wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Test jezelf H3

Total questions: 27

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.
Wat is het NG?
Aan het eind van de middag ging het stel vrienden wandelen.
a)
ging
b)
ging wandelen
c)
er zit geen NG in deze zin
2.
Wat is het NG?
Ze startten aan de oever van het riviertje.
a)
er zit geen NG in deze zin
b)
startten
c)
startten aan
3.
Wat is het NG?
Het weer was heerlijk.
a)
was
b)
was heerlijk
c)
er zit geen NG in deze zin
4.
Wat is het NG?
Opeens hield het pad op.
a)
hield
b)
hield op
c)
er zit geen NG in deze zin
5.
Wat is het NG?
Ze waren in een kloofdal beland.
a)
waren
b)
waren beland
c)
er zit geen NG in deze zin
6.
Wat is het NG?
Langzamerhand werden ze nat
a)
werden
b)
werden nat
c)
er zit geen NG in deze zin
7.
Wat is het NG?
Maar ze bleven vrolijk.
a)
bleven
b)
bleven vrolijk
c)
er zit geen NG in deze zin
8.
Benoem het gekleurde ww.
De salsa is een populaire dans.
a)
HWW
b)
KWW
c)
ZWW
9.
Benoem het gekleurde ww.
Kom je bij mij huiswerk maken?
a)
HWW
b)
KWW
c)
ZWW
10.
Benoem het gekleurde WW.
Zoals vaker was zijn gedrag het grootste probleem.
a)
HWW
b)
KWW
c)
ZWW
11.
Benoem het gekleurde WW.
De wetenschap moet nieuwe technieken ontwikkelen.
a)
HWW
b)
KWW
c)
ZWW
12.
Benoem het gekleurde WW.
Wij zijn op vakantie naar Spanje geweest.
a)
HWW
b)
KWW
c)
ZWW
13.
Vul in: Voltooid deelwoord of Tegenwoordig deelwoord
Hij nam (lachen) afscheid van haar.
a)
gelachen
b)
lachend
c)
lachent
14.
Vul in: Voltooid deelwoord of Tegenwoordig deelwoord
Gisteren hadden ze voor het eerst (kussen).
a)
gekusd
b)
gekust
c)
kussend
15.
Vul in: Voltooid deelwoord of Tegenwoordig deelwoord
Maar vandaag loopt hij een beetje (mokken) rond.
a)
gemokt
b)
gemokd
c)
mokkend
16.
Vul in: Voltooid deelwoord of Tegenwoordig deelwoord
Met een sms'je had ze het vanochtend (uitmaken).
a)
uitgemaakt
b)
uitgemaakd
c)
uitmakend
17.
Vul in: Voltooid deelwoord of Tegenwoordig deelwoord
Hij vindt het vervelend dat ze hem heeft (afwijzen).
a)
afgewezen
b)
afwijzend
c)
afgewijst
18.
Vul in: Voltooid deelwoord of Tegenwoordig deelwoord
Femke en Tim zijn best wel (verbazen).
a)
verbaast
b)
verbaasd
c)
verbazend
19.
Aan elkaar op los:
boven drijven
a)
boven drijven
b)
bovendrijven
20.
Aan elkaar op los:
vier en veertig
a)
vierenveertig
b)
vier enveertig
c)
vier en veertig
21.
Aan elkaar op los:
hoogte meter
a)
hoogte meter
b)
hoogtemeter
22.
Aan elkaar op los:
diep bedroefd
a)
diepbedroefd
b)
diep bedroefd
23.
Aan elkaar op los:
korte afstand loper
a)
korte afstandloper
b)
korte afstand loper
c)
korteafstandloper
24.
Aan elkaar op los:
er boven
a)
erboven
b)
er boven
25.
Als je een artikel leest uit de Kidsweek, wat voor doel heeft de schrijver dan met zijn tekst?
a)
informeren
b)
overtuigen
c)
activeren
d)
amuseren
26.
Welk signaalwoord staat er in de volgende zin:
Op naar Frankrijk of Oostenrijk om er op de lange latten of een snowboard te staan.
a)
op
b)
naar
c)
om .. te
27.
Welk verband geeft om ...te aan?
a)
doel - middel
b)
oorzaak - gevolg
c)
voorbeeld
d)
redengevend