
HV4 oefenen diffusie en osmose
Authored by Dominique Koning
Biology
KG - 12th Grade
Used 94+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
10 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Een bepaalde cel wordt achtereenvolgens in vier verschillende keukenzoutoplossingen gelegd en bij dezelfde vergroting getekend, zie afbeelding 1. Hierbij blijft de cel levend.
In welke figuur heeft de getekende cel de grootste turgor?
figuur 1
figuur 2
figuur 3
figuur 4
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Een leerling heeft twee plantencellen. De osmotische waarde van het vacuolevocht is bij deze cellen gelijk. Zij onderzoekt de volumeverandering van deze cellen, die optreedt als de cellen in bepaalde oplossingen worden gelegd. Zij legt deze cellen eerst in een oplossing die een iets lagere osmotische waarde heeft dan het vacuolevocht. Vervolgens brengt zij op tijdstip t = 0 de cellen over in gedestilleerd water. Beide cellen hebben op tijdstip t = 0 hetzelfde volume. Zij meet de volumeverandering van de cellen 1 en 2 vanaf t = 0 en zet haar resultaten uit in twee grafieken, zie afbeelding 2.
Kan het verschil in volumeverandering tussen cel 1 en cel 2 worden verklaard door een verschil in elasticiteit van de celwanden?
Zo ja, is de wand van cel 1 meer of minder elastisch dan die van cel 2?
Nee
Ja, meer
Ja, minder
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Een leerling heeft twee plantencellen. De osmotische waarde van het vacuolevocht is bij deze cellen gelijk. Zij onderzoekt de volumeverandering van deze cellen, die optreedt als de cellen in bepaalde oplossingen worden gelegd. Zij legt deze cellen eerst in een oplossing die een iets lagere osmotische waarde heeft dan het vacuolevocht. Vervolgens brengt zij op tijdstip t = 0 de cellen over in gedestilleerd water. Beide cellen hebben op tijdstip t = 0 hetzelfde volume. Zij meet de volumeverandering van de cellen 1 en 2 vanaf t = 0 en zet haar resultaten uit in twee grafieken, zie afbeelding 2.
Is de stevigheid van cel 1 op tijdstip P kleiner dan, gelijk aan of groter dan die op tijdstip t = 0?
kleiner dan
gelijk aan
groter dan
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
In een proef wordt een stukje plantaardig weefsel in een suikeroplossing gelegd. In de wanden van de cellen van dit weefsel bevindt zich water met opgeloste stoffen.
Zijn bij de opgeloste stoffen suikermoleculen aanwezig die afkomstig zijn uit de omringende oplossing?
Zo ja, door welke vorm van transport zijn die suikermoleculen in de celwanden terechtgekomen?
Er zijn geen suikermoleculen bij de opgeloste stoffen.
Er zijn wel suikermoleculen en die zijn actief uit de oplossing opgenomen.
Er zijn wel suikermoleculen en die zijn door diffusie getransporteerd.
Er zijn wel suikermoleculen en die zijn door osmose getransporteerd
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Een bepaalde plantencel heeft een turgor die maximaal is. Hij verandert niet meer van grootte.
Is de osmotische waarde buiten de cel groter dan, kleiner dan of gelijk aan die in de cel?
gelijk
kleiner
groter
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Bij een bepaalde plantensoort hebben de planten paarse bladeren. De paarse kleur wordt veroorzaakt door een kleurstof in het vacuolevocht. Op een gegeven moment hangen de bladeren van een plant van deze soort een beetje slap. Een preparaat met enkele levende cellen van een blad van deze plant wordt in gedestilleerd water gelegd.
Wat gebeurt er vervolgens met de kleur van het vacuolevocht in deze cellen? Wat is hiervoor de verklaring?
De kleur van het vacuolevocht blijft onveranderd, doordat het celmembraan niet doorlaatbaar is voor de kleurstof.
De kleur van het vacuolevocht wordt lichter, doordat er water de vacuole binnenkomt.
De kleur van het vacuolevocht wordt lichter, doordat er kleurstof de vacuole uitgaat.
De kleur van het vacuolevocht wordt donkerder, doordat er water de vacuole uit gaat.
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Het bloedplasma van de mens heeft een gemiddelde osmotische waarde, die gelijk is aan die van een 0,9% NaCl-oplossing. Bij een experiment worden rode bloedcellen in een oplossing P gelegd met een onbekende osmotische waarde. De opgeloste deeltjes in oplossing P kunnen geen celmembranen passeren. Na enige tijd worden de rode bloedcellen bekeken met een microscoop. Het blijkt dat ze zijn gezwollen.
Is de osmotische waarde in deze gezwollen rode bloedcellen kleiner dan, gelijk aan of groter dan die van een 0,9% NaCl-oplossing?
kleiner dan
gelijk aan
groter dan
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?