Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formuleren (H4)

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Wanneer spreken we van een contaminatie?
a)
Wanneer een BN een eigenschap benoemt, die het ZN reeds bezit.
b)
Wanneer twee woorden die ongeveer hetzelfde betekenen achter elkaar worden genoemd.
c)
Wanneer twee woorden onterecht door elkaar zijn gehaald.
d)
Wanneer je steeds hezelfde woord gebruikt en dit tot irritatie leidt.
2.
Wanneer spreken we van een storende woordherhaling?
a)
Wanneer een BN een eigenschap benoemt, die het ZN reeds bezit.
b)
Wanneer twee woorden die ongeveer hetzelfde betekenen achter elkaar worden genoemd.
c)
Wanneer twee woorden onterecht door elkaar zijn gehaald.
d)
Wanneer je steeds hezelfde woord gebruikt en dit tot irritatie leidt.
3.
Wanneer spreken we van een tautologie?
a)
Wanneer een BN een eigenschap benoemt, die het ZN reeds bezit.
b)
Wanneer twee woorden die ongeveer hetzelfde betekenen achter elkaar worden genoemd.
c)
Wanneer twee woorden onterecht door elkaar zijn gehaald.
d)
Wanneer je steeds hezelfde woord gebruikt en dit tot irritatie leidt.
4.
Wanneer spreken we van een pleonasme?
a)
Wanneer een BN een eigenschap benoemt, die het ZN reeds bezit.
b)
Wanneer twee woorden die ongeveer hetzelfde betekenen achter elkaar worden genoemd.
c)
Wanneer twee woorden onterecht door elkaar zijn gehaald.
d)
Wanneer je steeds hezelfde woord gebruikt en dit tot irritatie leidt.
5.
"Het is slim dat je het proefwerk even nacheckt voordat je het inlevert."
a)
pleonasme
b)
tautologie
c)
contaminatie
d)
storende woordherhaling
6.
"Altijd en eeuwig moet ik dat gezeur van jou aanhoren!"
a)
pleonasme
b)
tautologie
c)
contaminatie
d)
storende woordherhaling
7.
"Het groene gras moet snel weer gemaaid worden."
a)
pleonasme
b)
tautologie
c)
contaminatie
d)
storende woordherhaling
8.
"We moeten voorkomen dat de leerlingen door deze lastige examentekst niet hun zelfvertrouwen verliezen."
a)
Goed
b)
Fout, dit is een pleonasme
c)
Fout, dit is een dubbele ontkenning
d)
Fout, dit is een onjuiste verwijzing
9.

"We gaan nu met zijn allen in een ronde kring zitten."

a)

goed

b)

fout, het is een tautologie

c)

fout, het is een contaminatie

d)

fout, het is een pleonasme

10.
"Ik moet vandaag zinnen verbeteren, maar ik heb daar echter helemaal geen zin in."
a)
goed
b)
fout, het is een onnodige herhaling
c)
fout, het is een pleonasme
d)
fout, het is een tautologie
11.
"Ik probeer hem ervan te weerhouden dat hij niet gaat roken!"
a)
goed
b)
fout, het is een onnodige herhaling
c)
fout, het is een dubbele ontkenning
d)
fout, het is een pleonasme
12.
Vul het juiste woord in.
"....... een aantal vrienden zijn wij snel verhuisd."
a)
Met behulp van
b)
Met de hulp van
13.
Vul het juiste woord in.
"Voor de taalschattoets moet je alle moeilijke woorden van hoofdstuk 1 uit je hoofd ..."
a)
kunnen
b)
kennen
14.
Vul het juiste woord in.
"Heb je het huiswerk niet af? Dan hoop ik dat je daar een goede .... voor hebt."
a)
rede
b)
reden
15.
Vul het juiste woord in.
"John heeft voor de toets een beter punt gehaald ..... "
a)
als hem
b)
dan hem
c)
als hij
d)
dan hij
16.
Vul het juiste woord in.
"Ik ...... me aan mensen die niet nadenken voor ze iets zeggen."
a)
erger
b)
irriteer
17.

Het woord trottoir is een gallicisme en moet dus vermeden worden.

a)

klopt

b)

klopt niet: het is een anglicisme

c)

klopt niet: het is een leenwoord en mag dus gewoon gebruikt worden

18.

'Zullen we straks nog even meeten om onze targets te streamlinen?' Hier is sprake van...

a)

barbarismen

b)

archaïsmen

c)

containerwoorden (vaag taalgebruik)

d)

storende herhaling

19.

'Onze auto is kleiner .... die van de buurman.'

a)

als

b)

dan

20.

'Je mag bij onze groep ... je wel meewerkt aan de groepsopdracht.'

a)

mits

b)

tenzij