Search Header Logo
PERFECTUM IMPERFECTUM NON

PERFECTUM IMPERFECTUM NON

Assessment

Presentation

Professional Development

University

Easy

Created by

Hella Bouman

Used 11+ times

FREE Resource

12 Slides • 31 Questions

1

PERFECTUM IMPERFECTUM

PLUSCUAMPERFECTUM NON

By Hella Bouman

2

Een herhaling of gewoonte in het verleden

  • Vroeger ging ik na school altijd bij mijn oma kaarten.

  • In de winter zwom ik nooit, maar in de zomer wel.

  • Toen er nog geen internet bestond, schreven we lange brieven.

  • Als mijn broers op vakantie gingen, kochten ze sou​venirs voor mij.

3

​Wanneer gebruiken we het imperfectum?

​Praatte, stopte, begon, was, ging, liep, at, nam, werkte, deed... etc.

We beschrijven een moment in het verleden:

Het was een mooie lentedag. Er liepen veel mensen op straat. Voor het station stond een vrouw. Ze droeg een groene jas. Misschien wachtte ze op iemand want ze keek om zich heen en bewoog zich niet.

4

Een opeenvolging (sequentie) in het verleden

Ik kwam in het hotel aan en vroeg de sleutel van mijn kamer aan de receptionist. Die zocht eerst de sleutel in een kartonnen doos en belde toen de manager. De manager kwam en keek ook in de doos. Hij riep de schoonmaker, maar die antwoordde niet.​

5

De volgende werkwoorden gebruiken we meestal in het imperfectum:

DE MODALE WERKWOORDEN (Durven te, hoeven te, kunnen, moeten, mogen, willen)

Ik wilde uitslapen maar dat kon niet want ik moest werken. Ik durfde mijn baas niet te vragen of ik later mocht komen.

EEN MENING, GEVOEL, DENKPROCES ETC. ​ (Denken, vinden, weten, vermoeden, etc.)

Ik vond het geen goed boek. We wisten niet of je zou komen.​

6

Multiple Choice

Question image

Het was winter. De verwarming stond hoog.

1

Dit is een herhaling of gewoonte.

2

Dit is een beschrijving.

3

Dit is een mening, gevoel, denkproces...

4

Dit is een opeenvolging

7

Multiple Choice

Question image

Wat leuk dat je er bent, ik wist niet dat je zou komen!

1

Dit is een herhaling of gewoonte.

2

Dit is een beschrijving.

3

Dit is een mening, gevoel, denkproces.

4

Dit is een opeenvolging.

8

Multiple Choice

Question image

Ik had iedere dinsdag zwemles

1

Dit is een herhaling of gewoonte.

2

Dit is een beschrijving.

3

Dit is een mening, gevoel, denkproces...

4

Dit is een opeenvolging.

9

Multiple Choice

Question image

Ik vond dat geen goed idee.

1

Dit is een herhaling of gewoonte.

2

Dit is een beschrijving.

3

Dit is een mening, gevoel, denkproces...

4

Dit is een opeenvolging.

10

Multiple Choice

Question image

Ik pakte de kat en deed hem in een doos. Ik liep naar de auto en zette de doos op de achterbank.

1

Dit is een herhaling of gewoonte.

2

Dit is een beschrijving.

3

Dit is een gevoel, mening of denkproces...

4

Dit is een opeenvolging.

11

Multiple Choice

Question image

Daar dacht ik heel anders over.

1

Dit is een herhaling of gewoonte.

2

Dit is een beschrijving.

3

Dit is een mening, gevoel, denkproces...

4

Dit is een opeenvolging.

12

Multiple Choice

Question image

Mijn oma hield niet van reizen. Ze bleef het liefste thuis, dicht bij haar kinderen.

1

Dit is een herhaling of gewoonte.

2

Dit is een beschrijving.

3

Dit is een mening, gevoel, denkproces...

4

Dit is een opeenvolging.

13

Multiple Choice

Question image

Ik stak de sleutel in de deur, deed de deur open en liep naar binnen.

1

Dit is een herhaling.

2

Dit is een beschrijving.

3

Dit is een mening, gevoel, denkproces...

4

Dit is een opeenvolging

14

Het perfectum gebruiken we als we praten over het resultaat, de reden voor het heden.

  • Wat zie je er goed uit! Ja, ik ben op vakantie geweest.

  • Richard spreekt goed Nederlands want hij heeft veel gestudeerd.​

  • Ik heb een dieet gedaan en kan nu mijn kleding weer aan.​

  • Weet jij hoe het met Anna gaat? Ik heb haar al heel lang niet gezien.​

15

Van het heden naar het verleden

​We gaan vertellen over iets in het verleden. We beginnen met een zin die de luisteraar naar het verleden brengt. Daarna gaan we meestal verder met het imperfectum.

