wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

nederlands

Total questions: 28

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
Benoem het ow.
Maaike en Christel moesten 30 minuten hardlopen van de docent. 
a)
moesten
b)
Maaike
c)
Maaike en Christel
d)
de docent
2.
Benoem het ww gez.
De winnaar kocht meteen een nieuwe Porsche.
a)
kocht
b)
meteen
c)
de winnaar
d)
een nieuwe Porsche
3.
Benoem het ow.
Vinden jullie die nieuwe docent ook zo streng?
a)
jullie
b)
nieuwe docent
c)
vinden
d)
streng
4.
Benoem de pv.
Thijs heeft in het weekend meegedaan aan de triathlon.
a)
heeft
b)
weekend
c)
meegedaan
d)
Thijs
5.
Benoem het ow.
Over een paar jaar heeft iedereen een elektrische auto.
a)
heeft
b)
een elektrische auto
c)
iedereen
d)
over een paar jaar
6.
Benoem het ww gez.
Hoelang heb jij naar het antwoord gezocht?
a)
Hoelang
b)
heb gezocht
c)
gezocht
d)
het antwoord
7.
Benoem de pv.
Hoezo ben je niet naar het feest gegaan?
a)
hoezo
b)
gegaan
c)
ben
d)
je
8.
Benoem het lv.
De winnaar kocht meteen een nieuwe Porsche.
a)
de winnaar
b)
een nieuwe Porsche
c)
kocht
d)
meteen
9.
wat is het lv? 
Toen maakte mama een ander plan
a)
maakte
b)
mama
c)
een ander plan
d)
staat er niet in
10.
Benoem het ww gez. 
Wanneer heb jij die toets gemaakt?
a)
die toets
b)
heb
c)
wanneer
d)
heb gemaakt
11.
Benoem het lv. 
De man heeft een halve marathon in twee uur gelopen. 
a)
de man
b)
een halve marathon
c)
in twee uur
d)
heeft gelopen
12.
wat is het lv in deze zin? 
Ze gleed uit en kwam in het zwembad terecht
a)
ze
b)
gleed uit
c)
in het zwembad
d)
staat er niet in 
13.
Benoem het lv.
Vorig seizoen heb ik twee paar sportschoenen versleten.
a)
ik
b)
heb versleten
c)
twee paar sportschoenen
d)
vorig seizoen
14.
Wat is het mv? 
Wil je voor Jack een kroket en een bamischijf meenemen?
a)
je
b)
voor Jack
c)
een kroket en bamischijf
d)
staat er niet in
15.
Benoem het lv. 
Een panda eet veel bamboe.
a)
een panda
b)
eet
c)
veel 
d)
veel bamboe
16.
wat is het mv? Het computerbedrijf heeft je de verkeerde onderdelen gestuurd.
a)
je
b)
het computerbedrijf
c)
verkeerde onderdeel
d)
staat er niet in
17.
Benoem het lv. 
Gisteren heb ik een cadeautje gekocht voor mijn vriendin.
a)
voor mijn vriendin
b)
ik
c)
gisteren
d)
een cadeautje
18.
Wat is het mv?  Ik heb het gisteren nog aan je moeder gevraagd.
a)
ik 
b)
aan je moeder
c)
gevraagd 
d)
staat er niet in
19.
Wat is de pv?
Fenneke heeft een grap bedacht voor juf Irma.
a)
grap
b)
heeft
c)
bedacht
d)
Fenneke
20.
Ik zag een man met oude kleren en een ongezond uiterlijk uit een vuilnisbak eten.

Wat is de bijwoordelijke bepaling in deze zin?
a)
met oude kleren
b)
een ongezond uiterlijk
c)
met oude kleren en een ongezond uiterlijk
d)
uit een vuilnisbak
21.
Opscheppen lukt onze buurman goed.
Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?
a)
Opscheppen
b)
lukt
c)
onze buurman
d)
goed
22.
De burgemeester is vanmorgen het eerste exemplaar aangeboden.
Wat is het onderwerp in deze zin?
a)
De burgemeester
b)
is aangeboden
c)
vanmorgen
d)
het eerste exemplaar
23.
De burgemeester is vanmorgen het eerste exemplaar aangeboden.
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
a)
er is geen lijdend voorwerp
b)
De burgemeester
c)
het eerste exemplaar
d)
vanmorgen
24.
De burgemeester is vanmorgen het eerste exemplaar aangeboden.
De burgemeester = ?
a)
onderwerp
b)
lijdend voorwerp
c)
meewerkend voorwerp
d)
bijwoordelijke bepaling
25.
In verband met het onderzoek zette de recherche het strand af met hekken.
Wat is het onderwerp in deze zin?
a)
In verband met het onderzoek
b)
het onderzoek
c)
de recherche
d)
het strand
26.
In verband met het onderzoek zette de recherche het strand af met hekken.
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
a)
het strand
b)
de recherche
c)
het onderzoek
d)
met hekken
27.
In verband met het onderzoek zette de recherche het strand af met hekken.
met hekken = ?
a)
onderwerp
b)
meewerkend voorwerp
c)
lijdend voorwerp
d)
bijwoordelijke bepaling
28.
In verband met het onderzoek zette de recherche het strand af met hekken.
Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin?
a)
zette 
b)
zette af
c)
zette af met hekken
d)
zette hekken