is een Germaans woord en komt van hier
kaas is een Perzische uitvinding en het woord ontlenen we uit het Arabisch
5
Multiple Choice
Vonden we het woord 'vork' zelf uit in het Nederlands?
Neen, het is in de middeleeuwen hier geïntroduceerd door de Fransen: fourchette.
Neen, het is door de Vikings hier in gebruik gemaakt. In het Zweeds gebruiken ze ook het woord 'vork'.
Neen, het is ook Latijns. De Germanen leerden de vork kennen door de Romeinen. Uit het Latijn: furca
6
Multiple Choice
Waar halen we het woord 'tomaat'?
van onze voorouders: ook in de prehistorie kenden we de tomaat
van de Chinezen: de tomaat is een Aziatische vrucht
van de Spaanse ontdekkingsreizigers: ze ontdekten de tomaat bij de Azteken.
7
Het Nederlands telt bijna 400.000 woorden. Ieder tijdperk zorgt voor nieuwe woorden die we creëren en lenen uit andere talen.
Vaak vindt men dat vreemde woorden deftiger of moderner klinken.
Ontleningen verrijken een taal, als ze daar iets aan toevoegen.
Puristen zijn er niet altijd blij mee, maar een taal gaat niet met de tijd mee als het niet evolueert en daar horen leenwoorden ook bij.
Bovendien hebben we niet voor alles een woord en een juiste creëren is ook niet altijd mogelijk.
8
Een leenwoord of uitheems woord:
Dit is een woord dat we uit een vreemde taal hebben overgenomen. Soms is een uitheems woord te herkennen aan uitheemse klanken, bijvoorbeeld de /zj/ in journaal of de /ĩ/ in timbre.
Een uitheems woord past zich doorgaans in de loop van de tijd aan de Nederlandse taalregels aan. Het wordt dan bastaardwoord genoemd. Vaak wordt de spelling dan vernederlandst.
Zo is de c die nog te zien is in vacant, in het woord vakantie vervangen door een k. Sommige woorden uit vreemde talen worden nog als zuiver uitheems beschouwd. Ze behouden dan hun spelling. Voorbeelden: paella, délégué, perpetuum mobile. Ook de meeste woorden uit het Engels behouden hun spelling: computer, baby.
9
Wanneer we het hebben over
woordvorming en woordenschat...
Welk conclusies kunnen we dan nu al maken?
Even herhalen...
10
Multiple Choice
De tekts van Peter Bichsel, Een tafel is een tafel, (werkboek p. 227) liet ons besluiten dat:
taal iets intuïtiefs heeft
taal voortdurend in beweging is
klanken belangrijk zijn
taal gebaseerd is op conventies
11
Multiple Choice
Brommen, kwaken en sissen zijn voorbeelden van klanknabootsingen die tot woordvorming geleid hebben. Zo'n klanknabootsing noemen we ook een:
onomastiek
onomatopee
antroponymie
toponymie
12
Multiple Choice
De oefening op 229 deed ons ook besluiten dat er iets bestaat als een:
een universeel onderbewustzijn dat er voor zorgt dat mondiaal dezelfde woorden bedacht worden
een visuele oorsprong bij woordvorming
op klanken gebaseerde intuïtie om woorden te vormen of te begrijpen
beeldende woordvorming
13
Multiple Choice
Het woord 'computer' is een voorbeeld van:
een leenwoord
een klanknabootsing
universeel taalgevoel
14
Fill in the Blanks
Type answer...
15
Fill in the Blanks
Type answer...
16
Samengevat:
Taal leeft en woorden komen op meerdere manieren tot stand.
Maar eens een 'woord' bestaat, dan gaan we er ook mee om in onze taal. In die context hadden we het over connotatie, denotatie, eufemisme, dysfemisme, en metonymie.
17
De denotatie van een woord of uitdrukking is neutrale, feitelijke woordenboekdefinitie van de uitspraak.
