wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands 2

Total questions: 16

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.
Hij zit tot over zijn oren in het werk betekent:
a)
Zijn bureau ligt vol met stapels papieren
b)
Hij heeft verschrikkelijk veel te doen
c)
Hij werkt zo hard dat hij niets meer hoort.
2.

Welk woord past voor alle woorden?

..... maker ......familie .....rijden

a)

fijn

b)

orde

c)

rijden

d)

schoon

3.
Wat betekent: Hij slooft zich uit.
a)
Hij doet zijn werk zo langzaam mogelijk
b)
Hij doet zijn werk overdreven goed
c)
Hij maakt zijn werk voor de avond af.
4.
Welk woord is juist gespeld?
a)
fabricage
b)
fabrikage
c)
fabriekage
5.
Welk woord is juist gespeld?
a)
educatiev
b)
educatief
c)
educatif
6.
Welk woord is juist gespeld?
a)
docend
b)
dosent
c)
docent
7.
Welk woord past voor alle woorden?
.......schilder     ........harmonica  .......heelkunde
a)
hals
b)
kaak
c)
mond
8.
Hij werkt aan de lopende band, betekent
a)
Hij werkt constant
b)
Hij werkt in een garage.
c)
Hij werkt volgens een rooster
9.
Wat is de correcte spelling?
a)
proffesioneel
b)
profesioneel
c)
professioneel
10.
Welk woord past voor alle woorden?
.......kamer      .......rekening     .......keten
a)
flat
b)
camping
c)
hotel
11.
Welk woord hoort bij vliegreis?
a)
beheren
b)
indienen
c)
annuleren
12.
Welk woord hoort bij restaurant?
a)
opkalefateren
b)
opdienen
c)
opkroppen
13.
Welke uitdrukking hoort erbij:
Hij heeft geen zin meer om te wandelen, hij gaat met de bus.
a)
Hij houdt het voor gezien.
b)
Hij raakt buiten zinnen.
c)
Hij heeft geen puf meer.
14.
Welk woord past voor alle woorden?
......stok     ....zeil     ... haring
a)
tent
b)
loop
c)
ketting
15.
Welk woord hoort erbij:
houden - uitschrijven - uitspreken
a)
vraaggesprek
b)
speech
c)
interview
16.
Welk woord hoort erbij.
Uitzenden - opnemen - spelen
a)
reportage
b)
wedstrijd
c)
reclamespotje