NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWerkwoordspelling
Total questions: 25
Worksheet time: 13mins
Name
Class
Date
1.
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in (PVTT).Je broer (vermijden) ........... eten.
a)
vermijd
b)
vermeed
c)
vermijt
d)
vermijdt
2.
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in (PVTT).(braden) .............. jij alvast de hamburgers?
a)
braai
b)
braadt
c)
braad
d)
berad
3.
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in (PVTT).Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.
a)
gebeurd
b)
gebeurt
c)
gebeurdt
d)
gebeurde
4.
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in (PVTT).De arts (verbinden) ............ zijn knie.
a)
verbindt
b)
verbint
c)
verbond
d)
verbind
5.
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in (PVTT).Zijn baas (communiceren) ......... niet erg duidelijk.
a)
communiceerd
b)
communiceerdt
c)
communiceert
d)
communiceertt
6.
Vul de persoonsvorm verleden tijd in (PVVT).Gisteren (plukken) ............. ik de appels.
a)
plokte
b)
plukde
c)
pluktte
d)
plukte
7.
Vul de persoonsvorm verleden tijd in (PVVT).Toen (ontpitten) .......... ik ze vakkundig.
a)
ontpite
b)
ontpitte
c)
ontpitten
d)
ontpit
8.
Vul de persoonsvorm verleden tijd in (PVVT).Ten slotte (toevoegen) ......... we eieren .......
a)
voegte ... toe
b)
voegen ... toe
c)
voegde ... toe
d)
voegden ... toe
9.
Vul de persoonsvorm verleden tijd in (PVVT).De smaak (verrassen) ..... me heel erg.
a)
verraste
b)
verraste
c)
verrastte
d)
verrasste
10.
Vul de persoonsvorm verleden tijd in (PVVT).Maar even later (verdwijnen) ...... de ruzie als vanzelf.
a)
verwijnt
b)
verdwijnde
c)
verdween
d)
verdwenen
11.
Vul het juiste voltooid deelwoord (VD) of tegenwoordig deelwoord (TD) in.Wij zijn (verhuizen) .... naar Amsterdam.
a)
verhuist
b)
verhuisd
c)
verhuizt
d)
verhuizd
12.
Vul het juiste voltooid deelwoord (VD) of tegenwoordig deelwoord (TD) in.Ik heb de brief (herschrijven) ...........
a)
hergeschrijft
b)
hergeschreven
c)
afgeschreven
d)
herschreven
13.
Vul het juiste voltooid deelwoord (VD) of tegenwoordig deelwoord (TD) in.(gieren) ........ van het lachen liep ik naar huis.
a)
Gierent
b)
Gierend
c)
Gerend
d)
Gillend
14.
Vul het juiste voltooid deelwoord (VD) of tegenwoordig deelwoord (TD) in.Het grootste deel van de rivier is (dichtslibben) ..........
a)
dichtgeslipt
b)
gedichtslibt
c)
dichtgeslibd
d)
dichtgeslibt
15.
Vul het juiste voltooid deelwoord (VD) of tegenwoordig deelwoord (TD) in.Hij heeft op zolder een oude verzameling ......... (ontdekken).
a)
ontdekt
b)
ontdekd
c)
geontdekt
d)
geontdekd
16.
Vul het juiste bijvoeglijke naamwoord (BN) in.De (tentoonstellen) ....... schilderijen zijn erg kostbaar.
a)
tentoongesteldde
b)
tentoongestelde
c)
tentongestelde
d)
tentoongestelte
17.
Vul het juiste bijvoeglijke naamwoord (BN) in.Er hingen ook (uitvergroten) .......... foto's.
a)
uitvergrote
b)
uitvergrootte
c)
uitvergrotte
d)
uitvergroote
18.
Vul het juiste bijvoeglijke naamwoord (BN) in.De (aanbreken) ...... etenswaren moeten op.
a)
aanbrekende
b)
aangebrakken
c)
aangebrokken
d)
aangebroken
19.
Vul het juiste bijvoeglijke naamwoord (BN) in.De toeristen lagen met (ontbloten) ...... lijven op het strand.
a)
ontblootte
b)
ontblotte
c)
ontblote
d)
ontbloote
20.
Vul het juiste bijvoeglijke naamwoord (BN) in.De (afprijzen) ..... artikelen waren snel uitverkocht.
a)
afgeprijsde
b)
afgeprijste
c)
afgrijselijke
d)
afgeprijsdde
21.
Vul de juiste vorm in.Ahmed heeft gisteren zijn kamer ...... (stofzuigen).
a)
gezogen
b)
gestofzuigt
c)
stof gezogen
d)
gestofzuigd
22.
Vul de juiste vorm in.Ik heb al mijn bestanden ...... (deleten)
a)
gedeletet
b)
gedeleted
c)
gewist
d)
gedeled
23.
Vul de juiste vorm in. Hij (gamen) ..... de hele dag door.
a)
gamt
b)
gamet
c)
gamed
d)
gammet
24.
Vul de juiste vorm in.Hij (googelen) ...... alles wat hij niet weet.
a)
googelt
b)
googlet
c)
googled
d)
googeld
25.
Vul de juiste vorm in.Hij heeft me al tien minuten niet ..... (appen)!
a)
geapt
b)
geappd
c)
geapd
d)
geappt
Reset