Hierbij kijk je dus niet naar hoe een woord gevoelsmatig “klinkt” (bijvoorbeeld grof, afkeurend of lovend), maar alleen naar de kale betekenis.
18
Woorden hebben niet alleen een denotatie: een nuchtere betekenis of een zakelijke inhoud. Ze drukken dikwijls ook een gevoel, een stemming uit: ze hebben een zekere connotatie.
Dat gevoel kan positief zijn (bewondering, plezier, geluk, medelijden) of negatief (afkeer, ongeluk, verdriet, onverschilligheid)
19
Multiple Choice
Welke connotatie heeft het woord LEUGENAAR.
POSITIEVE
CONNOTATIE
NEGATIEVE
CONNOTATIE
GEEN CONNOTATIE,
NEUTRAAL, DENOTATIEF
20
Multiple Choice
Welke connotatie heeft het woord LENTE.
POSITIEVE
CONNOTATIE
NEGATIEVE
CONNOTATIE
GEEN CONNOTATIE,
NEUTRAAL, DENOTATIEF
21
Multiple Choice
Wat is de denotatie van het woord 'bloedmooi'?
positieve gevoelswaarde
heel erg mooi, prachtig
negatieve gevoelswaarde
beangstigend mooi
22
Multiple Choice
Wat is de denotatie van het woord 'hart'?
orgaan dat bloed door het lichaam pompt
positieve gevoelswaarde
negatieve gevoelswaarde
empathie, emotie, liefde
23
Multiple Select
Wat is de connotatie van het woord 'bandiet'?
negatieve connotatie
positieve gevoelswaarde
negatieve gevoelswaarde
iemand die berooft
24
Multiple Choice
Wat is de connotatie van het woord 'triomf'?
negatieve connotatie
positieve gevoelswaarde
negatieve gevoelswaarde
een overwinning
25
Multiple Choice
Wat is de connotatie van het woord 'oorlog'?
een gevecht om bijvoorbeeld een land
positieve connotatie
negatieve connotatie
26
Welke beeldspraken hebben we al gezien dit jaar?
vergelijking
metafoor
personificatie
metonymie
27
Multiple Choice
Op het bospad hoorden we in de verte een beekje murmelen.
metafoor
personificatie
vergelijking
metonymie
Woordvorm en woordbetekenis 3b
By PH LEFIEF
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 27
SLIDE
Similar Resources on Wayground
16 questions
Rekensommen maandag
Presentation
•
5th Grade
22 questions
Heat transfers on Earth
Presentation
•
6th - 8th Grade
21 questions
Quizvragen Lezen T4C
Presentation
•
KG
15 questions
V4 Latijn Tekst D t/m r.6
Presentation
•
4th Grade
21 questions
Past Simple vs. Past Continuous
Presentation
•
5th Grade
17 questions
Formuleren
Presentation
•
3rd - 4th Grade
21 questions
Burgerschap
Presentation
•
5th Grade
20 questions
Hoofdstuk 5: een web van woorden
Presentation
•
3rd - 6th Grade
Popular Resources on Wayground
10 questions
Main Idea and Supporting Details
Quiz
•
3rd - 6th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
14 questions
25-26 SY 8th Grade EOY Benchmark
Quiz
•
8th Grade
15 questions
Fast food
Quiz
•
7th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
21 questions
EOY Grade 6 Benchmark Assessment - Content Skills
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Inferences
Quiz
•
4th Grade
Discover more resources for Other
10 questions
Main Idea and Supporting Details
Quiz
•
3rd - 6th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
21 questions
EOY Grade 6 Benchmark Assessment - Content Skills
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Figurative Language Review
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Math Review - Grade 6
Quiz
•
6th Grade
26 questions
Declaration of Independence
Quiz
•
6th - 8th Grade
20 questions
Prefix and Suffix Review
Quiz
•
3rd - 5th Grade