wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herkansing GG dl 1 6 t/m 10

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Dat dorp ziet er pittoresk uit.
a)
bijzonder
b)
ouderwets
c)
schilderachtig
2.
Ze zijn partieel leerplichtig
a)
absoluut
b)
gedeeltelijk
c)
niet officieel
3.
Zij moet een gedicht reciteren.
a)
verzinnen
b)
vertalen
c)
voordragen
4.
Je moet het noodlot niet tarten.
a)
vergeten
b)
verzwijgen
c)
uitdagen
5.
Door die tegenslag zullen zij inkomsten derven.
a)
claimen
b)
missen
c)
vragen
6.
Vandaag wordt er een petitie aangeboden.
a)
onderzoeksverslag
b)
bijzonder boek
c)
verzoeksschrift
7.
Parijs is een metropool.
a)
bekende stad
b)
literaire stad
c)
wereldstad
8.
Die nederlaag ervaren zij als een blamage.
a)
afgang
b)
hoogtepunt
c)
leermoment
9.

Een sterretje als teken om te verwijzen.

a)

asterix

b)

hyperlink

c)

apostrof

10.

Wij hebben de verslagen abusievelijk in het rood gedrukt.

a)

zonder te overleggen

b)

na lang beraad

c)

per ongeluk

11.

Je moet niet veinzen met haar bevriend te zijn.

a)

doen alsof

b)

rondbazuinen

c)

ontkennen

12.
De brandweer adviseert bij het nemen van preventieve maatregelen.
a)
ter voorkoming van iets
b)
dringende
c)
strenge
13.
Heb jij je personalia wel volledig ingevuld?
a)
voorletters
b)
persoonlijke gegevens
c)
familiegegevens
14.

Als u op reis wilt gaan, zijn er legio mogelijkheden.

a)

heel veel

b)

passende

c)

uitgezochte

15.
De tentoonstelling werd bezocht door een gemêleerd gezelschap.
a)
allerlei "soorten" mensen
b)
interessante mensen
c)
uitgezochte
16.
Waar gehakt wordt, vallen ……………….
a)
bomen
b)
slachtoffers
c)
spaanders
17.
Hij zwijgt in alle ……………….
a)
talen
b)
toonaarden
c)
beelden
18.
Zijn biezen ………………
a)
meenemen
b)
pakken
c)
vergeten
19.
Met stille trom ………………
a)
lopen
b)
spelen
c)
vertrekken
20.
Iets in petto ………………
a)
doen
b)
hebben
c)
vragen
21.
De pisang ……………….
a)
aanbieden
b)
vinden
c)
zijn
22.
Grof geschut ………………
a)
bewaren
b)
inzetten
c)
hebben
23.
Er geen gras over laten ………………
a)
gaan
b)
groeien
c)
lopen
24.
Het op zijn heupen hebben.
a)
te veel gedronken hebben
b)
zich ergens over opwinden
c)
voortvarend te werk gaan
25.
Zijn hart vasthouden.
a)
er bang voor zijn dat iets niet goed gaat
b)
heel erg zenuwachtig zijn
c)
iets doen wat je hart je ingeeft
26.

Iemand met gelijke munt terugbetalen.

a)

emand eerlijk het geleende teruggeven

b)

iemand terugbetalen met precies dezelfde valuta (munteenheid)

c)

iemand net zo onaardig behandelen als je zelf behandeld wordt

27.

Iemand in zijn eigen sop gaar laten koken.

a)

iemand op het goede spoor zetten

b)

iemand van top tot teen wassen

c)

zich niet (meer) met iemand bemoeien

28.

Geen roosje zonder doornen.

a)

van alles alleen het slechte zien

b)

aan iets aangenaams zitten meestal ook mindere kanten

c)

het leven is niet zo makkelijk

29.

Spreken is zilver, zwijgen is goud.

a)

spreken is altijd de beste oplossing

b)

je mond houden is erg onbeleefd

c)

soms is het verstandig om niets te zeggen

30.
Iets in een oogwenk doen.
a)
zonder nadenken
b)
door alleen te kijken
c)
heel snel