Vorig jaar ben ik op vakantie naar Mallorca geweest. Het was heel leuk. Ik had een directe vlucht van Amsterdam . Die vertrok gelukkig op tijd. Toen ik daar aankwam nam ik een taxi naar het hotel. De chauffeur reed heel langzaam en liet me onderweg alle interessante plaatsen zien. Hij kwam niet uit Mallorca maar kende het eiland goed.

16

Multiple Choice

Question image

Lia kan niet sporten want ze heeft haar been gebroken.

1

De reden voor het heden.

2

Van het heden naar het verleden.

17

Multiple Choice

Question image

Ellie en Johan hebben ruzie gehad en nu praten ze niet meer met elkaar.

1

De reden voor het heden.

2

Van het heden naar het verleden.

18

Multiple Choice

Question image

Ik ben een paar maanden naar India geweest. Mijn dokter raadde me aan yoga te doen omdat ik rugproblemen had, dus nam ik een twee maanden vrij en kocht ik een ticket naar Bombay.

1

De reden voor het heden.

2

Van het heden naar het verleden.

19

Multiple Choice

Question image

Ik ken die school goed want ik heb er jaren gewerkt.

1

De reden voor het heden.

2

Van het heden naar het verleden.

20

Multiple Choice

Question image

Een paar jaar geleden heb ik een presentatie gegeven bij een heel leuk bedrijf. Mijn buurman werkte daar en die vroeg of ik dat wilde doen. Dat leek me wel leuk.

1

De reden voor het heden.

2

Van het heden naar het verleden.

21

Het pluscuamperfectum

​Had gedaan, was gestopt, had gewerkt, was geweest... etc.

We vertellen iets in de verleden tijd en vertellen dan iets dat nog eerder gebeurde.

  • We woonden in een heel mooi huis. Mijn ouders hadden dat huis gekocht toen ze net getrouwd waren.​

  • Hij was heel boos op zijn vrouw omdat ze al hun geld had uitgegeven/uitgegeven had.

22

Multiple Choice

Ik at een broodje haring

1

imperfectum

2

perfectum

3

pluscuamperfectum

23

Multiple Choice

Hij had veel geld verdiend.

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

24

Multiple Choice

We hebben lekker gegeten.

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

25

Multiple Choice

Jullie waren nog nooit in Finland geweest.

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

26

Multiple Choice

Ze hadden zich goed voorbereid.

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

27

Multiple Choice

Ze werkte bij een klein bedrijf.

1

Imperfectum

2

perfectum

3

pluscuamperfectum

28

Multiple Choice

Ik wilde dat niet doen.

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

29

Multiple Choice

Ik heb een leuke film gezien

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

30

Multiple Choice

Dachten jullie dat ook?

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

31

Multiple Choice

Ze is helemaal van Den Haag naar Amsterdam gefietst.

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

32

Multiple Choice

Dat kon ik me niet voorstellen.

1

Imperfectum

2

Perfectum

3

Pluscuamperfectum

33

TOEN

Na toen gebruiken we het imperfectum of het pluscuamperfectum​.

  • Toen ik klein was, wilde ik prinses worden.

  • Toen hij de loterij gewonnen had, besloot hij een nieuw huis te kopen.​

34

NADAT

Nadat vraagt om een perfectum of pluscuamperfectum.

  • ​Ik doe de oefeningen meestal meteen nadat ik gegeten heb/heb gegeten.

  • Ik deed​ de oefeningen meestal meteen nadat ik gegeten had/had gegeten.

  • Nadat ik de computer gerepareerd had/had gerepareerd, keek ik een video op Youtube.

35

Imperfectum voor niet realistische situaties

  • Als ik Nederlander was, hoefde ik deze cursus niet te doen.​

  • Als ik dat wist, dan vroeg ik het je niet.​

  • Als ik geld had, dan kocht ik een elektrische auto.​

36

Fill in the Blanks

media image

Type answer...

37

Fill in the Blanks

media image

Type answer...

38

Fill in the Blanks

media image

Type answer...

39

Fill in the Blanks

media image

Type answer...

40

Fill in the Blanks

media image

Type answer...

41

Met het imperfectum kunnen we op een bepaald moment focussen.

  • Ik zag je gisteren in de bibliotheek. Ja, ik zocht een boek over India.​

  • Ze belde me na de les, maar ik hoorde de telefoon niet.​​

  • We zagen je vanmorgen langslopen. ​Dat klopt, ik was onderweg naar de tandarts.

42

Multiple Choice

Waar was je gisterenmiddag?

1

Ik heb geluncht met mijn baas.

2

Ik lunchte met mijn baas.

43

Multiple Choice

Wat deed je op het postkantoor vorige week?

1

Ik heb een pakje opgestuurd.

2

Ik stuurde een pakje op.

PERFECTUM IMPERFECTUM

PLUSCUAMPERFECTUM NON

By Hella Bouman

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 43

SLIDE